Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 september 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:9628Zaaknummer R.02/26/1187

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
7 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
R.02/26/1187
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toelating WSNP, verzoek toegewezen met hardheidsclausule en eerdere ingangsdatum.

De rechtbank:

4.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoeker],geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats], wonende te [woonadres];

4.2.

stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf woensdag 7 januari 2026;

4.3.

benoemt tot rechter-commissaris mr. M.D.E. Leppens;

4.4.

benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres];

4.5.

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

4.6.

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;

4.7.

stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Dit is de beslissing van mr. Ebben, rechter, in samenwerking met Buijs-van Domburg, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op maandag 7 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Team Insolventie

Zittingsplaats Breda

Rekestnummer: NL:TZ:2616597:R-RK

Vonnis van maandag 7 september 2026

op het verzoek van

[verzoeker], v.h.o.d.n. [bedrijf],

geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats],

wonende te [woonadres],

verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Samenvatting

[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.

De rechtbank wijst de verzoeken toe.

1 De procedure

1.1.

De procedure bestaat uit:

- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;

- de zitting van maandag 7 september 2026, waarbij aanwezig waren:

- [verzoeker];

- mevrouw [persoon 1] namens Kredietbank Nederland;

- mevrouw [persoon 2] namens de gemeente Dongen.

1.2.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 Het verzoek

2.1.

[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 van de herziene verordening (VERORDENING (EU) 2015/848 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD) bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.

3.2.

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Er is geen grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. De rechtbank overweegt daarbij dat voor zover er schulden zijn die jonger zijn dan 3 jaar en die niet te goeder trouw zijn ontstaan (CJIB en Belastingdienst), toepassing van de zogenoemde hardheidsclausule aan de orde is, omdat [verzoeker] geen auto meer op haar naam heeft en haar bedrijf heeft beëindigd. Daarnaast heeft zij de rechtbank ervan weten te overtuigen dat zij een persoonlijke ontwikkeling en een gedragsverandering heeft ingezet.

3.3.

De rechtbank ziet aanleiding om - gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) - het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling ex artikel 349a Fw te vervroegen. [verzoeker] heeft vanaf aanvang schuldregeling 28 uur per week gewerkt in de zorg. Vanaf juni 2026 werkt zij 32 uur per week in de zorg. Ook heeft zij (meer dan) voldoende afgedragen. De rechtbank zal het verzoek om de regeling eerder te laten ingaan toewijzen en uitgaan van een ingangsdatum van 7 januari 2026.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoeker],geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats], wonende te [woonadres];

4.2.

stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf woensdag 7 januari 2026;

4.3.

benoemt tot rechter-commissaris mr. M.D.E. Leppens;

4.4.

benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres];

4.5.

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

4.6.

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;

4.7.

stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Dit is de beslissing van mr. Ebben, rechter, in samenwerking met Buijs-van Domburg, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op maandag 7 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.