Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 22 december 2017
ECLI:NL:RVS:2017:3597Zaaknummer 201710204/1/V2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 22 december 2017
- Publicatiedatum
- 3 januari 2018
- Zaaknummer
- 201710204/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.
w.g. Bijloos w.g. Yildiz
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2017
594.
Volledige tekst
201710204/1/V2.
Datum uitspraak: 22 december 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:
[de vreemdeling],
verzoeker.
Procesverloop
Bij besluit van 4 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 15 juni 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist en dat hem gedurende die periode opvang en verstrekkingen voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers worden geboden. Hij heeft in zijn verzoekschrift van 21 december 2017 een beroep gedaan op de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan. Bij uitspraak van 21 december 2017 in zaak nr. 201705581/1/V2, heeft de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond verklaard. De Afdeling stelt vast dat de vreemdeling in hoger beroep geen beroep heeft gedaan op de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan.
2. Wat in het verzoekschrift is aangevoerd, geeft reeds daarom geen grond om niet langer uit te gaan van de rechtmatigheid van de aan het besluit van 4 januari 2017 verbonden rechtsgevolgen. Dit betekent dat het verzoek als kennelijk ongegrond moet worden afgewezen. Als de vreemdeling meent dat hij wegens de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan thans in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, staat het hem vrij een daartoe strekkende aanvraag in te dienen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.
w.g. Bijloos w.g. Yildiz
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2017
594.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.