Uitspraak · Omgevingsrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 september 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:9381Zaaknummer 24/7863
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 2 september 2026
- Publicatiedatum
- 13 oktober 2026
- Zaaknummer
- 24/7863
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Omgevingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Uitspraak na een bestuurlijke lus.
De rechtbank:
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen bestreden besluit I niet ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen bestreden besluit II ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, en mr. N. van Asten, griffier, op 2 september 2026 en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl. De griffier is buiten staat om deze uitspraak te ondertekenen.
| rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: 24/7863
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2026 in de zaak tussen
[eiseres] c.s., uit [plaats 1], eiseres,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen, het college.
Inleiding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 oktober 2024 (bestreden besluit I) over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het plan ‘ [omgevingsplan] ’ aan de [locatie] in [plaats 2].
De rechtbank heeft het beroep op 5 december 2025 op zitting behandeld.
In de tussenuitspraak van 16 januari 2026 heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen tien weken na verzending daarvan, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Het college heeft op 27 maart 2026 in reactie op de tussenuitspraak een besluit van 25 maart 2026 overgelegd (bestreden besluit II), waarin het college heeft besloten om bestreden besluit I in te trekken en – na een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de gemeenteraad – opnieuw een omgevingsvergunning te verlenen voor het plan. Eiseres heeft daar op 6 juli 2026 op gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Op 21 augustus 2026 is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank kan, behalve in uitzonderlijke gevallen, niet terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Dit vanwege de rechtszekerheid van de bij het geschil betrokken partijen, maar ook vanwege het gezag van de tussenuitspraak en het belang van efficiënte en finale geschilbeslechting. Een uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat de rechtbank uitgaat van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel.[_62f50fca-62a2-499e-b911-b8f9efd5aa39]
2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank ambtshalve overwogen dat bestreden besluit I een gebrek kent. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college ten onrechte geen vvgb aan de gemeenteraad had gevraagd. De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld om alsnog een vvgb te vragen aan de gemeenteraad. Bij bestreden besluit II heeft het college besloten om bestreden besluit I in te trekken en – na een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de gemeenteraad – opnieuw een omgevingsvergunning met dezelfde motivering te verlenen voor het plan.
3. Het college heeft bestreden besluit I ingetrokken. Gelet hierop heeft eiseres geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen bestreden besluit I. De rechtbank verklaart daarom het beroep voor zover gericht tegen bestreden besluit I wegens het ontvallen van procesbelang niet ontvankelijk.
4. Het beroep heeft op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van rechtswege mede betrekking op bestreden besluit II. Eiseres heeft op 6 juli 2026 gereageerd op bestreden besluit II. Eiseres schrijft dat zij achter haar beroepschrift blijft staan en dat het aan de rechtbank is om te beoordelen of het gebrek ten aanzien van de vvgb is hersteld.
5. De rechtbank is van oordeel dat het college het geconstateerde gebrek in bestreden besluit II heeft hersteld. Het college heeft een vvgb ten grondslag gelegd aan het verlenen van de omgevingsvergunning. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank al overwogen dat de beroepsgronden van eiseres tegen het verlenen van de omgevingsvergunning niet kunnen slagen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep tegen bestreden besluit II ongegrond verklaren.
6. Omdat de rechtbank het gebrek in de tussenuitspraak ambtshalve heeft vastgesteld, ziet de rechtbank geen aanleiding om het college op te dragen om aan eiseres het door haar betaalde griffierecht te vergoeden. Om diezelfde reden ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen bestreden besluit I niet ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen bestreden besluit II ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, en mr. N. van Asten, griffier, op 2 september 2026 en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl. De griffier is buiten staat om deze uitspraak te ondertekenen.
| rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.