Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8104Zaaknummer C/02/450070 / FA RK 26-3483
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 24 juli 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/450070 / FA RK 26-3483
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 juli 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/450070 / FA RK 26-3483
Datum uitspraak: 24 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats]
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. E.J.L. Mulderink uit Breda.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [persoon 1], zorgverantwoordelijke;
- mevrouw [persoon 2], verpleegkundige.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 30 juli 2026.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4 De standpunten
Betrokkene geeft aan dat haar medicatie enigszins zal worden verlaagd in overleg met de zorgverantwoordelijke. Recent heeft zij in haar vakantie overwogen om te stoppen met de medicatie, maar het heeft geen zin om dat te doen, omdat de medicatie is opgebouwd. Ook had zij de rechter eerder beloofd om de medicatie een half jaar lang in te nemen. Betrokkene is bereid om de medicatie vrijwillig in te nemen, als deze verlaagd wordt. Zij merkt namelijk dat zij rustiger is. Doordat betrokkene op het terrein verblijft, kunnen de zorgverleners zicht op haar houden. Zij belt uit zichzelf naar de zorg en neemt initiatief als dat nodig is. Er is daarom geen verplichte zorg nodig om ervoor te zorgen dat zij contact blijft houden met de zorgverleners. Wel wil betrokkene een vangnet hebben, om ervoor te zorgen dat zij de komende tijd op het terrein kan blijven wonen. Een zorgmachtiging voelt echter als een straf voor betrokkene. Verder is verplichte zorg in de vorm van een opname niet nodig. Het is namelijk al vaker voorgekomen dat betrokkene zelf aangaf dat het niet goed met haar ging, waarna zij vrijwillig opgenomen is geweest. Daarnaast is betrokkene op zoek naar een vervolgplek. Mogelijk kan zij aan het eind van het jaar de woning van een kennis van haar huren. Zij is niet tegen een zorgmachtiging, indien enkel de verplichte zorgvormen ten aanzien van de medicatie en het contact met het ambulante team worden toegewezen. Verder wil betrokkene dat er nog een keer naar haar diagnose wordt gekeken.
De zorgverantwoordelijke verklaart dat betrokkene eerder heeft aangegeven dat zij vrijwillig medicatie in zou nemen, waardoor destijds de zorgmachtiging is afgewezen. Vervolgens stopte betrokkene echter na drie weken met het innemen van de medicatie. Als betrokkene stopt met de medicatie, gaat zij psychisch gezien snel achteruit en raakt zij overprikkeld. Het is moeilijk om passende medicatie te vinden voor betrokkene, omdat zij een ander metabolisme heeft. Er is daarnaast niet altijd zicht op betrokkene en betrokkene gaf een aantal weken geleden nog aan dat zij geen medicatie in wil nemen. De zorgverantwoordelijke vindt het daarom nodig om verplichte zorg in de vorm van het toedienen van medicatie en de behandeling vanuit het ambulante team op te nemen in de zorgmachtiging. De zorgverantwoordelijke geeft aan dat hij erop vertrouwt dat betrokkene kortdurend vrijwillig opgenomen zou willen worden, als dat nodig is. Deze vorm van verplichte zorg is daarom niet nodig. Verder verklaart hij dat betrokkene op zoek is naar een vervolgplek. Als er een zorgmachtiging wordt verleend, kan er binnen de zorgmachtiging gekeken worden welke ambulante zorg betrokkene krijgt op deze vervolgplek.
De verpleegkundige verklaart dat het momenteel heel goed gaat met betrokkene en dat zij heel zelfstandig is. De verpleegkundige verklaart dat het wel nodig is om verplichte zorg in de vorm van het onderhouden van contact met de zorg op te nemen in de zorgmachtiging.
De advocaat van betrokkene verzoekt het verzoek af te wijzen. De advocaat voert aan dat het momenteel heel goed gaat met betrokkene. Betrokkene gebruikt de medicatie en vindt het zelf ook belangrijk dat zij dat blijft doen. Ook wil zij begeleid worden door de zorgverleners en wil zij op het terrein blijven wonen, tot er een vervolgplek is gevonden. Er is op dit moment te weinig sprake van ernstig nadeel. Daarnaast werkt betrokkene vrijwillig mee aan alle noodzakelijk geachte zorg. Indien de rechtbank toch een zorgmachtiging nodig acht, verzoekt de advocaat subsidiair de machtiging te verlenen voor maximaal zes maanden. Het gaat namelijk al een tijd lang goed met betrokkene en het doel is om aan het einde van het jaar toe te werken naar een vervolgplek. Indien het goed blijft gaan met betrokkene, kan er na zes maanden gekeken worden of een machtiging nog langer nodig is.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum-en andere psychotische stoornissen, disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstige psychische schade;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Tijdens een psychotische decompensatie is er sprake van toenemende achterdocht. Ook is er eerder tijdens een ontregeling sprake geweest van agressie en grensoverschrijdend gedrag. In 2025 heeft betrokkene brand gesticht tijdens een psychotische ontregeling. Ook is er een gevaar voor psychische schade, omdat betrokkene met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) kwetsbaarder is voor psychoses. Bij iedere decompensatie is er sprake van cognitief verval en hierdoor psychische achteruitgang.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is op dit moment nog niet voldoende vertrouwen in de bereidheid om de zorg in een vrijwillig kader voort te zetten, aangezien betrokkene eerder deze bereidheid heeft getoond en zij vervolgens na drie weken is gestopt met de medicatie. Daarnaast zullen er de komende periode grote veranderingen plaatsvinden, namelijk een verlaging van de medicatie en mogelijk een verhuizing naar een vervolgplek. Het is daarbij van belang dat er een zorgmachtiging is als vangnet en om ervoor te zorgen dat zij, ondanks de spanningen die deze veranderingen met zich meebrengen, de noodzakelijk geachte zorg ontvangt. Indien betrokkene namelijk psychotisch decompenseert, raakt zij overprikkeld en bestaat er de kans dat zij de samenwerking met de zorgverleners stopt en haar medicatie staakt. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ overweegt de rechtbank dat daaronder wordt verstaan dat betrokkene contact moet blijven onderhouden met het ambulante (FACT-)team.
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de zorgverantwoordelijke en de verpleegkundige tijdens de zitting hebben bevestigd dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
Ten aanzien van het verweer van de advocaat met betrekking tot de duur van de zorgmachtiging oordeelt de rechtbank dit verweer niet te volgen. Hoewel het momenteel al enige tijd goed gaat met betrokkene, zorgen de veranderingen die de komende periode zullen plaatsvinden mogelijk voor spanningen bij betrokkene, waardoor het risico op een ontregeling groter is. De rechtbank acht het van belang dat er gedurende deze veranderingen en ook in de periode daarna zicht blijft op betrokkene en zij de medicatie blijft innemen, om te voorkomen dat zij ontregelt en er daardoor ernstig nadeel ontstaat. De rechtbank acht het daarom nodig om de zorgmachtiging voor de verzochte duur van twaalf maanden toe te wijzen. Indien het de komende twaalf maanden goed blijft gaan met betrokkene, kan er gekeken worden of een zorgmachtiging nog nodig is of dat de zorg daarna in een vrijwillig kader verleend kan worden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 juli 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.