Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8097Zaaknummer C/02/450071 / FA RK 26-3484
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 24 juli 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/450071 / FA RK 26-3484
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 januari 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/450071 / FA RK 26-3484
Datum uitspraak: 24 juli 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 2],
advocaat mr. E.J.L. Mulderink uit Breda.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon 1], [zorgaanbieder]
- mevrouw [persoon 2], transferverpleegkundige;
- mevrouw [persoon 3], arts;
- mevrouw [persoon 4], verpleegkundige.
2 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3 De feiten
Betrokkene verblijft momenteel zonder een machtiging in het [ziekenhuis] te [plaats 1].
4 De standpunten
Betrokkene is het niet eens met het verzoek. Hij geeft aan dat het niet klopt dat hij niet meer thuis kan wonen. Als hij vanuit het ziekenhuis naar huis gaat met de zorg die hij eerder al had in de thuissituatie, dan zal het gewoon goed gaan met hem. Gedurende de zitting geeft betrokkene aan dat hij niet wil horen wat er gezegd wordt, waarna hij de ruimte heeft verlaten. Met instemming van de advocaat van betrokkene is de zitting verder zonder betrokkene voortgezet.
De heer [persoon 1] vanuit [zorgaanbieder] geeft aan dat hij betrokkene de afgelopen zes jaar heeft verzorgd, tot aan de opname in het ziekenhuis. Betrokkene is opgenomen in het ziekenhuis, omdat hij gevallen is en hij daarbij zijn heup heeft gebroken. Voorafgaand aan de val liep hij echter al erg instabiel. Er is geprobeerd om betrokkene een rollator te laten gebruiken, echter wilde hij dat niet. De val van betrokkene heeft de noodzaak tot een machtiging verhoogd, maar het verzoek was al ingediend vóór de val. Bij betrokkene is namelijk sprake van dementie. Daarnaast heeft hij een zware psychiatrische achtergrond. Betrokkene heeft 24-uurszorg en -toezicht nodig. Dit kan echter niet langer geboden worden in de thuissituatie. Anderhalf jaar geleden hebben de zorgverleners al aangegeven dat de zorg in de thuissituatie niet langer haalbaar is. Hij drinkt en eet niet en moet met alles geholpen worden. In het afgelopen half jaar is hij dertig kilo afgevallen. Ook heeft hij een straatvrees ontwikkeld, waardoor hij zijn appartement niet uit komt. Hij leeft daardoor in volledige eenzaamheid en afzondering. Betrokkene heeft verder geen contact meer met zijn twee kinderen. Betrokkene staat bovenaan de wachtlijst voor een passende vervolgplek, echter weigert hij daarheen te gaan en zijn appartement te verlaten. Na de ziekenhuisopname kan betrokkene daar wel gelijk terecht, indien er een machtiging wordt verleend.
De arts verklaart dat betrokkene niet geopereerd zal worden aan zijn breuk, omdat betrokkene al niet goed meer kon lopen voorafgaand aan de val, er sprake is van comorbiditeit en er onvoldoende wilskracht is bij betrokkene voor het revalidatietraject. Een operatie is daardoor onverantwoord. Daarnaast is hij bedlegerig en wordt hij met een tillift uit bed gehaald. De arts verklaart dat betrokkene overal hulp bij nodig heeft. Ook eet hij slecht. Betrokkene zou momenteel al overgeplaatst kunnen worden, omdat er medisch gezien niets meer wordt gedaan vanuit het ziekenhuis.
De transferverpleegkundige verklaart dat betrokkene niet meer naar huis kan. Er is daarom gezocht naar een passende vervolgplek, echter weigerde betrokkene daarheen te gaan. Indien er een machtiging wordt verleend, zal de transferverpleegkundige de transfer regelen.
De advocaat verzoekt namens betrokkene het verzoek af te wijzen, aangezien betrokkene het niet eens is met het verzoek. Betrokkene is vergeetachtig, maar niet dement. Daarnaast kan betrokkene gewoon naar huis toe.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk cognitieve stoornissen in het kader van een dementieel beeld, waarbij sprake lijkt te zijn van een mogelijk gemengd beeld. De advocaat van betrokkene geeft namens betrokkene aan dat er geen sprake is van dementie. De rechtbank heeft echter geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring en de verklaring van de heer [persoon 1] vanuit [zorgaanbieder] dat bij betrokkene sprake is van een psychogeriatrische aandoening.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Er is sprake van een toegenomen hulp- en zorgbehoefte bij betrokkene. Hij is niet in staat om voor zichzelf te zorgen. Zo heeft hij hulp en aansturing nodig bij basale dagelijkse activiteiten en lukt het zelfstandig beheren van medicatie niet. Hij eet en drinkt thuis onvoldoende, waardoor hij in het afgelopen half jaar dertig kilo is afgevallen. Ook kan hij achterdochtig en geagiteerd reageren. Daarnaast heeft hij straatvrees, waardoor hij niet meer buiten komt. Er is daardoor sprake van een sterk sociaal isolement en diepe eenzaamheid. Betrokkene leeft grotendeels passief met gevoelens van uitzichtloosheid. Hij geeft structureel aan geen levenslust meer te ervaren. Verder is het dag- en nachtritme van betrokkene verstoord en veroorzaakte hij in de thuissituatie overlast in de nacht.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene heeft herhaaldelijk bij de zorgverleners aangegeven in zijn huidige woonvorm te willen blijven en niet te willen verhuizen. Ook tijdens de zitting geeft betrokkene duidelijk aan dat hij na de opname in het ziekenhuis naar huis wil en dat hij niet opgenomen wil worden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De noodzakelijke zorg voor betrokkene kan namelijk niet langer geboden worden in de thuissituatie.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 januari 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.