Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 26 juli 2017

ECLI:NL:RVS:2017:2030Zaaknummer 201705637/2/A2

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26 juli 2017
Publicatiedatum
2 augustus 2017
Zaaknummer
201705637/2/A2
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 juni 2017 heeft de staatssecretaris geweigerd aan SIO startbekostiging, aanvullende bekostiging en reguliere bekostiging voor de periode van 1 augustus 2017 tot 1 januari 2018 te verstrekken voor een islamitische scholengemeenschap in Amsterdam.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Ouwehand, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Ouwehand

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2017

752.

Volledige tekst

201705637/2/A2.

Datum uitspraak: 26 juli 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de Stichting Islamitisch Onderwijs (hierna: SIO), gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

en

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 juni 2017 heeft de staatssecretaris geweigerd aan SIO startbekostiging, aanvullende bekostiging en reguliere bekostiging voor de periode van 1 augustus 2017 tot 1 januari 2018 te verstrekken voor een islamitische scholengemeenschap in Amsterdam.

Tegen dit besluit heeft SIO beroep ingesteld.

SIO heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 juli 2017, waar SIO, vertegenwoordigd door [bestuursleden] van SIO, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. J. Bootsma en mr. J.V. de Kort, beiden advocaat te Den Haag, en mr. P.J. van Putten, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2017:1979, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Derhalve is geen sprake meer van een geding. Daarom dient het verzoek als ongegrond te worden afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Ouwehand, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Ouwehand

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2017

752.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.