Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 oktober 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:9485Zaaknummer BRE 26/5474
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 13 oktober 2026
- Zaaknummer
- BRE 26/5474
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek om ordemaatregel afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel af.
Deze tussenuitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 1 oktober 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/5474
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 oktober 2026 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], uit [plaats], verzoekers
(gemachtigde: mr. I. Kotliar),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (het college).
Procesverloop
Verzoekers zijn afkomstig uit Oekraïne. Zij krijgen opvang in de gemeente Tilburg op grond van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne. Bij besluit van 17 september 2026 heeft het college aan verzoekers medegedeeld dat zij moeten verhuizen van de opvanglocatie aan de [locatie 1] in [plaats] naar de opvanglocatie aan de [locatie 2] te [plaats].
Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Vervolgens hebben zij op 29 september 2026 de voorzieningenrechter verzocht om een ordemaatregel te treffen.
Op het verzoek om een ordemaatregel doet de voorzieningenrechter nu uitspraak. Omdat onverwijlde spoed ontbreekt, is een zitting achterwege gebleven.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Verzoekers hebben verzocht om een ordemaatregel te treffen die voorkomt dat de kamer aan de [locatie 1] aan een derde wordt toegewezen en die verzoekers in staat stelt om terug te keren naar die kamer.
2. De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanleiding voor het treffen van een ordemaatregel. Bij het al dan niet treffen van een ordemaatregel is van belang of verzoeker de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening kan afwachten, of dat zich reeds in de periode tot aan die uitspraak ernstige en onomkeerbare gevolgen voordoen die tot onmiddellijk rechterlijk ingrijpen nopen. De bevoegdheid om een ordemaatregel te treffen is dus bedoeld voor bijzondere gevallen.
3. Wat verzoekers hebben aangevoerd, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden aangemerkt als een bijzonder geval. Vaststaat dat verzoekers op dit moment opvang aangeboden wordt op een andere locatie in [plaats]. Ook blijkt uit de door verzoekers overgelegde correspondentie met het college dat zij op elk moment hun intrek kunnen nemen in de kamer op de opvanglocatie aan de [locatie 2]. Weliswaar is de vrees dat de kamer aan de [locatie 1] niet langer beschikbaar is op het moment dat een uitspraak in de voorlopige voorzieningenprocedure wordt gedaan invoelbaar, maar dit kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet als ernstig en onomkeerbaar gevolg worden beschouwd. Mocht het verzoek om terugkeer naar de kamer aan de [locatie 1] te zijner tijd worden toegewezen, dan is het aan het college om daar uitvoering aan te geven.
4. Over de verdere behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening zal de rechtbank partijen zo snel mogelijk nader informeren.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel af.
Deze tussenuitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 1 oktober 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.