Uitspraak · Bestuursrecht
Raad van State, 27 augustus 2008
ECLI:NL:RVS:2008:BE9272Zaaknummer 200800487/1
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2008
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200800487/1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 augustus 2006 heeft prof. dr. L.W. Nauta, examinator van het mastervak Thomas Hobbes, aan [appellante] medegedeeld haar tot dit vak behorende werkstuk met het cijfer vijf te waarderen.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van Staat.
w.g. Polak w.g. Bindels
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2008
18-505.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
200800487/1.
Datum uitspraak: 27 augustus 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak nr. 07/818 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 december 2007 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van beroep voor de examens van de Rijksuniversiteit Groningen.
1. Procesverloop
Bij besluit van 21 augustus 2006 heeft prof. dr. L.W. Nauta, examinator van het mastervak Thomas Hobbes, aan [appellante] medegedeeld haar tot dit vak behorende werkstuk met het cijfer vijf te waarderen.
Bij besluit van 4 april 2007 heeft het college van beroep voor de examens van de Rijksuniversiteit Groningen (hierna: het college van beroep) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 7 december 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de rechtbank) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 januari 2008, hoger beroep ingesteld.
Het college van beroep heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 juli 2008, waar [appellante], in persoon, en het college van beroep, vertegenwoordigd door zijn secretaris mr. C.J. Noordzij, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ter zitting van de Afdeling is gebleken dat [appellante] inmiddels een ander mastervak met een voldoende cijfer heeft afgesloten, waardoor zij de vereiste zes mastervakken heeft behaald en zij het mastervak Thomas Hobbes niet meer hoeft te doen. Gevraagd naar het thans nog bestaande procesbelang, heeft zij ter zitting aangegeven dat zij zich onjuist behandeld voelt en dat zij om principiële redenen de vraag beantwoord wenst te zien of het besluit van 4 april 2007 rechtmatig was.
De bestuursrechter is evenwel slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een bij hem ingediend beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Indien dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan.
Nu niet is gebleken dat [appellante] nog een rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, dient dit niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van Staat.
w.g. Polak w.g. Bindels
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2008
18-505.
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22813 Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22136 Rechtbank Den Haag, 18 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19486 Rechtbank Den Haag, 24 oktober 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2662 Raad van State, 1 juli 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:4404 Raad van State, 24 december 2019 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:CBB:2019:329 College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30 juli 2019 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2018:3423 Rechtbank Rotterdam, 3 mei 2018 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2018:10297 Rechtbank Noord-Holland, 5 februari 2018 (omgevingsrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2018:10298 Rechtbank Noord-Holland, 5 februari 2018 (omgevingsrecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2017:6412 Rechtbank Oost-Brabant, 12 december 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RVS:2017:2880 Raad van State, 25 oktober 2017 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2017:1287 Raad van State, 17 mei 2017 (bestuursrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.