Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8310Zaaknummer C/02/450521 / KG ZA 26-396
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 29 juli 2026
- Publicatiedatum
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/450521 / KG ZA 26-396
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Kort geding, Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kort geding: vervangende toestemming vakantie Marokko.
6 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verleent aan de man - ter vervanging van de toestemming van de vrouw - toestemming om met om met de minderjarigen [minderjarige 1] geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2015 en [minderjarige 2] geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2018, in de periode van 7 augustus 2026 tot en met 21 augustus 2026 naar Marokko te reizen en aldaar te verblijven;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is mondeling gewezen door mr. Van Triest, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.
De schriftelijke uitwerking van dit vonnis is vastgesteld op 31 juli 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/450521 / KG ZA 26-396
Vonnis in kort geding van 29 juli 2026
in de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats 1],
eiser in conventie,
advocaat: mr. M. Jozefzoon-Flipse te Utrecht,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde in conventie,
advocaat: mr. C.G.A. Mattheussens te Roosendaal.
Partijen zullen hierna ‘de man’ en ‘de vrouw’ genoemd worden.
Over de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats 1], hierna: [minderjarige 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2018 in [geboorteplaats 2], hierna: [minderjarige 2].
De voorzieningenrechter merkt als informant aan:
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
locatie Utrecht, hierna: de gecertificeerde instelling (GI).
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met vier producties;
- het stelbericht van mr. Mattheussens van 28 juli 2026.
Op 29 juli 2026 heeft de voorzieningenrechter heeft de zaak mondeling behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren, omdat het belang van de minderjarigen en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.
Tijdens de zitting zijn verschenen de man, bijgestaan door zijn advocaten, en de advocaat van de vrouw. Daarnaast is verschenen een medewerker namens de GI.
De vrouw in persoon is, met kennisgeving vooraf, niet bij de zitting verschenen in verband met een vakantie in Marokko.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad, uit welke relatie zijn geboren [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (hierna gezamenlijk: de minderjarigen).
De man heeft de minderjarigen erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.
De man heeft de Marokkaanse nationaliteit. De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit. De minderjarigen hebben de Nederlandse nationaliteit.
De minderjarigen zijn sinds 3 juli 2020 onder toezicht gesteld van de GI.
Bij beschikking van rechtbank Midden-Nederland van 20 november 2024 heeft de rechtbank bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun hoofdverblijf hebben bij de man.
Voor zover hier van belang heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank de man bij vonnis van 12 juli 2024 vervangende toestemming verleend om met de minderjarigen op vakantie te gaan naar Marokko in de periode van 17 juli tot en met 22 augustus 2024.
3 De vorderingen
De man vordert in conventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. vervangende toestemming te verlenen aan de man om met de minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2015 te [geboorteplaats 1], en
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2018 te [geboorteplaats 2],
te reizen naar Marokko gedurende een aaneengesloten periode van twee weken in augustus 2026, primair van 7 augustus 2026 tot en met 21 augustus 2026, subsidiair gedurende twee aaneengesloten weken aanvangend op een latere datum in augustus 2026;
II. te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de schriftelijke toestemming en/of
handtekening van de vrouw op het toestemmingsformulier voor voornoemde
buitenlandse reis;
III. de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure;
IV. althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie verneemt te behoren.
Tijdens de zitting trekt de man zijn verzoek onder III in.
De vrouw voert verweer tegen de (resterende) vorderingen van de man in conventie en concludeert tot afwijzing van die vorderingen.
4 De standpunten
Door en namens de man is in de stukken en tijdens zitting, kort samengevat, het volgende aangevoerd. De man wenst met de minderjarigen op vakantie te gaan naar Marokko. De man en de minderjarigen verblijven daar in het ouderlijk huis van de man, waar op dat moment ook oma (vaderzijde) verblijft. In Marokko zal de man familie bezoeken. De man heeft geprobeerd om schriftelijke toestemming van de vrouw te krijgen en ook de GI heeft hierin een rol gespeeld. Vervolgens heeft de vrouw, ook na sommeren van de advocaat van de man, de toestemmingsformulieren niet geretourneerd. In de visie van de man bestaat er geen objectieve grond voor het weigeren van de toestemming. De reis levert geen bedreiging op voor de veiligheid of het welzijn van de minderjarigen. De man zal, net als in Nederland, gewoon zelf voor de minderjarigen zorgen. Desgevraagd is de man bereid alle reisgegevens aan de GI te verstrekken, ondanks dat de vrouw weet waar de man verblijft. Zij is bekend met de adresgegevens, nu deze ook op het toestemmingsformulier staan zoals deze haar zijn toegezonden. De man vindt het niet nodig om de vrouw van zijn volledige planning op de hoogte te brengen. Het is ondoenlijk om van de man per dag te vragen waar hij exact met de minderjarigen is of wat hij met hen gaat ondernemen.
Ter onderbouwing van haar verweer is namens de vrouw, kort samengevat, aangevoerd dat zij zich zorgen maakt over de minderjarigen. De vrouw vreest dat niet de man, maar zijn familie voor de minderjarigen zal zorgen als zij in Marokko zijn. Volgens de vrouw gaat de man in Marokko op pad en laat hij de minderjarigen bij familie achter. Daarnaast blijkt uit de dagvaarding niet waar de man verblijft. De vrouw wenst hiervan op de hoogte te zijn. Wanneer de vordering van de man wordt toegewezen, dient duidelijk te worden op welk adres de man en de minderjarigen verblijven en voor welke locatie hij vervangende toestemming krijgt om met de minderjarigen in Marokko te verblijven.
De GI heeft, kort samengevat, verklaard geen bezwaar te hebben tegen een vakantie van de man met de minderjarigen naar Marokko nu er geen zorgen zijn over de veiligheid van de minderjarigen en de GI het belangrijk vindt dat de minderjarigen met de man op vakantie kunnen gaan. De man heeft eerder vervangende toestemming gekregen van de rechtbank voor een reis naar Marokko. Ook toen waren er geen zorgen. De GI heeft geprobeerd om de vrouw te bewegen tot het geven van toestemming, echter was dit tevergeefs.
5 De beoordeling
Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht
Aangezien verzoeker de Marokkaanse nationaliteit heeft deze zaak een internationaal karakter. De voorzieningenrechter zal daarom eerst beoordelen of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van de man.
De vorderingen van de man betreffen een geschil in het kader van de gezamenlijke gezagsuitoefening van partijen over hun minderjarige kinderen. De vorderingen dienen daarom te worden gekwalificeerd als kwesties inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid. In zaken betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid is bevoegd het gerecht van de lidstaat waar de minderjarigen hun gewone verblijfplaats hebben op het tijdstip waarop de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Aangezien de gewone verblijfplaats van de minderjarigen op het moment waarop dit kort geding aanhangig is gemaakt in Nederland is gelegen, is de Nederlandse rechter bevoegd om van de vorderingen in deze zaak kennis te nemen.
Nu de Nederlandse rechter bevoegd is om van die vorderingen kennis te nemen, is daarop Nederlands recht van toepassing.
Spoedeisend belang
Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de mondelinge behandeling staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de man bij zijn vorderingen vast. De man wenst met de minderjarigen in de periode van 7 tot en met 21 augustus 2026 op reis te gaan naar Marokko. Hoewel deze periode spoedig nadert, heeft de vrouw hiervoor geen toestemming verleend. Een bodemprocedure kan niet worden afgewacht.
Wat zegt de wet?
Tussen partijen is in geschil of het de man moet worden toegestaan om met de minderjarigen op vakantie te gaan naar Marokko, zoals bij zitting is gebleken voor een familiebezoek. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hierover op verzoek van beide ouders of een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De voorzieningenrechter neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
Vooropgesteld wordt dat nu partijen gezamenlijk belast zijn met het gezag over de minderjarigen, de man de toestemming van de vrouw nodig heeft om met hen naar het buitenland te reizen en daar te verblijven. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat het in het algemeen belang van een kind is, als het kind op vakantie kan met (een van) zijn ouders. Uitzonderingen kunnen bijvoorbeeld zijn wanneer de ouder die met het kind op vakantie wil niet in staat is om goed voor een kind te zorgen, wanneer er een gegronde vrees zou zijn voor ontvoering van het kind door de ouder of wanneer een vakantie in strijd is met tussen partijen gemaakte afspraken over de zorg- en contactregeling.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter verzet zich er niets tegen dat de man met de minderjarigen op vakantie naar Marokko gaat. De vrouw heeft geen concreet bezwaar aangevoerd dat daaraan in de weg zou kunnen staan. Het argument, of beter gezegd de angst van de vrouw, dat de man de verzorging over zou laten aan zijn familie, gaat niet op en wordt niet onderbouwd. Bovendien heeft de man in 2024 eerder vervangende toestemming gekregen van de voorzieningenrechter voor een reis naar Marokko én heeft de GI geen zorgen over de minderjarigen wanneer zij met de man naar Marokko zouden gaan. Verder is niet gesteld of gebleken dat het contactmoment tussen de vrouw en de minderjarigen, door de GI bepaald op ééns per maand onder begeleiding van 10.00 tot 16.00 uur, in het geding komt met de vakantie naar Marokko.
De voorzieningenrechter acht het overigens niet nodig om in het dictum van dit vonnis op te nemen op welk(e) adres(sen) de man en de minderjarigen in Marokko verblijven. Hierin speelt nog een rol dat de man heeft toegezegd de GI op de hoogte te zullen brengen van de adresgegevens van zijn verblijf en de vrouw van deze adresgegevens via de toestemmingsformulieren op de hoogte is gebracht. De voorzieningenrechter vertrouwt erop dat de man zijn toezegging nakomt.
Proceskosten
Nu de man zijn vordering onder III, met betrekking tot de proceskostenveroordeling aan de zijde van de vrouw, heeft ingetrokken, heeft hij geen belang bij een verdere behandeling daarvan. Dit leidt tot een afwijzing van die vordering. Wanneer de man deze vordering zou hebben gehandhaafd zou de voorzieningenrechter, gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, de proceskosten tussen partijen hebben gecompenseerd. De voorzieningenrechter geeft de vrouw in dit kader wel mee dat een proceskostenveroordeling op de loer ligt, wanneer zij zonder concrete opgaaf van redenen en zonder exacte aanleiding, haar toestemming voor vakanties blijft weigeren en de man geen andere mogelijkheid heeft dan te procederen om vervangende toestemming te krijgen. Onderhavige procedure is de tweede kort gedingprocedure in twee jaar over precies hetzelfde onderwerp.
Uitvoerbaar bij voorraad
De voorzieningenrechter zal het vonnis, gelet op de aard hiervan, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door de man.
Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.
Al het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verleent aan de man - ter vervanging van de toestemming van de vrouw - toestemming om met om met de minderjarigen [minderjarige 1] geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2015 en [minderjarige 2] geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2018, in de periode van 7 augustus 2026 tot en met 21 augustus 2026 naar Marokko te reizen en aldaar te verblijven;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is mondeling gewezen door mr. Van Triest, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.
De schriftelijke uitwerking van dit vonnis is vastgesteld op 31 juli 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.