Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 4 april 2017

ECLI:NL:RVS:2017:970Zaaknummer 201602246/2/A1

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
4 april 2017
Publicatiedatum
12 april 2017
Zaaknummer
201602246/2/A1
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

[verzoeker] en anderen hebben aan hun verzoek ten grondslag gelegd dat er aanleiding is voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de staatsraden, omdat de staatsraden hebben nagelaten relevante stukken op te vragen en hebben geweigerd door [verzoeker] en anderen aangedragen getuigen te horen.

Beslissing

Bij mondelinge beslissing van 4 april 2017 heeft de Afdeling het verzoek om toepassing van artikel 8:15 van de Awb afgewezen.

Overweging

Daartoe heeft de Afdeling het volgende overwogen.

1. Artikel 8:15 van de Awb luidt: 'Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.'

2. [verzoeker] en anderen hebben aan hun verzoek ten grondslag gelegd dat er aanleiding is voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de staatsraden, omdat de staatsraden hebben nagelaten relevante stukken op te vragen en hebben geweigerd door [verzoeker] en anderen aangedragen getuigen te horen.

3. De beslissingen over het opvragen van stukken en het horen van getuigen zijn processuele beslissingen. De vraag of deze beslissingen juist zijn, staat niet ter beoordeling in de wrakingsprocedure, omdat het instrument van wraking volgens vaste jurisprudentie niet is bedoeld om als rechtsmiddel tegen processuele beslissingen te worden aangewend. Zodanige beslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, indien sprake is van een flagrante schending van eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, die een eerlijk en onafhankelijk proces waarborgen, waarbij die schending aanleiding geeft voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van de betrokken staatsraden. In dit geval geven de weigering bepaalde stukken op te vragen en het niet horen van getuigen geen blijk van een objectief gerechtvaardigde vrees als hiervoor bedoeld.

Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.V.T.K. Oei, griffier.

w.g. Troostwijk w.g. Oei

voorzitter griffier

670.

Volledige tekst

201602246/2/A1.

Datum beslissing: 4 april 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van:

[verzoeker A], [verzoeker B], [verzoeker C], [verzoeker D], [verzoeker E] en [verzoeker F] (hierna: [verzoeker] en anderen), allen wonend te [woonplaats],

verzoekers,

om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.

Procesverloop

Tijdens de openbare behandeling ter zitting van 4 april 2017 van zaak nr. 201602246/1/A1 hebben [verzoeker] en anderen verzocht om wraking van mr. R. van der Spoel, mr. W. Sorgdrager en mr. H.G. Sevenster (hierna: de staatsraden), als voorzitter onderscheidenlijk leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 201602246/1/A1.

De staatsraden hebben niet in de wraking berust.

De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op 4 april 2017 ter openbare zitting behandeld, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door [verzoeker A], bijgestaan door mr. M. Wullink en mr. S.J.P. Kukolja, beiden advocaat te Hengelo, zijn verschenen.

De staatsraden hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.

Beslissing

Bij mondelinge beslissing van 4 april 2017 heeft de Afdeling het verzoek om toepassing van artikel 8:15 van de Awb afgewezen.

Overweging

Daartoe heeft de Afdeling het volgende overwogen.

1. Artikel 8:15 van de Awb luidt: 'Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.'

2. [verzoeker] en anderen hebben aan hun verzoek ten grondslag gelegd dat er aanleiding is voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de staatsraden, omdat de staatsraden hebben nagelaten relevante stukken op te vragen en hebben geweigerd door [verzoeker] en anderen aangedragen getuigen te horen.

3. De beslissingen over het opvragen van stukken en het horen van getuigen zijn processuele beslissingen. De vraag of deze beslissingen juist zijn, staat niet ter beoordeling in de wrakingsprocedure, omdat het instrument van wraking volgens vaste jurisprudentie niet is bedoeld om als rechtsmiddel tegen processuele beslissingen te worden aangewend. Zodanige beslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, indien sprake is van een flagrante schending van eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, die een eerlijk en onafhankelijk proces waarborgen, waarbij die schending aanleiding geeft voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van de betrokken staatsraden. In dit geval geven de weigering bepaalde stukken op te vragen en het niet horen van getuigen geen blijk van een objectief gerechtvaardigde vrees als hiervoor bedoeld.

Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.V.T.K. Oei, griffier.

w.g. Troostwijk w.g. Oei

voorzitter griffier

670.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.