Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8319Zaaknummer C/02/450799 / JE RK 26-1351
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Publicatiedatum
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/450799 / JE RK 26-1351
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlenging machtiging uithuisplaatsing zonder zitting voor 6 maanden. Aanhouding restant.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten bij de grootouders mz en de grootouders vz, met ingang van 31 juli 2026 en tot 31 januari 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] aan tot 24 december 2026 PRO FORMA, en verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de nader te bepalen mondelinge behandeling een briefrapportage in te dienen bij de rechtbank over de recente ontwikkelingen, waarin de GI tevens aangeeft of de GI het resterende deel van het verzoek handhaaft of intrekt, met afschrift daarvan aan de belanghebbenden;
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
| Deze beschikking is gegeven door mr. I. Dijkman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026, in aanwezigheid van mr. C. Boomaars, griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/450799 / JE RK 26-1351
Datum uitspraak: 30 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2020 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg.
[de grootmoeder (mz)],
hierna te noemen: de grootmoeder moederszijde (oma mz),
wonende te [woonplaats 1],
[de grootvader (vz)],
hierna te noemen: de grootvader vaderszijde (opa vz),
wonende te [woonplaats 2].
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 juli 2026;
- het e-mailbericht van de GI van 27 juli 2026;
- het bericht van mr. Kouijzer van 29 juli 2026;
- het e-mailbericht van de GI van 29 juli 2026, inhoudende de schriftelijke instemmingsverklaringen van de grootouders mz;
- het e-mailbericht van de GI met bijlagen van 29 juli 2026, inhoudende de schriftelijke instemmingsverklaringen van de grootouders vz.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
Bij beschikking van 31 juli 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 31 juli 2024 en tot 31 juli 2025. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, laatstelijk tot 31 juli 2027.
Bij beschikking van 16 juni 2025 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten bij de grootouders mz en de grootouders vz, verleend met ingang van 16 juni 2025 en tot 16 februari 2026. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, laatstelijk tot 31 juli 2026.
[minderjarige] verblijft op grond van de laatstgenoemde machtiging doordeweeks bij de grootouders mz en in de weekenden bij de grootouders vz.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De beoordeling
Afspraken tijdens zitting inzake C/02/447919 / JE RK 26-791
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 5 juni 2026 van de zaak C/02/447919 / JE RK 26-791, waarin de GI (onder andere) had verzocht om een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 16 juli 2027, is met partijen besproken dat dit juridisch niet mogelijk is, nu de ondertoezichtstelling op dat moment nog liep tot 31 juli 2026. Gelet hierop heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin verlengd tot 31 juli 2026. Ook heeft de kinderrechter op dat moment de ondertoezichtstelling verlengd tot 31 juli 2027. Met partijen is tijdens de mondelinge behandeling afgesproken dat de GI op korte termijn, onder gelijktijdige verstrekking aan de advocaat van de moeder, een nieuw verzoek zou indienen ten aanzien van de verlenging van de machtiging uithuisplaatsing, zodat de advocaat spoedig met de moeder zou kunnen bespreken of zij akkoord is met een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing zonder nieuwe mondelinge behandeling. Ook zouden de grootouders mz en de grootouders vz in de gelegenheid worden gesteld hun standpunt te geven ten aanzien van een verlenging van de machtiging uithuisplaatsing zonder nieuwe mondelinge behandeling.
De standpunten
Bij bericht van 29 juli 2026 heeft mr. Kouijzer verklaard dat de moeder kan instemmen met een schriftelijke afdoening van het verzoek omtrent de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.
Bij een tweetal e-mailberichten van 29 juli 2026 heeft de GI een tweetal e-mailberichten van de grootouders mz en Whatsapp-berichten van de grootouders vz overgelegd, waaruit blijkt dat de grootouders mz en de grootouders vz instemmen met een schriftelijke afdoening van het verzoek omtrent de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.
Schriftelijke afdoening
Nu de GI, de moeder, de grootouders mz en de grootouders vz hebben verklaard akkoord te zijn met het verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] en met een schriftelijke afdoening daarvan, acht de kinderrechter een mondelinge behandeling niet nodig. De kinderrechter betrekt daarbij tevens dat de situatie van [minderjarige] nog recent ter zitting is besproken. Het verzoek zal dan ook schriftelijk worden afgedaan.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:265c lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Inhoudelijke beoordeling
Op basis van de overgelegde stukken is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:265c lid 2 BW. Het is op dit moment nog steeds niet mogelijk dat [minderjarige] bij zijn moeder woont. Voorts neemt de kinderrechter in overweging dat het goed gaat met [minderjarige] bij zijn grootouders, dat de grootouders aansluiten bij de behoeften van [minderjarige] en hem de opvoedomgeving bieden die hij nodig heeft. Wel ziet de kinderrechter aanleiding om de verlenging voor een periode van zes maanden uit te spreken, zodat over een half jaar de resultaten van het door de GI in gang gezette perspectiefonderzoek ter zitting kunnen worden besproken. De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten bij de grootouders mz en de grootouders vz, verlengen voor de periode van zes maanden, waarbij het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden tot 24 december 2026 PRO FORMA. De GI wordt verzocht om nader te rapporteren op de wijze die in het dictum is beschreven.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten bij de grootouders mz en de grootouders vz, met ingang van 31 juli 2026 en tot 31 januari 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] aan tot 24 december 2026 PRO FORMA, en verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de nader te bepalen mondelinge behandeling een briefrapportage in te dienen bij de rechtbank over de recente ontwikkelingen, waarin de GI tevens aangeeft of de GI het resterende deel van het verzoek handhaaft of intrekt, met afschrift daarvan aan de belanghebbenden;
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
| Deze beschikking is gegeven door mr. I. Dijkman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026, in aanwezigheid van mr. C. Boomaars, griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.