Uitspraak · Bestuursrecht
Raad van State, 23 april 2014
ECLI:NL:RVS:2014:1446Zaaknummer 201307246/1/A2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 23 april 2014
- Publicatiedatum
- 23 april 2014
- Zaaknummer
- 201307246/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 maart 2012 heeft de CSG een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven (hierna: het fonds) afgewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. A. Hammerstein, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van staat.
w.g. Van Altena w.g. Dallinga
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2014
18-799.
Volledige tekst
201307246/1/A2.
Datum uitspraak: 23 april 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Benningbroek, gemeente Medemblik,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 27 juni 2013 in zaak nr. 12/1953 in het geding tussen:
[appellant]
en
de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: CSG).
Procesverloop
Bij besluit van 13 maart 2012 heeft de CSG een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven (hierna: het fonds) afgewezen.
Bij besluit van 22 juni 2012 heeft de CSG het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 27 juni 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De commissie heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 maart 2014, waar [appellant], bijgestaan door mr. M.S. Rozenbeek, advocaat te Haarlem, en de CSG, vertegenwoordigd door mr. H.K.M. Timmermans, werkzaam aldaar, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven kunnen uit het fonds uitkeringen worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen.
2. Op 18 januari 2012 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om een uitkering uit het fonds op de grond dat hij slachtoffer is geworden van een mishandeling.
Aan het besluit van 13 maart 2012, gehandhaafd bij dat van 22 juni 2012, heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellant] niet met voldoende objectieve gegevens aannemelijk heeft gemaakt dat op 27 juli 2008 een geweldsmisdrijf heeft plaatsgevonden, met de toedracht, aanleiding en zijn rol daarin zoals hij bij de aanvraag heeft verklaard.
3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de CSG zich op dit standpunt mocht stellen. Hij wijst daarbij op het arrest van het gerechtshof, dat ziet op de tegen hem ingestelde strafvervolging, waarin het hof overweegt dat sprake is geweest van een aaneenschakeling van gebeurtenissen, waarbij ook [appellant] gewond is geraakt, en dat niet valt uit te sluiten dat ook jegens [appellant] geweld is gebruikt. Bovendien zijn de verklaringen die de CSG bij haar oordeel heeft betrokken onbetrouwbaar, aldus [appellant].
3.1. Het is aan de aanvrager van een uitkering uit het fonds om met voldoende objectieve aanwijzingen aannemelijk te maken dat hij slachtoffer is geworden van een tegen hem opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Met het wijzen op evenbedoelde overweging van het hof, is [appellant] daarin niet geslaagd. Deze overweging houdt immers geen aanwijzing in voor de aannemelijkheid van de stelling van [appellant]. De stelling dat de verklaringen die de CSG bij haar oordeel heeft betrokken - waaronder de verklaring van degene die het beweerdelijke geweldsmisdrijf zou hebben gepleegd over de mogelijke dronkenschap van [appellant] - onbetrouwbaar zijn, kan evenmin leiden tot het daarmee beoogde doel. Ook indien die verklaringen buiten beschouwing worden gelaten is er geen grond voor het oordeel dat er voldoende objectieve aanwijzingen zijn dat [appellant] slachtoffer is geworden van een tegen hem opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De rechtbank is terecht en op goede gronden tot het oordeel gekomen dat de CSG in redelijkheid de gevraagde uitkering heeft kunnen weigeren.
Het betoog faalt.
4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. A. Hammerstein, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van staat.
w.g. Van Altena w.g. Dallinga
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2014
18-799.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBNHO:2013:5302 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Aangehaald in
- ECLI:NL:RVS:2021:1274 Raad van State, 16 juni 2021 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2322 Raad van State, 10 juli 2019 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:1867 Raad van State, 12 juni 2019 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:1538 Raad van State, 15 mei 2019 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:781 Raad van State, 13 maart 2019 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:785 Raad van State, 13 maart 2019 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:786 Raad van State, 13 maart 2019 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:591 Raad van State, 27 februari 2019 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2018:3543 Raad van State, 31 oktober 2018 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2018:3478 Raad van State, 24 oktober 2018 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2018:3480 Raad van State, 24 oktober 2018 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2017:2881 Raad van State, 25 oktober 2017 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2017:692 Raad van State, 15 maart 2017 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2013:5302 Rechtbank Noord-Holland, 27 juni 2013 (bestuursrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.