Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 24 februari 2009

ECLI:NL:RVS:2009:BH4604Zaaknummer 200900675/2/M1

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200900675/2/M1
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juli 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo (hierna: het college) aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van voorschrift D.2, onder a, verbonden aan de bij besluit van 22 december 2003 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor de productie van vleeswaren op het adres [locatie] te [plaats].

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. Teuben, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Teuben

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2009

483.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Procesverloop
  2. 2. Overwegingen
  3. 3. Beslissing

200900675/2/M1.

Datum uitspraak: 24 februari 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Venlo,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 juli 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo (hierna: het college) aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van voorschrift D.2, onder a, verbonden aan de bij besluit van 22 december 2003 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor de productie van vleeswaren op het adres [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 9 december 2008 heeft het college het door [verzoekster] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 januari 2009, beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 februari 2009, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door ing. P.C. van Gelder en A.G.M. Groot, en het college, vertegenwoordigd door mr. C.H.J.M. Michels en ing. A.G. Wiersema, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Uit de stukken blijkt dat [verzoekster] opdracht heeft gegeven tot plaatsing van een ontwateringsinstallatie. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting kan worden aangenomen dat door het gebruik van die installatie de overtreding van voorschrift D.2, onder a, zal worden beëindigd. Bij brief van 3 februari 2009 heeft het college verklaard de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom vanwege de concreet op handen zijnde plaatsing van de ontwateringsinstallatie te verlengen tot 1 juni 2009. Niet aannemelijk is geworden dat het niet mogelijk is de ontwateringsinstallatie binnen die termijn te plaatsen en in gebruik te nemen, te meer nu [verzoekster] herhaaldelijk heeft gesteld dat de uitvoering van deze maatregel in april 2009 kan zijn voltooid.

Onder die omstandigheden bestaat naar het oordeel van de voorzitter geen onverwijlde spoed die, gelet op de betrokken belangen, vereist dat een voorlopige voorziening wordt getroffen.

2.3. Gelet hierop ziet de voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. Teuben, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Teuben

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2009

483.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.