Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 6 juli 2010

ECLI:NL:RVS:2010:BN1054Zaaknummer 201003348/2/R2

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201003348/2/R2
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 januari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Daams Molen" vastgesteld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Nienhuis

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2010

466-545.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Procesverloop
  2. 2. Overwegingen
  3. 3. Beslissing

201003348/2/R2.

Datum uitspraak: 6 juli 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats], gemeente Epe,

en

de raad van de gemeente Epe,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 januari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Daams Molen" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 april 2010, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 juli 2010, waar [verzoeker], en de raad, vertegenwoordigd door mr. A. Kisjes, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan betreft een planologische regeling voor de 'Daams Molen' in Vaassen. Op grond van het plan is het mogelijk om de bestaande molen ongeveer 5 meter op te hogen tot maximaal 24,5 meter.

2.3. [verzoeker] woont op een afstand van ruim 1100 meter van het plangebied. Vanuit zijn woning heeft hij geen zicht op het plangebied. Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die binnen het plangebied mogelijk worden gemaakt, is deze afstand naar het oordeel van de voorzitter te groot om een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang te kunnen aannemen. Voorts heeft [verzoeker] geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstand een objectief en persoonlijk belang rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt. Een louter subjectief gevoel van betrokkenheid bij een besluit, hoe sterk dat gevoel ook is, is daarvoor niet voldoende.

De voorzitter heeft dan ook de verwachting dat [verzoeker] in de bodemprocedure niet als belanghebbende zal worden aangemerkt en dat zijn beroep daarom niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.4. Gelet hierop dient het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Nienhuis

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2010

466-545.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.