Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8302Zaaknummer C/02/450441 / FA RK 26-3708

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/450441 / FA RK 26-3708
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eerste rechterlijke machtiging verleend voor zes maanden.

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 door mr. B.A.S.E. Maandag, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Haas, griffier en op schrift gesteld op 12 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/450441 / FA RK 26-3708

Datum uitspraak: 29 juli 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats],

thans verblijvende in het verzorgingstehuis [accommodatie] te [plaats],

advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 16 juli 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 juli 2026, in het hierboven genoemde verzorgingstehuis. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- de heer [persoon 1], specialist ouderengeneeskunde;

- de heer [persoon 2], basisarts;

- mevrouw [persoon 3], verpleegkundige;

- de heer [persoon 4], partner van betrokkene.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat zij graag in het verzorgingstehuis wil blijven wonen. Zij vindt het hier leuk en gezellig. Betrokkene heeft één keer een stomme fout gemaakt door over de snelweg te lopen. Daar heeft zij spijt van.

3.2.

De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Er is bij betrokkene sprake van een psychogeriatrische aandoening en het gedrag dat betrokkene onder invloed daarvan vertoont leidt tot het in de stukken beschreven ernstig nadeel. Aan de overige wettelijke vereisten wordt ook voldaan, met uitzondering van het verzetscriterium, nu betrokkene de afgelopen dagen aangeeft dat zij in het verzorgingstehuis wil blijven wonen. Tegelijkertijd blijkt uit de toelichtingen van de specialist ouderengeneeskunde, de basisarts en de verpleegkundige ter zitting dat er toch nog wat verzet wordt gezien bij betrokkene. De advocaat benadrukt dat het, gelet ook op de wens van betrokkene, het belangrijkste is dat zij in het verzorgingstehuis kan blijven wonen.

3.3.

De specialist ouderengeneeskunde benoemt dat betrokkene als gevolg van een aanrijding door een auto is belast met geheugenproblematiek. Betrokkene heeft sindsdien niet meer thuis kunnen wonen, maar het is haar nog wel langere tijd (met hulpmiddelen) gelukt om zelfstandig naar buiten te gaan om te wandelen en de weg weer terug te vinden. Sinds enkele maanden is er in toenemende mate sprake van dwaalgedrag bij betrokkene; zij gaat steeds vaker naar buiten en raakt dan de weg kwijt, met forse onveiligheid tot gevolg. Zo is betrokkene recent ’s nachts op een N-weg gevonden en door de politie naar huis gebracht. Sinds 16 juli jl. is betrokkene vanuit de [locatie] overgeplaatst naar het verzorgingstehuis. Hier kan zij kan blijven wonen. In de [locatie] vertoonde betrokkene heel duidelijk verzet, maar ook in het verzorgingstehuis wordt nog enige mate van verzet gezien bij betrokkene, zowel verbaal als fysiek. Zo geeft betrokkene regelmatig aan dat zij naar buiten wil en is zij ook geregeld aan het dwalen door het verzorgingstehuis en in de tuin, waarbij zij op zoek is naar een uitgang.

3.4.

In aanvulling op de specialist ouderengeneeskunde benoemt de basisarts dat betrokkene in het verzorgingstehuis de deur kan openen en zo uit het verzorgingstehuis weg kan komen. Betrokkene heeft deze deur echter nog niet gevonden.

3.5.

De verpleegkundige benoemt dat betrokkene de afgelopen dagen dwaalgedrag heeft vertoond, waarbij zij op zoek is naar een deur.

3.6.

De partner van betrokkene wil graag dat betrokkene in het verzorgingstehuis blijft wonen. Betrokkene heeft het hier fijn en is hier in de buurt van de partner.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van uitgebreide neurocognitieve stoornissen bij niet aangeboren hersenletsel. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

4.4.

De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene onder invloed van de bovengenoemde aandoening is belast met ernstige kortetermijngeheugenstoornissen en een afwezigheid van ziektebesef en -inzicht. Daarnaast is betrokkene bekend met hypertensie en hypercholesterolemie. Als gevolg van al het vorengaande is er steeds vaker sprake van dwaalgedrag bij betrokkene, waarbij zij ook al eens ’s nachts van de weg is gehaald en door de politie naar huis is gebracht. De verkeersdeelname van betrokkene is inmiddels erg onveilig geworden. Daarbij overweegt de rechtbank dat de partner van betrokkene vanwege de intensieve zorg voor en begeleiding van betrokkene gedurende de tijd dat zij in de [locatie] verbleef, overbelast is geraakt.

4.5.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is blijvend aangewezen op intensieve en gespecialiseerde 24-uurszorg, toezicht en begeleiding in de nabijheid in een veilige en gestructureerde woonvoorziening. Dit kan haar in het verzorgingstehuis worden geboden. Tevens kan de echtgenoot van betrokkene dan worden ontlast.

4.6.

Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene heeft zich eerder fors verbaal en fysiek verzet tegen haar verblijf in de [locatie]. Zij is toen over hekken geklommen en uit de [locatie] weggelopen. Ook heeft zij de verpleging vastgepakt en geknepen toen zij bij haar vertrek uit de [locatie] werd tegengehouden. Inmiddels verblijft betrokkene zo’n twee weken in het verzorgingstehuis. Hoewel zij op dit moment aangeeft dat zij hier graag wil blijven wonen, acht de rechtbank deze bereidheid, gelet ook op de korte duur van het verblijf van betrokkene in het verzorgingstehuis, op dit moment nog onvoldoende bestendig. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat betrokkene ook in het verzorgingstehuis regelmatig aangeeft dat zij naar buiten wil en geregeld dwaalgedrag vertoont, waarbij zij op zoek lijkt te zijn naar een uitgang.

4.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

4.8.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 29 januari 2027.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 door mr. B.A.S.E. Maandag, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Haas, griffier en op schrift gesteld op 12 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.