Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 16 februari 2018

ECLI:NL:RVS:2018:553Zaaknummer 201801326/1/A2

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16 februari 2018
Publicatiedatum
28 februari 2018
Zaaknummer
201801326/1/A2
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het beroep is gericht tegen het besluit van het centraal stembureau van 9 februari 2018, waarbij de kandidatenlijst met daarboven de aanduiding ‘Arnhem Centraal’ geldig is verklaard.

Beslissing:

De Afdeling:

I. verklaart het beroep ongegrond;

II. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Gronden:

- Een kandidatenlijst kan slechts ongeldig worden verklaard als een van de in artikel I 5 van de Kieswet limitatief opgesomde gronden zich voordoet. Andere gronden mogen in de beoordeling van de geldigheid van een kandidatenlijst geen rol spelen. Het centraal stembureau heeft terecht geen grond aanwezig geacht om de lijst ongeldig te verklaren en ook de Afdeling ziet daarvoor geen aanleiding. De door [appellant] aangevoerde omstandigheid dat een andere lijst is ingediend dan door de algemene ledenvergadering van de betrokken politieke groepering is vastgesteld, is geen grond voor ongeldigverklaring genoemd in artikel I 5 van de Kieswet.

- Wat betreft de naamsaanduiding overweegt de Afdeling dat de vereniging haar naam statutair heeft gewijzigd evenals de aanduiding waaronder zij als politieke groepering is geregistreerd in het daarvoor bestemde register. Er is geen enkele grond om aan te nemen dat ondanks deze wijzigingen geen sprake meer is van dezelfde politieke groepering. De faciliteiten voor groeperingen die bij de vorige gemeenteraadsverkiezing een zetel hebben behaald zijn haar daarom terecht toegekend.

- Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig is.

w.g. Van Altena w.g. Rijsdijk

voorzitter griffier

705.

Volledige tekst

201801326/1/A2.

Datum uitspraak: 16 februari 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[appellant], wonend te Arnhem,

appellant,

en

het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeente Arnhem,

verweerder.

Openbare zitting gehouden op 16 februari 2018 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. C.H.M. van Altena voorzitter

Staatsraad mr. D.A.C. Slump lid

Staatsraad mr. A.W.M. Bijloos lid

griffier: mr. M. Rijsdijk, mr. J. Wieland

Verschenen:

[appellant], in persoon;

het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. R.G.J.T. Kroes;

de vereniging Arnhem Centraal, vertegenwoordigd door [gemachtigde];

de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. W.A.E. Brüheim.

Het beroep is gericht tegen het besluit van het centraal stembureau van 9 februari 2018, waarbij de kandidatenlijst met daarboven de aanduiding ‘Arnhem Centraal’ geldig is verklaard.

Beslissing:

De Afdeling:

I. verklaart het beroep ongegrond;

II. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Gronden:

- Een kandidatenlijst kan slechts ongeldig worden verklaard als een van de in artikel I 5 van de Kieswet limitatief opgesomde gronden zich voordoet. Andere gronden mogen in de beoordeling van de geldigheid van een kandidatenlijst geen rol spelen. Het centraal stembureau heeft terecht geen grond aanwezig geacht om de lijst ongeldig te verklaren en ook de Afdeling ziet daarvoor geen aanleiding. De door [appellant] aangevoerde omstandigheid dat een andere lijst is ingediend dan door de algemene ledenvergadering van de betrokken politieke groepering is vastgesteld, is geen grond voor ongeldigverklaring genoemd in artikel I 5 van de Kieswet.

- Wat betreft de naamsaanduiding overweegt de Afdeling dat de vereniging haar naam statutair heeft gewijzigd evenals de aanduiding waaronder zij als politieke groepering is geregistreerd in het daarvoor bestemde register. Er is geen enkele grond om aan te nemen dat ondanks deze wijzigingen geen sprake meer is van dezelfde politieke groepering. De faciliteiten voor groeperingen die bij de vorige gemeenteraadsverkiezing een zetel hebben behaald zijn haar daarom terecht toegekend.

- Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig is.

w.g. Van Altena w.g. Rijsdijk

voorzitter griffier

705.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.