Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 27 september 2017
ECLI:NL:RVS:2017:2619Zaaknummer 201705930/1/V1
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 27 september 2017
- Publicatiedatum
- 4 oktober 2017
- Zaaknummer
- 201705930/1/V1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij onderscheiden besluiten van 6 juni 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
w.g. Verheij w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 september 2017
488-847.
Volledige tekst
201705930/1/V1.
Datum uitspraak: 27 september 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 17 juli 2017 in zaak nrs. NL17.2851, NL17.2852 en NL17.2853 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij onderscheiden besluiten van 6 juni 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 17 juli 2017 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. E.J.M. van Ewijk, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris en de vreemdelingen hebben een ieder een nader stuk ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De staatssecretaris heeft een door de vreemdelingen ondertekende vertrekverklaring overgelegd waaruit blijkt dat de vreemdelingen op 10 augustus 2017 met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie vrijwillig vanuit Nederland vertrokken zijn naar hun land van herkomst, Armenië. Onder deze omstandigheden hebben de vreemdelingen geen belang bij beoordeling van het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 17 juli 2017.
2. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
w.g. Verheij w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 september 2017
488-847.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBGEL:2017:3764 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.