Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 14 mei 2003

ECLI:NL:RVS:2003:AF8940Zaaknummer 200206832/1

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14 mei 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200206832/1
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Sparreboom

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2003

195-209.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Procesverloop
  2. 2. Overwegingen
  3. 3. Beslissing

200206832/1.

Datum uitspraak: 21 mei 2003

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage van 7 november 2002 in het geding tussen:

appellant

en

de raad voor rechtsbijstand 's-Gravenhage.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 juni 2001 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand 's-Gravenhage een aanvraag van appellant om toevoeging in de zin van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb) afgewezen.

Bij besluit van 26 september 2001 heeft de raad voor rechtsbijstand

's-Gravenhage (hierna: de raad) het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 november 2002, verzonden op 14 november 2002, heeft de rechtbank te 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 december 2002, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 27 januari 2003. Deze brieven zijn aangehecht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak behandeld ter zitting van 25 april 2003, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. M.A. Molier, advocaat te Rotterdam, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb) wordt rechtsbijstand niet verleend, indien het rechtsbelang, waarop het verzoek betrekking heeft, de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf betreft, tenzij voortzetting van het beroep of bedrijf afhankelijk is van het resultaat van de verzochte rechtsbijstand.

2.2. Appellant is gedagvaard tot betaling van een gesubrogeerde geldvordering wegens het uit elkaar nemen van een door appellant gekochte oplegger op het terrein, waarop appellant zijn sloperij uitoefende. Deze oplegger was ontvreemd van een verzekeringnemer van eiseres tot betaling. Het verzoek om toevoeging betreft rechtsbijstand in deze procedure.

2.3. Appellant voert in hoger beroep aan dat de rechtbank heeft miskend dat hij, gelet op zijn gezondheid, de aard van de vordering en de gevolgen voor hem bij toewijzing daarvan, alsmede de redelijkheid en billijkheid, in aanmerking had moeten komen voor de gevraagde toevoeging.

2.4. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de raad op goede gronden heeft geconcludeerd dat de geldvordering betrekking heeft op de uitoefening van een zelfstandig bedrijf, als bedoeld in artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wrb en dat de bepaling aan verlening van de gevraagde toevoeging in de weg staat. De door appellant gestelde omstandigheden kunnen daaraan niet afdoen.

2.5. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Sparreboom

Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2003

195-209.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.