Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 4 april 2012

ECLI:NL:RVS:2012:BW0794Zaaknummer 201109543/1/R4

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
4 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201109543/1/R4
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 mei 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Emmen, Emmerschans" vastgesteld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in de naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.A. Oudenaarden, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Oudenaarden

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2012

568-718.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Procesverloop
  2. 2. Overwegingen
  3. 3. Beslissing

201109543/1/R4.

Datum uitspraak: 4 april 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Emmen,

en

de raad van de gemeente Emmen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 mei 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Emmen, Emmerschans" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 augustus 2011, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 27 september 2011.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 februari 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. T. de Beet, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door drs. M.A.G. Snijders en I.J. Weis, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een actualisatie van de planologische regeling voor de wijk Emmerschans te Emmen.

2.2. [appellant] kan zich er niet mee verenigen dat zijn perceel aan de [locatie A] te Emmen niet zodanig is bestemd dat het mogelijk is in gedeelten van een bestaande opstal op het achtererf appartementen te realiseren en te verhuren. Volgens hem past een woonbestemming goed in de omgeving, temeer nu op het naastgelegen perceel aan de [locatie B] eveneens appartementen worden verhuurd.

2.3. De raad heeft ter zitting toegelicht dat het plan conserverend van aard is en dat daarin geen nieuwe ontwikkelingen zijn meegenomen, tenzij daarvoor al vergunning is verleend. Hieraan is ten grondslag gelegd dat een snelle actualisering van verouderde bestemmingsplannen is beoogd.

2.4. De bestemming "Bedrijven-Milieucategorie 2" die aan het perceel van [appellant] is toegekend komt overeen met het huidige feitelijke gebruik. Ter zitting is gebleken dat een eerder verzoek van [appellant] om op de bovenverdieping van het bestaande bedrijfspand op zijn achtererf appartementen te mogen realiseren in 2008 is afgewezen omdat de appartementen, in de toen voorgestelde vorm, niet ruimtelijk inpasbaar werden geacht in de omgeving. De raad heeft ter zitting verklaard dat een eventueel aangepast verzoek van [appellant], wanneer daarin de stedenbouwkundige inpasbaarheid van het gehele perceel wordt betrokken, in een afzonderlijke procedure zal moeten worden beoordeeld. De raad heeft tevens toegelicht dat de verhuur van appartementen op het perceel aan de [locatie B] in strijd is met het bestemmingsplan en dat daartegen zal worden opgetreden. Gezien het voorgaande ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten om de feitelijk bestaande situatie als zodanig te bestemmen.

2.5. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in de naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.A. Oudenaarden, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Oudenaarden

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2012

568-718.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.