Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8301Zaaknummer C/02/450458 / JE RK 26-1282

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/450458 / JE RK 26-1282
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, een gezinsgerichte voorziening dan wel een voorziening voor pleegzorg met ingang van 30 juli 2026 tot 10 oktober 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 door mr. Bogaert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A. Palings als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/450458 / JE RK 26-1282

Datum uitspraak: 29 juli 2026

Nadere beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Jeugdbescherming Brabant,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

gevestigd te Etten-Leur,

over

[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2016 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige 1],

[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vader],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

advocaat: mr. Y.I.B. Grosfeld uit Breda,

[de moeder],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2],

advocaat: mr. T. van Riel uit Breda.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van 16 juli 2026 en alle daarin vermelde stukken;

  • de brief van de GI van 23 juli 2026 met bijlage;
  • de brief van mr. Grosfeld met bijlagen, ontvangen op 27 juli 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. De GI heeft tijdens de zitting aangegeven dat er namens [minderjarige 1] een e-mailbericht aan de kinderrechter is toegezonden. Dit bericht heeft de kinderrechter niet bereikt. De GI heeft samengevat wat [minderjarige 1] in dit bericht heeft geschreven.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.2.

Bij beschikking van 10 oktober 2025 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door de kinderrechter in deze rechtbank onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 10 oktober 2025 tot 10 oktober 2026.

2.3.

Bij beschikking van 16 juli 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, een gezinsgerichte voorziening of een accommodatie jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 16 juli 2026 en tot 30 juli 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

2.4.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven op grond van voormelde machtiging op een groep.

3 Het verzoek

3.1.

De kinderrechter beschouwt het verzoek van de GI als één verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, een gezinsgerichte voorziening dan wel een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, waarbij is verzocht dat over de eerste vier weken wordt beslist zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De GI verzoekt daarnaast om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De kinderrechter heeft al deels op dit verzoek beslist. Nu ligt nog ter beoordeling voor of er sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven voor een herroeping van de afgegeven spoedbeslissing, alsmede het resterende deel van het verzoek, te weten voor de periode van 30 juli 2026 en tot 10 oktober 2026.

4 De standpunten

4.1.

De GI handhaaft het verzoek en verwijst voor de onderbouwing daarvan naar de stukken.

Er zijn ernstige oplopende zorgen over de ontwikkeling, veiligheid en opvoedsituatie van de minderjarigen. Het ontbreekt hen onder meer aan basale verzorging en structuur en er zijn zorgen over de emotionele en fysieke beschikbaarheid van de moeder en de stiefvader. De GI ziet dat de ouders veel van de minderjarigen houden maar er blijven in de basis veel zorgen over hetgeen in de opvoeding lijkt te ontbreken. De moeder lag overdag veelal op bed en ook de stiefvader was niet beschikbaar noch voor de GI noch voor de minderjarigen. Ook de zorgen over de woning kunnen niet in slechts een paar weken zijn ontstaan noch worden opgelost. De verzorging en opvoeding van de minderjarigen moet meer noodzaak hebben binnen het gezin. Eerder is er hulpverlening ingezet vanuit De Gezinsmanager. Dit heeft voor onvoldoende verbetering gezorgd. Vervolgens is getracht om MST-CAN in te zetten. Hierover zijn verschillende gesprekken gevoerd onder meer vanwege het oplopen van de zorgen en door het wegvallen van het toezicht vanuit school vanwege de aanvang van de zomervakantie. Ondanks het herhaaldelijk bespreken van de noodzaak van de inzet van MST werden de afspraken niet nagekomen en heeft MST aangegeven dat zij niet kunnen starten. De oplopende zorgen en het niet tot stand komen van het MST-traject maakte dat acuut ingrijpen onvermijdbaar werd.

Na de uithuisplaatsing van de minderjarigen zijn de zorgen over de thuissituatie bij de moeder en de stiefvader verder toegenomen. Er is een melding binnengekomen bij Veilig Thuis waarin er zorgen worden geuit over de opvoedsituatie bij de moeder en de stiefvader en de melding vanuit de politie beschrijft de zorgelijke situatie waarin de minderjarigen bij de moeder opgroeiden.

Daarnaast is de vader lang uit beeld geweest maar is dit contact pas recent weer herstart. Eerder zijn er zorgen geweest over hoe het met de vader ging. Bij de GI is bekend dat de vader in januari 2026 een terugval heeft gehad in middelengebruik. De GI is voornemens om een Goed Genoeg Ouderschapstraject in te zetten bij beide ouders. Het is eerst belangrijk om stabiliteit te creëren en de basisbehoeften van de minderjarigen moeten eerst op orde zijn zodat er op een goede manier kan worden gewerkt aan een thuisplaatsing. Er is de afgelopen weken beeldbelcontact geweest tussen de ouders en de minderjarigen. Een dag voor de zitting is er een begeleid bezoek geweest tussen beide ouders en de minderjarigen. Dit is goed verlopen. [minderjarige 1] doet het goed op de groep. Hij heeft baat bij de dagstructuur die hij nu geboden krijgt en de aandacht die hij nu krijgt. De zorgen over zijn gedrag zijn met name zichtbaar in de thuissituatie. [minderjarige 2] is de laatste anderhalve week ziek geweest met hoge koorts. Het vermoeden bestaat dat hier een virus onder is gelegen maar ook de angst en spanning die de huidige situatie teweegbrengt. [minderjarige 2] lijkt de controle te willen houden over dingen waar zij controle over kan hebben, zoals het eten en drinken en de toiletgang. In de thuissituatie kon [minderjarige 2] volgens [minderjarige 1] ook vaak ziek zijn.

4.2.

Door en namens de vader is ingestemd met het verzoek van de GI en is er verzocht om het verzoek van de GI integraal toe te wijzen. Nog los van de latere meldingen, waren er al heel veel zorgen over de minderjarigen. Er werd daarmee voldaan aan de vereisten voor het verlenen van een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen. Het is daarnaast noodzakelijk dat de machtiging tot uithuisplaatsing wordt voortgezet tot het einde van de ondertoezichtstelling. De vader maakt zich grote zorgen over de minderjarigen en over hoe het er bij de moeder, met haar nieuwe partner, aan toe gaat. De minderjarigen waren bang en horen kind te kunnen zijn. De vader heeft er weinig vertrouwen in dat dit, gelet op de ernst van de meldingen en van wat er in het dossier staat, straks goed gaat. De vader wil niet dat de minderjarigen zich nog langer in een dergelijke situatie bevinden. De minderjarigen hebben juist structuur, rust en begeleiding nodig. Het is niet verstandig om de machtiging tot uithuisplaatsing in duur te beperken. Daar zijn de zorgen te groot voor. De situatie is voor de minderjarigen op verschillende vlakken zeer onveilig geweest. De vader wil dat er ook naar zijn thuissituatie wordt gekeken als alternatief voor een thuisplaatsing bij de moeder. De vader is daarbij realistisch om te begrijpen dat dit niet van het ene op het andere moment kan worden gerealiseerd. De vader betwist dat er nog langer sprake is van middelengebruik. Dat is niet meer aan de orde. Het contact tussen de vader en de minderjarigen is fijn geweest en de vader hoopt dat dit alsnog verder kan worden uitgebreid.

4.3.

Door en namens de moeder is verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing in duur te beperken. Aan de juridische vereisten voor het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing wordt voldaan. Een voortzetting voor een aantal weken is nodig zodat de moeder orde op zaken kan stellen. De moeder is ziek, waardoor zij veel moe is en af en toe even op bed moet liggen. Ook heeft de moeder een heftige en emotionele periode achter de rug met de ziekte van haar ouders. Hierdoor is de verzorging in het huis minder geweest. Na de zomervakantie kunnen de minderjarigen terugkeren naar de thuissituatie met de inzet van hulpverlening vanuit MST. De minderjarigen missen de moeder en de stiefvader enorm en de moeder en de stiefvader zijn bereid om mee te werken aan een MST-traject. Dat dit traject eerder niet van de grond is gekomen is de belangrijkste reden geweest voor de uithuisplaatsing van de minderjarigen. De moeder en de stiefvader zijn enorm geschrokken van wat er is gebeurd. Zij hebben niet bedoeld om aan dit MST-traject geen medewerking te verlenen. Daar is een miscommunicatie over geweest. De moeder en stiefvader hadden in de vakantie al iets geboekt waardoor de inzet van MST voor drie dagen niet mogelijk was in de zomervakantie. Wanneer de scholen weer starten, is er ook weer meer toezicht vanuit derden. Ook de politie-inval heeft indruk gemaakt op de moeder en de stiefvader. Zij zijn niet aangehouden en het is niet bekend wat er aan de hand is. Op voorhand kan er dan ook geen conclusie worden getrokken dat er zich een gevaarlijke situatie heeft voorgedaan. De moeder betwist dat het aangetroffen pijpje een crackpijp betreft. De stiefvader gebruikt geen drugs. De stiefvader gebruikt een synthetische stof vanwege zijn ADHD en om te voorkomen dat hij terugvalt in verslaving. Dit gebruikt de stiefvader alleen wanneer de minderjarigen op bed liggen.

4.4.

In het bericht aan de kinderrechter heeft [minderjarige 1], blijkens de toelichting van de GI, aangegeven dat hij de moeder en de stiefvader heel erg mist en dat hij het liefst weer thuis zou willen wonen.

5 De beoordeling

Wettelijk kader

5.1.

Ingevolge artikel 1:265b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Spoedbeslissing

5.2.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 16 juli 2026 met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, een gezinsgerichte voorziening dan wel een voorziening voor pleegzorg verleend voor de duur van twee weken. Deze beslissing is genomen zonder eerst de belanghebbenden te horen. De belanghebbenden zijn tijdens de zitting van 29 juli 2026 gehoord. Naar aanleiding daarvan is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken dat er sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die maken dat de spoedbeschikking van 16 juli 2026 moet worden herroepen. De grote zorgen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] maakten dat er direct moest worden ingegrepen en dat een zitting met de belanghebbenden daarvoor niet kon worden afgewacht. Deze zorgen over de thuissituatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder volgen ook uit de bij de uithuisplaatsing aangetroffen situatie.

Machtiging tot uithuisplaatsing

5.3.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hierna uit waarom.

5.4.

Naar het oordeel van de kinderrechter blijkt uit de inhoud van de stukken en de zitting dat er al langere tijd ernstige zorgen bestaan over de ontwikkeling, veiligheid en opvoedsituatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Er zijn onder meer zorgen over het gedrag van [minderjarige 1], de basale verzorging van de minderjarigen, de hygiëne in de woning en over de emotionele en fysieke beschikbaarheid van de moeder (en de stiefvader). Uit de melding die is gedaan bij Veilig thuis volgt onder meer dat er al langere tijd zorgelijke signalen zijn over de minderjarigen. Zo zouden zij laat en alleen op straat rondzwerven en wordt er in de woning geschreeuwd naar de minderjarigen. Ook de situatie zoals door de politie is aangetroffen bij de spoeduithuisplaatsing op 16 juli 2026 baart de kinderrechter ernstig zorgen over de veiligheid van de minderjarigen in de thuissituatie bij de moeder (en de stiefvader). De minderjarigen lagen om 23:30 uur nog niet in bed en er zijn attributen voor het gebruik van verdovende middelen aangetroffen waar de minderjarigen toegang toe hadden. Daarnaast zijn er tijdens en politie-inval op 22 juli 2026 ook spullen aangetroffen die (mogelijk) dienen voor het produceren van drugs.

5.5.

Voormelde zorgen maken dat de moeder (en de stiefvader) op dit moment onvoldoende in staat is om de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zelf op zich te nemen. Het lukt de moeder (en de stiefvader), onder meer vanwege de eigen problematiek, nu niet om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de veiligheid, stabiliteit en zorg te bieden die zij nodig hebben. Ook een plaatsing bij de vader behoort niet tot de mogelijkheden. Het contact tussen de vader en de minderjarigen is pas recent hersteld en vindt plaats onder begeleiding. Daarnaast zijn er ook bij de vader nog zorgen over diens persoonlijke problematiek en opvoedvaardigheden. De kinderrechter vindt het dan ook in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk dat de uithuisplaatsing wordt voortgezet.

5.6.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, een gezinsgerichte voorziening dan wel een voorziening voor pleegzorg verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 10 oktober 2026. De komende periode zal nader worden onderzocht of er mogelijkheden bestaan om te komen tot een thuisplaatsing van de minderjarigen bij één van de ouders. Daarvoor moet de opvoedsituatie van de minderjarigen eerst worden verbeterd. De kinderrechter heeft in dat kader – anders dan namens de moeder is gesteld – niet de verwachting dat de grote zorgen die er bestaan rondom [minderjarige 1] en [minderjarige 2] binnen enkele weken zullen zijn opgelost, waardoor de minderjarigen dan al met de inzet van MST-CAN in de thuissituatie kunnen verblijven. Hoewel het de kinderrechter positief stemt dat de moeder nu aangeeft dat zij (en de stiefvader) volledige medewerking wil verlenen aan een MST-traject, is dit traject eerder niet van de grond gekomen en biedt dit voor nu onvoldoende waarborgen voor de veiligheid van de minderjarigen in de thuissituatie bij de moeder (en de stiefvader).

De kinderrechter geeft de GI in overweging om ook de thuissituatie bij de vader nader te onderzoeken.

Uitvoerbaar bij voorraad

5.7.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.8.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, een gezinsgerichte voorziening dan wel een voorziening voor pleegzorg met ingang van 30 juli 2026 tot 10 oktober 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 door mr. Bogaert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A. Palings als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.