Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 22 oktober 2014

ECLI:NL:RVS:2014:3804Zaaknummer 201401394/1/R3

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22 oktober 2014
Publicatiedatum
22 oktober 2014
Zaaknummer
201401394/1/R3
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 november 2000 heeft het college het verzoek van [appellant] om een wijzigingsplan vast te stellen ten behoeve van de vestiging van een agrarisch bedrijf op het perceel Tuinbouwweg ongenummerd te Haarsteeg, kadastraal bekend gemeente Vlijmen (thans gemeente Heusden), sectie N, nr. 3003, afgewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. J. Kramer en mr. J.W. van de Gronden, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Pikart-van den Berg

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2014

350-662.

Volledige tekst

201401394/1/R3.

Datum uitspraak: 22 oktober 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Heusden,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 november 2000 heeft het college het verzoek van [appellant] om een wijzigingsplan vast te stellen ten behoeve van de vestiging van een agrarisch bedrijf op het perceel Tuinbouwweg ongenummerd te Haarsteeg, kadastraal bekend gemeente Vlijmen (thans gemeente Heusden), sectie N, nr. 3003, afgewezen.

Bij besluit van 14 mei 2013 heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 21 november 2000 opnieuw ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft zich bij mondelinge uitspraak van 12 februari 2014, zaak nr. 13/3512, onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep. Het beroep is doorgezonden naar de Afdeling.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting, gelijktijdig met het beroep van [appellant] in zaak nr. 201302234/1/R3, behandeld op 3 juni 2014, waar de raad en het college, beide vertegenwoordigd door J.E.W. van Baardwijk, mr. M.T.G. Küper en mr. J.A.M. Hermans, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 27, lid A.I, onder a en sub 1, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Buitengebied" van de gemeente Vlijmen, vastgesteld op 22 april 1991 en goedgekeurd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant op 10 december 1991, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd de bestemming "Agrarisch gebied" te wijzigen ten behoeve van de vestiging van een agrarisch bedrijf door ter plaatse van de vestiging de aanduiding "Agrarisch bouwvlak" aan te geven op de plankaart, met dien verstande dat het de nieuw- of hervestiging van een volwaardig agrarisch bedrijf betreft. Het verzoek van [appellant], dat door het college is afgewezen, heeft betrekking op toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid.

1.1. Bij besluit van 18 december 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Heusden Buitengebied" vastgesteld. Het perceel van [appellant] maakt deel uit van het plangebied. [appellant] heeft over het ontwerp van dit plan een zienswijze ingediend. In de zienswijzennota is ingegaan op de wens van [appellant] om aan zijn perceel een bouwvlak toe te kennen. De zienswijze van [appellant] is niet overgenomen door de raad, zodat het plan niet voorziet in het gewenste bouwvlak voor het perceel Tuinbouwweg ongenummerd, kadastraal bekend gemeente Vlijmen (thans gemeente Heusden), sectie N, nr. 3003. Tegen het besluit van 18 december 2012 heeft [appellant] beroep ingesteld, dat bij uitspraak van heden in zaak nr. 201302234/1/R3 inhoudelijk wordt beoordeeld en ongegrond verklaard. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat [appellant] bij een uitspraak op het beroep tegen het besluit op bezwaar van 14 mei 2013, waarbij de afwijzing van het verzoek om een wijzigingsplan vast te stellen is gehandhaafd, geen belang meer heeft.

1.2. Het beroep is niet-ontvankelijk.

1.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. J. Kramer en mr. J.W. van de Gronden, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Pikart-van den Berg

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2014

350-662.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.