Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8304Zaaknummer C/02/450230 / FA RK 26-3566

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/450230 / FA RK 26-3566
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eerste rechterlijke machtiging verleend voor zes maanden.

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 12 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/450230 / FA RK 26-3566

Datum uitspraak: 29 juli 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat: mr. M. Kalle uit Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 13 juli 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 juli 2026, op het woonadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- mevrouw [persoon 1], casemanager;

- mevrouw [persoon 2], schoonzus van betrokkene.

Verschenen, maar niet gehoord, zijn:

- mevrouw [persoon 3], echtgenote van betrokkene;

- mevrouw [persoon 4], ambulant begeleidster.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene vindt het verzoek tot het verlenen van een machtiging voor een opname en een verblijf in een verpleeginstelling waardeloos. Het is inderdaad te veel geworden voor betrokkene en zijn echtgenote in de huidige woning, maar daarom gaan zij verhuizen naar een flat. Dat wil betrokkene graag. Hij heeft eerder wel gezegd dat hij dan van de flat zal springen, maar dat meende hij niet. Verder krijgt betrokkene thuis niet veel zorg; hij wordt één keer per dag geholpen met zijn steunkousen en dat vindt hij prima.

3.2.

De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Betrokkene erkent de diagnose die ten aanzien van hem is gesteld, maar hij is van mening dat deze niet leidt tot het in de stukken beschreven ernstig nadeel, althans dat dit ernstig nadeel in de thuissituatie voldoende kan worden weggenomen door betrokkene zelf en de zorg. Er is volgens betrokkene evenmin sprake van een overbelasting van de mensen om hem heen. Hij wil verder absoluut niet in zijn vrijheid worden beperkt en opgenomen worden; hij wil thuis blijven wonen en samen met zijn echtgenote naar de flat verhuizen.

3.3.

De casemanager benoemt dat betrokkene aan het dementeren is en belast is met hallucinaties. Betrokkene acteert op basis van zijn hallucinaties en kan dan ineens verbaal agressief gedrag vertonen. Er is ook sprake van dwaalgedrag bij betrokkene. Als hij naar buiten gaat, weet hij de weg niet meer terug te vinden, waarna zijn echtgenote telkens wordt gebeld. Het steunsysteem van betrokkene is overbelast aan het raken vanwege zijn forse (24-uurs)zorgbehoefte. Er is geprobeerd om dagbesteding voor betrokkene in te zetten, maar dat wil hij niet. Verder is in de thuissituatie, ook met de inzet van thuisbegeleiding, de maximaal haalbare zorg reeds ingezet. Tot slot benoemt de casemanager dat de situatie van betrokkene niet zal verbeteren met de verhuizing van betrokkene en zijn echtgenote naar de flat, omdat er daar niet meer zorg voorhanden is dan in de huidige situatie en er ook daar sprake zal zijn van dwaalgedrag van betrokkene. De forse zorgvraag van betrokkene zal dan nog steeds vooral door zijn steunsysteem moeten worden vervuld.

3.4.

De schoonzus benoemt dat de echtgenote van betrokkene een hartinfarct heeft gehad en ook zorg nodig heeft, maar daar vanwege de zorg voor betrokkene niet aan toekomt. De situatie is niet langer houdbaar.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van Lewy Body dementie. Deze diagnose is recent ten aanzien van betrokkene gesteld. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

4.4.

De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene onder invloed van de bovengenoemde aandoening is belast met geheugenproblematiek, apraxie, een ontbrekend ziektebesef en -inzicht, angst, visuele hallucinaties, verbale agressie, dwaalgedrag en desoriëntatie in tijd, plaats en soms persoon. Voorts is betrokkene bekend met slechtziendheid ten gevolge van maculadegeneratie, een verstandelijke beperking en het syndroom van Charles Bonnet. Vanwege al het voorgaande heeft betrokkene continue sturing en begeleiding nodig bij de dagelijkse activiteiten, zoals de persoonlijke verzorging, medicatie en maaltijden. Ook kan betrokkene huishoudelijke apparaten niet meer bedienen. Daarnaast denkt betrokkene nog zelfstandig naar buiten te kunnen, echter hij weet de weg in de wijk niet meer en het lukt hem dan niet om zelfstandig terug naar huis te gaan. Het steunsysteem van betrokkene is vanwege de constante sturing en begeleiding van betrokkene overbelast geraakt.

4.5.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is blijvend aangewezen op intensieve en gespecialiseerde 24-uurszorg, toezicht en begeleiding in de nabijheid in een veilige en gestructureerde woonvoorziening. Dit kan hem in de verpleeginstelling worden geboden. Tevens kan het steunsysteem van betrokkene dan worden ontlast.

4.6.

Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene wil niet opgenomen worden in een verpleeginstelling. Hij wil thuis blijven wonen en met zijn echtgenote verhuizen naar de flat.

4.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene weigert dagbesteding en laat de professionele hulp en ondersteuning niet altijd toe. Ook weigert betrokkene geregeld om zijn medicatie in te nemen. De maximale zorg is in de thuissituatie reeds ingezet.

4.8.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 29 januari 2027.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 12 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.