Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 februari 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:846Zaaknummer BRE 25/6800 PW

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/6800 PW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo - pkv na intrekking

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 53,- aan verzoeker moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 10 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/6800

uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker,

(gemachtigde: mr. P.C. Schouten),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (het college), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek tegen het besluit van het college van 14 november 2025 waarbij verzoekers recht op een uitkering vanaf 1 november 2025 was opgeschort. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

1.1.

Hij heeft het verzoek ingetrokken, omdat het college op 16 januari 2026 de opschorting van zijn uitkering ongedaan heeft gemaakt.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat vergoeding voor 1 procespunt aan de orde is.

1.3.

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_28c41a9a-2226-4cb7-a848-7af30ed60b9f]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_be33e646-12d0-476e-8bd4-73794509b27f]

Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?

4. Het college is met het besluit van 16 januari 2026 volledig aan verzoeker tegemoetgekomen. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe.

Welke kosten dient het college te vergoeden?

5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door zijn gemachtigde. Deze gemachtigde heeft één proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 934,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 934,- bedragen.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe tot een bedrag van € 934,-.

7. Ook dient het college het door verzoeker betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 53,- aan verzoeker moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 10 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.