Uitspraak · Bestuursrecht
Raad van State, 12 juli 2017
ECLI:NL:RVS:2017:1843Zaaknummer 201600825/5/R2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 12 juli 2017
- Publicatiedatum
- 19 juli 2017
- Zaaknummer
- 201600825/5/R2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3488, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in zijn besluit van 21 oktober 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Grensweg 32" te herstellen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, griffier.
w.g. Uylenburg w.g. Matulewicz
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2017
45.
Volledige tekst
201600825/5/R2.
Datum uitspraak: 12 juli 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant] en anderen, allen wonend te [woonplaats],
verzoeker,
en
de raad van de gemeente Baarle-Nassau,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3488, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in zijn besluit van 21 oktober 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Grensweg 32" te herstellen.
Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad op 22 maart 2017 het bestemmingsplan "Grensweg 32" gewijzigd vastgesteld.
[appellant] en anderen zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de wijze waarop de gebreken zijn hersteld naar voren te brengen. Zij hebben daarvan gebruik gemaakt.
Voorts hebben [appellant] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
[appellant] en anderen, de raad en [belanghebbende A] en [belanghebbende B] hebben nadere stukken ingediend.
De voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juni 2017, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B] en de raad, vertegenwoordigd door ing. R.G.M. Louwes, J. Klei en R.E.S.S. Vliex, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende A] als belanghebbende gehoord.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2017:1824, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Derhalve is er geen sprake meer van een geding. Daarom dient het verzoek te worden afgewezen. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, griffier.
w.g. Uylenburg w.g. Matulewicz
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2017
45.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.