Uitspraak · Bestuursrecht
Raad van State, 21 juni 2010
ECLI:NL:RVS:2010:BO7070Zaaknummer 200906320/1/T3/H2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 21 juni 2010
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200906320/1/T3/H2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking van de Afdeling op een herhaald verzoek om verlenging van de bij tussenuitspraak van 17 maart 2010, in zaak nr. 200906320/1/T1/H2, bepaalde termijn voor het herstellen van het bij die uitspraak geconstateerde gebrek in het bestreden besluit.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
200906320/1/T3/H2.
Datum beschikking: 21 juni 2010
RAAD VAN STATE
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beschikking van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:
de Commissie voor Indicatiestelling van het Regionaal Expertise Centrum Vierland,
verzoekster,
om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 17 maart 2010, in zaak nr. 200906320/1/T1/H2, bepaalde termijn voor het herstellen van het bij die uitspraak geconstateerde gebrek in het bestreden besluit.
1. Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 17 maart 2010 heeft de Afdeling de Commissie opgedragen om binnen zes weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Bij beschikking van 29 april 2010 heeft de Afdeling de bij haar uitspraak van 17 maart 2010 bepaalde termijn verlengd tot 9 juni 2010.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 juni 2010, heeft de Commissie de Afdeling opnieuw verzocht om deze termijn te verlengen.
2. Overwegingen
2.1. De Commissie heeft nogmaals verzocht om verlenging van de hersteltermijn, omdat de deskundige die door beide partijen in onderling overleg is aangezocht niet in staat is binnen de gestelde termijn een rapport uit te brengen.
2.2. De voor herstel van een gebrek in het bestreden besluit bepaalde termijn is een bindende termijn. Slechts in bijzondere gevallen kan na een gemotiveerd verzoek verlenging van deze termijn worden verleend. Het verzoek moet binnen de bij de tussenuitspraak dan wel beschikking bepaalde termijn worden ingediend.
2.3. Nu de Commissie in onderling overleg met [wederpartijen] een deskundige heeft aangezocht voor het doen van nader onderzoek, deze door beide partijen aangezochte deskundige niet in staat is binnen de gestelde termijn rapport uit te brengen en [wederpartijen] hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de nadere verlenging van de termijn als verzocht door de Commissie, bestaat aanleiding die termijn nogmaals te verlengen.
3. Beschikking
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verlengt de bij haar uitspraak van 17 maart 2010 bepaalde termijn tot 9 juli 2010.
Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. C.J.M. Schuyt, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat.
Uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2010
Verzonden: 21 juni 2010
Wetsartikelen in deze uitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2627 Rechtbank Den Haag, 10 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.