Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8083Zaaknummer C/02/450455 / JE RK 26-1281 en C/02/450459 / JE RK 26-1283
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 23 juli 2026
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/450455 / JE RK 26-1281 en C/02/450459 / JE RK 26-1283
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Spoed PGJ aanhouding regulier
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 30 juli 2026 en tot 13 augustus 2026;
houdt de behandeling van het reguliere verzoek (C/02/450459 / JE RK 26-1283) aan en roept de GI, de vader, de moeder en [minderjarige] en haar advocaat op te verschijnen tijdens de zitting van mr. Van de Merbel van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, in het gerechtsgebouw aan Kousteensedijk 2 te Middelburg, op [datum] 2026 te [uur], teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor [minderjarige], haar advocaat, de GI, de (advocaat van de) moeder en de (advocaat van de) vader voor de zitting op [datum] 2026 om [uur];
bepaalt dat de GI uiterlijk op 10 augustus 2026 de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper bij de rechtbank indient en naar de belanghebbenden stuurt.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. De Bont als griffier, en op schrift gesteld op 28 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummers: C/02/450455 / JE RK 26-1281 (restant spoed)
C/02/450459 / JE RK 26-1283 (regulier verzoek)
Datum uitspraak: 23 juli 2026
(nadere) beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige],
advocaat mr. R. Wouters uit Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat mr. M. Kalle uit Middelburg,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2],
advocaat mr. W. van der Sande uit Goes.
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 16 juli 2026 met alle daarin vermelde stukken.
Op 23 juli 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van [minderjarige];
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordigster van de GI.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
Bij beschikking van 21 april 2026 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor
de duur van een jaar, te weten met ingang van 21 april 2026 en tot 21 april 2027. Ook is een
machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleent met ingang van 21 april 2026 en tot 21 oktober 2026.
Bij beschikking van 16 juli 2026 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 16 juli 2026 en tot 30 juli 2026 en is het resterende deel van het verzoek aangehouden.
3 Het verzoek
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.
Ter beoordeling ligt voor of sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot het herroepen van de beschikking van 16 juli 2026 met ingang van heden, alsmede het resterende deel van het verzoek, te weten een spoedmachtiging voor de periode met ingang van 30 juli 2026 en tot 13 augustus 2026. Ook ligt nog het reguliere verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden voor.
4 De standpunten
De GI geeft aan dat de politie is ingeschakeld en deze heeft aangegeven dat de GI de beschikking naar de politie op mag sturen, maar dat ze niet actief gaan zoeken. De zorgen zijn nog steeds aanwezig.
Namens en door de moeder is aangegeven dat het klopt dat ze contact met [minderjarige] heeft. [minderjarige] belt om te zeggen wat ze gaat eten of dat ze nieuwe kleding heeft. De moeder weet verder niets en maakt zich grote zorgen over [minderjarige]. Zij heeft geprobeerd aangifte te doen voor onttrekking van het gezag, maar de politie zei dat als ze daar vrijwillig verblijft dat de moeder die aangifte dan niet kan doen.
Namens en door de vader wordt aangegeven dat de advocaten van de ouders contact kunnen zoeken met de politie. Er moet uitvoering aan de beschikking worden gegeven, met urgentie.
De advocaat van [minderjarige] geeft aan dat [minderjarige] ook als de dreiging van de machtiging om gesloten geplaatst te worden er niet zou liggen, niet terugkomt. [minderjarige] is telefonisch bereikbaar en de advocaat kan haar bellen, zodat [minderjarige] telefonisch bij de zitting aanwezig is.
5 De beoordeling
Spoedmachtiging
Ter beoordeling ligt voor of sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven voor herroeping van de afgegeven spoedbeslissing met ingang van heden, alsmede het resterende deel van het verzoek te weten een spoedmachtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 30 juli 2026 tot 13 augustus 2026.
De kinderrechter is van oordeel dat er geen sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven voor herroeping van de afgegeven spoedbeslissing. [minderjarige] verblijft nog steeds bij een voor de GI onbekende man op een onbekende locatie, terwijl zij eigenlijk op de groep van [accommodatie] behoort te verblijven en sinds 16 juli 2026 in een gesloten accommodatie. [minderjarige] heeft nog steeds geen openheid van zaken gegeven en de zorgen die de GI en haar ouders hebben, zijn niet afgenomen.
De kinderrechter heeft ervoor gekozen om [minderjarige] niet telefonisch bij de zitting aan te laten sluiten. In beginsel dient iedereen fysiek bij een zitting aanwezig te zijn. De vorige keer is [minderjarige] wel telefonisch aanwezig geweest. Niet is gebleken waarom zij niet in persoon aanwezig kan zijn. Het is de kinderrechter wel duidelijk dat [minderjarige] geen enkele intentie heeft om vrijwillig terug te keren. Zij onttrekt zich daarmee aan het ouderlijk gezag. Bovendien zijn de zorgen over [minderjarige] groot. Zij verblijft bij een vriend waarvan zij de vorige keer aan heeft gegeven dat deze vriend minderjarig is. De kinderrechter heeft daar net als de GI en de ouders grote twijfels bij. [minderjarige] is een kwetsbaar, 14-jarig meisje. Zij is beïnvloedbaar. Bovendien is er sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige], waardoor er een ondertoezichtstelling loopt. Er is enkel kort telefonisch contact met de moeder. Dat is onvoldoende om de veiligheid van [minderjarige] te kunnen borgen. Daar komt dat [minderjarige] jeugdhulp nodig heeft en zich hier dus ook aan onttrekt.
De kinderrechter zal de spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlengen voor de duur van twee weken. Het reguliere verzoek om [minderjarige] te plaatsen in een gesloten accommodatie zal worden aangehouden tot de hieronder vermelde zitting.
Bij het verzoek ontbreekt een verklaring van een gedragswetenschapper die [minderjarige] heeft gesproken. De kinderrechter vindt het voldoende aannemelijk dat onderzoek door een gedragswetenschapper in deze situatie feitelijk niet mogelijk was. Het is noodzakelijk dat het onderzoek alsnog zo snel mogelijk wordt uitgevoerd als zij is gevonden. De kinderrechter verzoekt de GI de verklaring van de gedragswetenschapper uiterlijk op 10 augustus 2026 bij de rechtbank in te dienen en naar de belanghebbenden te sturen.
De kinderrechter benadrukt dat het van belang is dat de politie [minderjarige] opspoort en vindt en naar de gesloten accommodatie brengt. Het kan niet zo zijn dat een kwetsbaar 14-jarig meisje zelf bepaalt waar zij verblijft. Of dat een niet gezaghebbende persoon ervoor kan zorgen dat een 14-jarig meisje onttrokken wordt aan het ouderlijk gezag en aan de GI. Het is van belang dat [minderjarige] veilig wordt gehouden en dat zij jeugdhulp krijgt, zodat zij een kans krijgt om op een gezonde manier op te groeien tot een volwassene.
Als de vriend van [minderjarige] of zijn ouders echt het belang van [minderjarige] voor ogen zouden hebben, dan zouden zij naar voren treden en in gesprek met de GI gaan om te kijken wat er moet gebeuren om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] te verminderen. Hoe langer de huidige situatie voortduurt, hoe groter de zorgen worden.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 30 juli 2026 en tot 13 augustus 2026;
houdt de behandeling van het reguliere verzoek (C/02/450459 / JE RK 26-1283) aan en roept de GI, de vader, de moeder en [minderjarige] en haar advocaat op te verschijnen tijdens de zitting van mr. Van de Merbel van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, in het gerechtsgebouw aan Kousteensedijk 2 te Middelburg, op [datum] 2026 te [uur], teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor [minderjarige], haar advocaat, de GI, de (advocaat van de) moeder en de (advocaat van de) vader voor de zitting op [datum] 2026 om [uur];
bepaalt dat de GI uiterlijk op 10 augustus 2026 de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper bij de rechtbank indient en naar de belanghebbenden stuurt.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. De Bont als griffier, en op schrift gesteld op 28 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.