Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 oktober 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:9928Zaaknummer BRE 25/188

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12 oktober 2026
Publicatiedatum
19 oktober 2026
Zaaknummer
BRE 25/188
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

8:54; beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Dekkers, griffier.

griffier rechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 25/188

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 12 januari 2025. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer].

2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

4. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 53,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.

Betalingsonmacht

5. Bij bericht van 16 juli 2025 heeft belanghebbende aangegeven niet in staat te zijn het griffierecht te voldoen wegens betalingsonmacht. Belanghebbende heeft daarbij een overzicht gegeven van haar vermogen op dat moment. Bij aangetekend verzonden brief van 21 juli 2025 is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken het beroep op betalingsonmacht (nader) te onderbouwen. De enveloppe is ongeopend ter griffie ontvangen met daarop de melding “niet afgehaald – retour afzender”. Aangezien de rechtbank meerdere aangetekend verzonden brieven ongeopend retour heeft ontvangen, heeft de rechtbank telefonisch contact opgenomen met belanghebbende. Naar aanleiding van dit telefonisch contact heeft belanghebbende toegang gekregen tot het digitaal dossier. De griffier heeft vervolgens op 1 december 2025 een bericht geplaatst in het digitaal dossier van belanghebbende. Belanghebbende is hierbij nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen. Hier is niet op gereageerd. Hierdoor beschikt de rechtbank niet over alle relevante gegevens, zoals het netto-inkomen van belanghebbende, om het beroep op betalingsonmacht te kunnen beoordelen. De griffier heeft vervolgens bij bericht van 18 december 2025 het beroep op betalingsonmacht afgewezen.

Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?

6. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekend verzonden brief van 19 januari 2026 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De aangetekend verzonden brief is ongeopend terugontvangen met de vermelding “niet afgehaald, retour afzender”. Blijkens de na de retourontvangst ingewonnen informatie staat belanghebbende in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres zoals vermeld op de brief. De griffier heeft vervolgens op 2 februari 2026 om 12:15 uur de aangetekend verzonden brief in het digitaal dossier van belanghebbende geplaatst. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door haar voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 2 februari 2026 heeft ontvangen.[_188a8669-4431-4b75-9aa9-bb9427f1fdf6]

7. Vervolgens heeft de rechtbank nogmaals op 22 mei 2026 en 22 juni 2026 een nota in het digitaal dossier geplaatst en belanghebbende gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. Van de plaatsing van deze berichten is telkens op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door haar voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende deze berichten op 22 mei 2026 en 22 juni 2026 heeft ontvangen.[_0fef2d4f-3dfc-41d5-b703-bb0a5627834f]

8. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald.

Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?

9. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Dekkers, griffier.

griffier rechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.