Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8346Zaaknummer C/02/450895 / FA RK 26-3980

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
30 juli 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/450895 / FA RK 26-3980
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WVGGZ, verzoek afgewezen. Geen verzet en psychiatrische stoornis ondanks suicide pogingen

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 7 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/450895 / FA RK 26-3980

Datum uitspraak: 30 juli 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1951 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonende [plaats],

verblijvende in de accommodatie [ziekenhuis], [plaats],

advocaat mr. A.W.M. van de Wouw uit Galder.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juli 2026 in de hierboven genoemde accommodatie. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw van [persoon 1], AOIS;
  • de heer [persoon 2], psychiater.

Tevens zijn aanwezig, mevrouw [persoon 3] (coassistent) en mevrouw [persoon 4] (verpleegkundige). Zij zijn niet gehoord.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in Stichting [ziekenhuis]. De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 28 juli 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene geeft desgevraagd aan dat hij kan instemmen met voorzetting van de crisismaatregel. Een zorgmachtiging is praktisch en gemakkelijk voor betrokkene, omdat hij niet weet waar hij anders naartoe zou moeten gaan. Daarnaast wil hij niet terug naar huis. Betrokkene benadrukt meermaals dat hij hoopt langer in de accommodatie te mogen verblijven. Hierdoor krijgt betrokkene de tijd om na te denken over hetgeen hij heeft gedaan. De suïcidale gedachten zijn niet afgenomen. De huisarts wil niet meewerken aan een beëindiging van het leven.

4.2.

De AOIS licht toe dat betrokkene kort na de opname aangaf niet opgenomen te willen zijn. Betrokkene doet inmiddels geen uitingen meer om met ontslag te gaan. Er zijn ernstige zorgen over betrokkene. Bij herhaling geeft hij aan van een flat te willen springen. Hierdoor levert dit niet alleen gevaar voor het leven van betrokkene op, maar ook voor derden. Het is vooralsnog onduidelijk of de suïcidale gedachten voortkomen uit een psychiatrisch toestandsbeeld. Er zijn geen tekenen van een acuut psychiatrisch toestandsbeeld, maar van verschillende verlieservaringen die hebben geleid tot overschrijding van de draagkracht van betrokkene. Betrokkene heeft zijn dieren moeten afstaan, wat ertoe leidt dat hij geen reden meer ziet om te blijven leven. In de afgelopen dagen is gezien dat de wens tot een beëindiging van het leven blijft bestaan, maar dat er wel ruimte komt voor een alternatieve invulling om tot een einde van het leven te komen. Inmiddels is er contact opgenomen met de huisarts om de beëindiging van het leven te bespreken. Betrokkene dient nog enige tijd in de accommodatie te blijven in verband met wondzorg en het instellen op medicatie voor diabetes.

4.3.

De psychiater geeft aan dat er sprake is van een ingewikkeld dilemma. Betrokkene veroorzaakt gevaar voor zichzelf, maar er zijn geen, althans onvoldoende aanwijzingen voor een ernstig psychiatrisch beeld. Er worden geen ernstige depressie of medische problemen waargenomen. Betrokkene heeft een wilsbekwame wens om te komen tot een einde van zijn leven. Hij is hierin consistent en het is de verwachting dat hij de consequenties en gevolgen hiervan overziet. De situatie is voor betrokkene uitzichtloos en er is geen wezenlijk herstel te verwachten gelet op zijn schrijnende persoonlijke omstandigheden. Betrokkene veroorzaakt gevaar als hij op agressieve wijze een einde aan zijn leven wil maken. De belangen van anderen kunnen daarmee worden geschaad. Het gevaar kan niet worden weggenomen door een medische behandeling. Betrokkene dient te worden ondersteund bij zijn overlijdenswens.

4.4.

De advocaat voert aan dat zij namens betrokkene om afwijzing verzoekt. Er wordt niet voldaan aan de wettelijke criteria. Er is geen sprake van een psychische stoornis, nu er geen sprake is van een acuut psychiatrisch beeld. Daarnaast toont betrokkene geen verzet tegen een behandeling.

5 De beoordeling

5.1.

Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de rechtbank als volgt.

5.2

Gebleken is dat er geen sprake is van een psychische stoornis, terwijl er volgens de behandelaren ook geen tekenen zijn dat de suïcidale gedachten van betrokkene voortkomen uit een psychiatrisch toestandsbeeld. De gedachten lijken voort te komen uit eerdere verlieservaringen. Ook is tijdens de mondelinge behandeling gebleken dat er geen sprake is van verzet. Betrokkene wil opgenomen blijven, omdat hij niet terug naar huis wil.

5.3

Omdat er geen sprake is van een psychische stoornis en ook niet van verzet tegen de opname en voortzetting daarvan, concludeert de rechtbank dat niet wordt voldaan aan de vereisten van de wet en dus zal de rechtbank de gevraagde machtiging afwijzen.

6 De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 7 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.