Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 september 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:9175Zaaknummer BRE 25/4455 WIA
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Publicatiedatum
- 14 oktober 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/4455 WIA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Weigering aanvraag WIA-uitkering. Eiseres is minder dan 35% arbeidsongeschikt.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.H.A.M. Verkooijen, griffier, op 23 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Bijlage wettelijk kader
In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4455 WIA
uitspraak van 23 september 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres,
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor [locatie] ), verweerder,
gemachtigde: [gemachtigde 2].
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de weigering om een uitkering op grond van de Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aan eiseres toe te kennen. Eiseres is het hier niet mee eens. Aan de hand van de door eiseres aangevoerde beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres op goede gronden heeft vastgesteld.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht heeft
geweigerd om aan eiseres per 4 juni 2024 een WIA-uitkering toe te kennen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
2. Eiseres is werkzaam geweest als administratief medewerker bij [bedrijf],
voor gemiddeld 24 uur per week. Voor dat werk is zij op 7 juni 2022 uitgevallen vanwege medische klachten. Op 11 maart 2024 is door eiseres een WIA-uitkering aangevraagd.
Het UWV heeft met het besluit van 24 juni 2024 (primair besluit) geweigerd per
4 juni 2024 aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Met het bestreden besluit van 16 juli 2025 is het bezwaar van eiseres ongegrond
verklaard. De mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres wordt vastgesteld op 24,47%, waardoor zij geen recht heeft op een WIA-uitkering.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 1 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben
deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.
De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.
Beoordeling door de rechtbank
Grondslag bestreden besluit
3. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiseres minder
dan 35% arbeidsongeschikt is.
Wettelijk kader
4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden
in de bijlage bij deze uitspraak.
Toetsingskader
5. Bij de beoordeling of het bestreden besluit juist is, is van belang of eiseres
medische beperkingen heeft en of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.
Zijn de beperkingen juist vastgesteld?
6. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd
op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.
De primaire verzekeringsarts heeft eiseres (telefonisch) gesproken op 11 juni
2024. Er heeft dossieronderzoek plaatsgevonden waarbij medische informatie van de orthopedisch chirurg, revalidatiearts en reumatoloog is betrokken in het onderzoek. Ook heeft de verzekeringsarts een psychisch onderzoek verricht. Er vond een telefonische beoordeling plaats, waardoor geen lichamelijk onderzoek is verricht. Verder is het dagverhaal bij eiseres uitgevraagd.
De primaire verzekeringsarts heeft vastgesteld dat eiseres bekend is met polyartrose, tendomyogene pijnklachten en reactieve psychische klachten. Zij is daardoor beperkt ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren. Verder is eiseres aangewezen op licht fysieke werkzaamheden waarbij met name de handen, voeten en rug niet te zwaar worden belast en daarbij ook voldoende afwisseling van houding nodig is. Volgens de verzekeringsarts is er geen strikte grond voor een urenbeperking, maar is een geleidelijke opbouw in uren wel wenselijk. De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres heeft de primaire verzekeringsarts neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van
11 juni 2024.
De verzekeringsarts b&b heeft eiseres gezien op het spreekuur van 19 mei 2025.
De medische informatie uit de rapportage van de primaire verzekeringsarts heeft de verzekeringsarts b&b betrokken in het eigen onderzoek. Daarnaast is gedurende het spreekuur zowel een psychisch als lichamelijk onderzoek verricht. Ook is het dagverhaal van eiseres verkregen. De verzekeringsarts b&b heeft gerapporteerd dat eiseres bekend is met klachten van haar bewegingsapparaat als gevolg van artrose ter hoogte van verschillende gewrichten, spierpeesklachten en fibromyalgie. Haar voeten, heupen, rug en staartbeen geven het meeste last. Ook heeft ze last van haar handen en kampt zij met psychische klachten, in de vorm van problemen met de acceptatie van de klachten van het bewegingsapparaat.
Volgens de verzekeringsarts b&b is geen sprake van volledige arbeidsongeschiktheid op medische gronden. Eiseres is immers niet in een ziekenhuis of instelling opgenomen, is niet bedlegerig en niet ADL-afhankelijk. Ook is er geen onvermogen tot persoonlijk en sociaal functioneren, noch is sprake van een terminale aandoening.
De verzekeringsarts b&b komt wel tot de conclusie dat de beperkingen en
mogelijkheden van eiseres anders zijn dan aangegeven in de FML van de primaire verzekeringsarts. Op basis van zijn onderzoeksbevindingen heeft eiseres bewegingsbeperkingen en is ze aangewezen op werk waarbij haar handen, voeten, rug, bekken en heupen niet zwaar worden belast. Ook is ze gevoelig voor overbelasting en hierdoor aangewezen op fysiek niet zware werkzaamheden. Er zijn beperkingen aangenomen ten aanzien van de fysiek meest zware items en de items die de handen, voeten, rug, bekken en heupen zwaar belasten. Er zijn lichte beperkingen aangenomen ten aanzien van klimmen, werken met toetsenbord en/of muis en zitten tijdens het werk. Verder is de beperking ten aanzien van zitten verwijderd in de FML, omdat eiseres haar heupen en rug nog soepel kon bewegen tijdens het lichamelijk onderzoek. Wel is aangegeven dat eiseres geregeld moet kunnen vertreden. Ook was een toelichting opgenomen bij werken met toetsenbord en/of muis dat eiseres dit niet langer dan 30 minuten aaneengesloten kan. Aangezien eiseres dit volgens de verzekeringsarts b&b wel langer dan 30 minuten kan doen als zij een ergonomische houding heeft, is deze toelichting verwijderd. Er is bij eiseres gelet op haar klachten ook een beperking ten aanzien van klimmen aangenomen.
Daarnaast heeft de verzekeringsarts b&b aangegeven dat sprake is van psychische klachten als gevolg van de acceptatie van de fysieke klachten. Door de psychische klachten is eiseres aangewezen op psychisch niet heel zwaar belastend werk. Hiermee is volgens de verzekeringsarts b&b voldoende rekening gehouden in de FML, omdat de psychisch meest belastende items beperkt zijn.
De verzekeringsarts b&b heeft de FML van de primaire verzekeringsarts aangepast. De primaire verzekeringsarts liet de FML ingaan op 11 juni 2024, terwijl de wachttijd eindigt op 4 juni 2024. De verzekeringsarts b&b heeft de aangepaste FML daarom laten ingaan op
4 juni 2024.
De verzekeringsarts b&b heeft in beroep naar aanleiding van de door eiseres
ingebrachte informatie gesteld dat er geen aanleiding is het medische oordeel te wijzigen. De informatie die is ingebracht, was al bekend ten tijde van de bezwaarprocedure en er komen geen nieuwe diagnoses of objectiveerbare bevindingen uit naar voren om verdergaande beperkingen aan te nemen.
Eiseres voert aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig is geweest. De
verzekeringsarts b&b had informatie moeten inwinnen of gerichte vragen moeten stellen aan de huisarts, revalidatiearts en reumatoloog. Daar is eiseres immers onder behandeling geweest met haar klachten.
Eiseres kan zich ook niet vinden in het dagverhaal zoals dat is beschreven. Niet alle door haar benoemde aspecten zijn hierin neergelegd. Eiseres merkt dat spanningen en stress van grote invloed zijn op het ontstaan van haar lichamelijke klachten. De combinatie van psychische en lichamelijke klachten zorgt ervoor dat zij ernstig beperkt wordt in haar dagelijks functioneren. Zij stelt daarom dat een onafhankelijk deskundige moet worden geraadpleegd om zo een goed beeld van haar klachten en beperkingen te kunnen krijgen.
Verder heeft eiseres tegen het medisch oordeel van het UWV aangevoerd dat zij volledig
arbeidsongeschikt is, althans meer beperkt dan door de verzekeringsartsen is aangenomen. Bij het onderzoek zijn bepaalde (lichamelijke) beperkingen onderbelicht gebleven. Door de pijnklachten is sprake van verminderd cognitief functioneren, stemmingswisselingen, vermoeidheidsklachten en slaapproblemen.
Ook heeft eiseres aangevoerd dat zij onder andere het medicijn amitriptyline gebruikt. Gezien de bijwerkingen van dit medicijn was een beperking ten aanzien van persoonlijk risico volgens eiseres te verwachten. Voor haar is niet duidelijk waarom geen beperking is aangenomen op deze rubriek.
Tot slot stelt eiseres dat ten onrechte geen, althans te weinig beperkingen zijn aangenomen ten aanzien van de aspecten concentreren, reiken, (langdurig) zitten, staan en lopen, traplopen, klimmen, duwen of trekken, tillen of dragen, buigen, torderen, reiken, frequent (zware) lasten hanteren, grijpkracht, tillen en dragen en afwisseling van houding.
De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende
zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Uit de rapporten van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten, waaronder haar fysieke klachten, het verminderd cognitief functioneren, stemmingswisselingen, vermoeidheidsklachten en slaapproblemen. Eiseres heeft met beide verzekeringsartsen gesproken en is lichamelijk onderzocht door de verzekeringsarts b&b. Uit de rapportages is niet gebleken dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest. Verder volgt uit de rapportages dat is ingegaan op de op dat moment bekende medische informatie over eiseres. Eiseres stelt dat medische informatie moest worden opgevraagd gedurende de bezwaarfase. Het UWV heeft terecht aangevoerd dat de verzekeringsarts b&b mag afgaan op zijn eigen bevindingen.[_5ca21126-106e-46ec-8279-37dbe3f83009] Daarnaast heeft eiseres tijdens het spreekuur in de bezwaarfase zelf aangegeven dat er niet meer informatie was dan in het kader van de bezwaarfase is overhandigd. Bovendien stond eiseres op het moment van de bezwaarprocedure niet meer onder behandeling. Dit leidt tot het oordeel dat het UWV zich terecht op het standpunt heeft kunnen stellen dat het onderzoek zorgvuldig is geweest en dat geen nadere medische informatie hoefde te worden opgevraagd.
Daarnaast hebben de verzekeringsartsen aangegeven rekening te hebben gehouden met het dagverhaal van eiseres en dit te hebben betrokken bij het onderzoek. De psychische en fysieke klachten waren de verzekeringsartsen bekend. Dit volgt ook uit de opgestelde rapportages. De rechtbank is niet gebleken dat het dagverhaal incompleet of onjuist is. Ook in die zin is het onderzoek zorgvuldig geweest.
De rechtbank is van oordeel dat het UWV zich terecht op het standpunt heeft
gesteld dat geen sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid. De verzekeringsarts b&b heeft inzichtelijk gemotiveerd dat bij eiseres geen sprake is van een situatie van geen benutbare mogelijkheden. Eiseres voldoet namelijk niet aan één van de uitzonderingscategorieën zoals staan beschreven in het Schattingsbesluit. Daaronder valt een opname in een ziekenhuis of instelling, bedlegerigheid, ADL-afhankelijkheid en psychische niet-zelfredzaamheid. De verzekeringsarts b&b heeft terecht overwogen dat eiseres op de datum in geding niet was opgenomen op medische indicatie, dat geen sprake was van bedlegerigheid en dat zij niet van algemene dagelijkse levensverrichtingen afhankelijk is.[_2c49e941-da3f-4357-b8d4-5332abdcdf7f] Ook is geen sprake van psychische niet-zelfredzaamheid. De beroepsgrond van eiseres dat zij volledig arbeidsongeschikt moet worden beschouwd, slaagt niet.
Eiseres heeft tevens aangevoerd dat zij meer beperkt is dan door het UWV is
aangenomen. In beroep heeft eiseres haar stelling onderbouwd met medische informatie, waarop de verzekeringsarts b&b door middel van een aanvullende rapportage heeft gereageerd. Uit de rapportage van de verzekeringsarts b&b blijkt dat zij op de hoogte was van de door eiseres gestelde klachten. Hoewel de rechtbank begrijpt dat eiseres wellicht meer klachten ervaart dan dat er aan beperkingen is aangenomen, betekent dit niet dat de medische beoordeling onjuist is. Dat niet alle klachten vertaald zijn naar een beperking in de FML, komt omdat niet alle klachten van eiseres objectiveerbaar zijn. De informatie die eiseres in beroep heeft overgelegd geeft de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsarts b&b heeft aangenomen. Daarbij is in aanmerking genomen dat deze informatie geen betrekking heeft op de datum in geding en de daarin vermelde klachten dezelfde zijn als waar de verzekeringsarts b&b al rekening mee heeft gehouden bij de eerdere beoordeling. Op basis van het voorgaande ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding een onafhankelijk deskundige te benoemen.
De stelling van eiseres dat een beperking ten aanzien van persoonlijk functioneren moest
worden aangenomen door het gebruik van het medicijn amitriptyline, volgt de rechtbank niet. Met het UWV constateert de rechtbank dat niet naar voren is gebracht welke bijwerkingen eiseres ervaart ten gevolge van dit medicijn. De rechtbank overweegt dat het UWV zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een medische onderbouwing op het gebied van persoonlijk risico ontbreekt. De beroepsgrond dat eiseres om deze reden meer beperkt moet worden op persoonlijk risico, slaagt niet.
Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank uit van de FML zoals opgesteld
door de verzekeringsarts b&b op 21 mei 2025.
Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?
7. De arbeidsdeskundige heeft op basis van de FML van 11 juni 2024 de volgende
functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: archiefmedewerker (SBC-code 315132), productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) en receptionist (SBC-code 315120). Daarnaast zijn als reservefuncties de functies van administratief medewerker, correspondent (SBC-code 515100), telefonist (centrale), medewerker callcenter (inbound) (SBC-code 315174) en administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) geschikt.
De arbeidsdeskundige heeft de mate van arbeidsongeschiktheid op basis van deze functies vastgesteld op 24,37%.
De arbeidsdeskundige b&b heeft naar aanleiding van de gewijzigde FML van 21
mei 2025 de functie van receptionist (SBC-code 315120) laten vervallen. De verzekeringsarts b&b heeft namelijk bevestigd dat voor omgaan met conflicten een beperking geldt, waardoor deze functie te belastend is. De overige geduide functies worden wel geschikt geacht. Volgens de arbeidsdeskundige b&b ontbreekt bij enkele signaleringen de noodzakelijke toelichting of werd een toelichting verstrekt die overbodig of onjuist is. De arbeidsdeskundige b&b heeft daarom op deze punten een aanvullende toelichting gegeven.
De verzekeringsarts b&b heeft de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid gebaseerd op de functies archiefmedewerker, productiemedewerker industrie, administratief medewerker correspondent, medewerker callcenter (inbound) en administratief ondersteunend medewerker. De mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 24,47%.
Eiseres heeft aangevoerd dat deze functies ten onrechte geschikt worden geacht.
Hiertoe heeft eiseres aangevoerd dat bij de functies sprake is van een gedwongen houding. Zij merkt hierbij op dat het afwisselen van verschillende houdingen niet wordt beschouwd als een onderbreking van het staan met zitten. De aaneengesloten duur wordt pas als onderbroken beschouwd, als substantieel andere activiteiten worden ondernomen, waardoor recuperatie kan plaatsvinden. Eiseres vraagt zich af of voor haar de vereiste afwisseling (voldoende) mogelijk is. Bovendien is het juist de combinatie van de verschillende belastingen waardoor de geduide functies te zwaar voor haar moeten worden geacht.
De arbeidsdeskundige b&b heeft in beroep gesteld dat eiseres op basis van de
bijgestelde belastbaarheid over de krachten beschikt om de geselecteerde functies te verrichten. In de geduide functies wordt volgens het UWV rekening gehouden met de beperkingen zoals deze zijn opgesteld door de verzekeringsarts. Volgens het UWV overschrijden de geduide functies de belastbaarheid van eiseres dan ook niet.
Het standpunt van eiseres dat zij niet in staat is de geduide functies te verrichten,
vloeit voort uit haar opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 6.5 heeft geconcludeerd is die opvatting niet juist. De hiervoor genoemde functies mochten worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?
8. Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen
verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.
Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van
arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht geweigerd per 4 juni 2024.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV terecht heeft geweigerd aan
eiseres een WIA-uitkering toe te kennen. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet vergoed.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.H.A.M. Verkooijen, griffier, op 23 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Bijlage wettelijk kader
In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.