Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 oktober 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:9632Zaaknummer BRE 25/3699

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
1 oktober 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
BRE 25/3699
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. Terecht n-o verklaard, bezwaar niet tijdig.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026 en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats] , eiser
  2. Centraal Administratie Kantoor, het CAK
  3. Inleiding en procesverloop
  4. Overwegingen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/3699 WLZ

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 1 oktober 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

Centraal Administratie Kantoor, het CAK

Inleiding en procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar tegen de vaststelling van de eigen bijdrage in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz).

1.1.

Met het besluit van 14 januari 2025 (primair besluit) heeft het CAK de eigen bijdrage voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 11 februari 2025 vastgesteld op

€ 956,13. Met het bestreden besluit van 13 juni 2025 heeft het CAK het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

1.2.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het CAK heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.3.

Eisers gemachtigde heeft op 1 oktober 2026 om 01:25 uur per e-mail verzocht om aanhouding van de zitting omdat het tijdstip was gewijzigd van 09:15 naar 10:00 uur. De rechtbank heeft dit aanhoudingsverzoek afgewezen. Het verzoek is pas in de nacht voor de zitting ingediend bij de rechtbank, terwijl de gemachtigde al op 29 september op de hoogte was van de wijziging van het tijdstip, zo blijkt uit diens e-mail. Bovendien heeft de gemachtigde niet onderbouwd waarom het door de wijziging van het tijdstip niet meer mogelijk was om deel te nemen aan de zitting.

1.4.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2026. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Het CAK heeft zich laten vertegenwoordiger door [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2]. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.

Overwegingen

2. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.[_f1f41a6d-c30a-4824-95fd-10d10ee2ad36] Wanneer het bezwaarschrift met de gewone post wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. Die voorwaarden zijn dat het bezwaarschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij het bestuursorgaan is ontvangen. [_647861c2-888e-4fef-9c84-91a92bdd20e8].

3. De rechtbank stelt vast dat de bezwaartermijn eindigde op 25 februari 2025, maar dat eisers bezwaarschrift pas op 13 maart 2025 door het CAK is ontvangen. Dat is in beginsel te laat. Eiser stelt dat hij het bezwaarschrift op 24 februari 2025 per post heeft verstuurd. Normaliter kan dit gecontroleerd worden via de poststempel op de enveloppe, maar het CAK heeft de enveloppe niet bewaard. Volgens vaste rechtspraak mag die omstandigheid niet tegengeworpen worden aan eiser, maar komt dit voor het risico van het CAK.

3.1.

In bezwaar heeft eiser aangevoerd dat de bezwaartermijn verstreken was op het moment dat de boekhouder het dossier had teruggegeven. Dit lijkt strijdig met de gestelde verzending per post op 24 februari 2025, maar wellicht ziet eisers verklaring op de late reactie op de brief van het CAK van 16 mei 2025 over de verontschuldigbaarheid van het verzuim.

3.2.

Als de rechtbank ervan uitgaat dat het bezwaarschrift op 24 februari 2025 per post is verzonden, is in ieder geval niet voldaan aan de tweede volwaarde van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb, namelijk dat het bezwaarschrift binnen een week na afloop van de termijn moet zijn ontvangen. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend.

3.3.

Eiser heeft in het kader van de verontschuldigbaarheid alleen aangevoerd dat de te late bezorging te wijten is aan Post NL en dat dit niet voor zijn rekening komt. De rechtbank realiseert zich dat Post NL niet meer standaard binnen twee dagen de post bezorgt. In dit geval gaat het echter niet om een paar dagen, maar is het bezwaarschrift 17 dagen te laat bezorgd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit te wijten is aan Post NL. De te late indiening blijft daarom voor risico van eiser.

3.4.

Gelet op de duidelijke termijnoverschrijding en de reden die eiser daarvoor heeft gegeven, mocht het CAK het bezwaar als kennelijk niet-ontvankelijk afdoen. Daarbij mocht ook worden afgezien van houden van een hoorzitting.

3.5.

Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026 en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Voetnoten

  1. Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb).
  2. Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.