Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 februari 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:864Zaaknummer 25/2579

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
25/2579
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep n-o

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Weijze, rechter, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier, op 19 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats] , eiser
  2. De Korpschef van politie (de korpschef), verweerder
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/2579 WET

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. P.W. Masselink),

en

De Korpschef van politie (de korpschef), verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. Eiser heeft verzocht om toezending van alle dossierstukken die betrekking hebben op een verkeersovertreding die door verbalisanten van de politie is geconstateerd op 25 februari 2025 aan de Hart van Brabantlaan in Tilburg. Bij brief van 2 april 2025 is aan eiser meegedeeld dat eventuele gegevens niet worden verstrekt. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

1.1.

Met het bestreden besluit van 24 april 2025 heeft de korpschef het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief van 2 april 2025 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.

1.2.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

1.3.

De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en [gemachtigde] namens de korpschef.

Beoordeling door de rechtbank

2. Op grond van artikel 8:21, eerste en tweede lid, van de Awb worden natuurlijke personen, onbekwaam om in rechte te staan, in het geding vertegenwoordigd door hun vertegenwoordigers naar burgerlijk recht. Deze personen kunnen in afwijking hiervan zelf in het geding optreden, indien zij tot redelijke waardering van hun belangen in staat kunnen worden geacht.

2.1.

Eiser was op het moment van instellen van het beroep 17 jaar oud en dus minderjarig. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting desgevraagd meegedeeld dat hij niet de wettelijk vertegenwoordiger van eiser is. Eiser is dus onbekwaam om in rechte te staan. Niet is gebleken dat eiser tot redelijke waardering van zijn belangen in staat kan worden geacht.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, krijgt eiser zijn griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Weijze, rechter, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier, op 19 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.