Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 17 januari 2017
ECLI:NL:RVS:2017:134Zaaknummer 201604688/1/V3
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 17 januari 2017
- Publicatiedatum
- 25 januari 2017
- Zaaknummer
- 201604688/1/V3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 mei 2016 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Dit besluit is aangehecht.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 16 juni 2016 in zaak nr. 16/10627;
III. verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, griffier.
w.g. Troostwijk w.g. Snijders
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2017
279
Volledige tekst
201604688/1/V3
Datum uitspraak: 17 januari 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 16 juni 2016 in zaak nr. 16/10627 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 18 mei 2016 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 16 juni 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.J.A. Rinkes, advocaat te Arnhem, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De staatssecretaris klaagt in de grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat met de verklaringen van de vreemdeling zoals neergelegd in het proces-verbaal van bevindingen van 25 januari 2016 de evidente meerderjarigheid van de vreemdeling onvoldoende is onderbouwd. Hiertoe voert de staatssecretaris aan dat de rechtbank door aldus te overwegen niet heeft onderkend dat de vreemdeling geen authentieke geboorteakte heeft overgelegd en blijkens informatie van de Franse autoriteiten daar als meerderjarig geregistreerd is. Gelet hierop bestond volgens de staatssecretaris derhalve geen aanleiding een leeftijdsonderzoek aan te bieden.
1.1. Vaststaat dat de vreemdeling bij aanmelding in Frankrijk een andere geboortedatum heeft opgegeven en daarmee in dat land als meerderjarig is geregistreerd. De vreemdeling heeft geen documenten overgelegd die zijn thans gestelde minderjarigheid aannemelijk maken. De staatssecretaris heeft zich in het besluit van 18 mei 2016 terecht op het standpunt gesteld dat de overgelegde geboorteakte niet volstaat, omdat het slechts een kopie betreft, en dat deze ook in originele vorm geen begin van bewijs van minderjarigheid is, nu de akte niet is afgegeven door de overheid van Nigeria. De staatssecretaris wijst er in het besluit verder terecht op dat het aan de vreemdeling is om zijn verklaring dat hij een andere geboortedatum in Frankrijk heeft opgegeven omdat hij daar gebruik maakte van het paspoort van een ander, aannemelijk te maken, hetgeen hij niet heeft gedaan. De staatssecretaris heeft derhalve terecht geen aanleiding gezien om te twijfelen aan de in Frankrijk geregistreerde geboortedatum en heeft reeds hierom geen aanleiding hoeven zien de vreemdeling een leeftijdsonderzoek aan te bieden.
De grief slaagt.
2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling, nu uit het vooroverwogene voortvloeit dat de voorgedragen beroepsgronden geen aanleiding geven voor een ander oordeel, het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 18 mei 2016 alsnog ongegrond verklaren.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 16 juni 2016 in zaak nr. 16/10627;
III. verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, griffier.
w.g. Troostwijk w.g. Snijders
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2017
279
Wetsartikelen in deze uitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2026:5578 Rechtbank Den Haag, 2 maart 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:739 Rechtbank Den Haag, 18 januari 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1815 Rechtbank Den Haag, 4 januari 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16266 Rechtbank Den Haag, 20 oktober 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13448 Rechtbank Den Haag, 21 juni 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10752 Rechtbank Den Haag, 8 februari 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16865 Rechtbank Den Haag, 16 november 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16632 Rechtbank Den Haag, 18 oktober 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16528 Rechtbank Den Haag, 22 september 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15824 Rechtbank Den Haag, 10 juni 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16464 Rechtbank Den Haag, 8 juni 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15759 Rechtbank Den Haag, 14 mei 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15729 Rechtbank Den Haag, 6 mei 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:14445 Rechtbank Den Haag, 16 februari 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:15015 Rechtbank Den Haag, 25 november 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:14981 Rechtbank Den Haag, 13 november 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:10018 Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:7465 Rechtbank Den Haag, 7 juli 2020 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2019:14251 Rechtbank Den Haag, 24 december 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2019:6910 Rechtbank Den Haag, 14 juni 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2019:4614 Rechtbank Den Haag, 20 februari 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2019:948 Rechtbank Den Haag, 5 februari 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2019:782 Rechtbank Den Haag, 25 januari 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:15703 Rechtbank Den Haag, 21 december 2018 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:13014 Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2018 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:10687 Rechtbank Den Haag, 5 september 2018 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:5244 Rechtbank Den Haag, 20 april 2018 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:5292 Rechtbank Den Haag, 19 april 2018 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:6312 Rechtbank Den Haag, 17 april 2018 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:5033 Rechtbank Den Haag, 9 april 2018 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:4450 Rechtbank Den Haag, 22 maart 2018 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:1947 Rechtbank Den Haag, 8 februari 2018 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:414 Rechtbank Den Haag, 18 januari 2018 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:1241 Rechtbank Den Haag, 15 januari 2018 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:15259 Rechtbank Den Haag, 20 december 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:15915 Rechtbank Den Haag, 21 november 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:13074 Rechtbank Den Haag, 14 november 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:12538 Rechtbank Den Haag, 27 oktober 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:12539 Rechtbank Den Haag, 27 oktober 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:12541 Rechtbank Den Haag, 27 oktober 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:12315 Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:13282 Rechtbank Den Haag, 19 oktober 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:11154 Rechtbank Den Haag, 26 september 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:12532 Rechtbank Den Haag, 31 augustus 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:8225 Rechtbank Den Haag, 13 juli 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:7941 Rechtbank Den Haag, 7 juli 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:8020 Rechtbank Den Haag, 7 juli 2017 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:7939 Rechtbank Den Haag, 6 juli 2017 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.