Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 2 augustus 2017
ECLI:NL:RVS:2017:2111Zaaknummer 201609496/1/V2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 2 augustus 2017
- Publicatiedatum
- 9 augustus 2017
- Zaaknummer
- 201609496/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij onderscheiden besluiten van 23 december 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.C.S. Bakker, griffier.
w.g. Verheij w.g. Bakker
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2017
795.
Volledige tekst
201609496/1/V2.
Datum uitspraak: 2 augustus 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],
appellanten,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 15 november 2016 in zaken nrs. 15/22755 en 15/22757 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij onderscheiden besluiten van 23 december 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij mondelinge uitspraak van 15 november 2016 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. Y. Tamer, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Gelet op het aan de vreemdelingen verzonden proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, klagen de vreemdelingen terecht dat de gronden van de beslissing van de mondelinge uitspraak ontbreken. Daarom is niet voldaan aan artikel 8:67, tweede lid, van de Awb.
1.1. De klacht leidt echter niet tot het beoogde doel. Uit de door de staatssecretaris in beroep overgelegde, door de vreemdelingen ondertekende vertrekverklaring blijkt dat zij op 2 juni 2016 met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie vanuit Nederland zijn vertrokken naar hun land van herkomst, Albanië. Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat de door de vreemdelingen ingestelde beroepen niet-ontvankelijk zijn.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van gronden waarop zij rust, te worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.C.S. Bakker, griffier.
w.g. Verheij w.g. Bakker
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2017
795.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBOBR:2016:6466 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.