Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8073Zaaknummer C/02/450570 / KG ZA 26-398

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/450570 / KG ZA 26-398
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Verstek
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek. Vordering vervangende toestemming vakantie toegewezen. Vordering vervangende toestemming paspoort afgewezen in verband met gebrek aan belang. Man heeft hiervoor toestemming gegeven.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

verleent aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – toestemming om de minderjarigen [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019, en [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2020, middels een busreis van 27 juli 2026 en tot en met 30 juli 2026 (met oma vaderszijde) te laten reizen en te doen verblijven in Europark Rulantica te Rust, Duitsland;

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. De Beer, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. Boomaars, griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De vorderingen
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

Zaaknummer / rolnummer: C/02/450570 / KG ZA 26-398

Vonnis in kort geding van 23 juli 2026

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats 1],

eiseres,

advocaat: mr. J.J.J. Jansen te Kapelle,

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats 2] (blijkens de Basisregistratie Personen),

gedaagde.

Partijen zullen hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de mondelinge behandeling op 23 juli 2026.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

1.3.

Tijdens de zitting zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Daarnaast is verschenen een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie de navolgende thans nog minderjarige kinderen zijn geboren:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019;

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2020.

2.2.

De man heeft de minderjarigen erkend.

2.3.

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

2.4.

De minderjarigen verblijven bij de vrouw.

3 De vorderingen

3.1.

De vrouw vordert bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, ter vervanging van de toestemming van de man, aan de vrouw vervangende toestemming te verlenen voor:

I. de aanvraag van een noodpaspoort ten behoeve van de minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2];

II. de geplande busreis van 27 juli 2026 tot en met 30 juli 2026 naar het Europark Rulantica in Rust, Duitsland.

3.2.

Door en namens de vrouw is daartoe in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, het navolgende aangevoerd. De huidige verblijfplaats van de man is zowel voor de vrouw als de moeder van de man (oma vz) onbekend. De vrouw heeft ook geen contact met de man. Oma (vz) wil graag met de kinderen van 27 juli 2026 tot en met 30 juli 2026 middels een busreis naar Europark Rulantica in Duitsland gaan. De man weigert echter – zonder opgaaf van redenen – herhaaldelijk hiervoor zijn toestemming te geven. Daarnaast zijn de kinderen niet meer in het bezit van een geldig reisdocument, zodat een noodpaspoort voor hen moet worden aangevraagd. Hier heeft de man inmiddels, onder grote druk van oma (vz), zijn toestemming voor verleend, wat maakt dat de vrouw de noodpaspoorten al heeft kunnen aanvragen. De man heeft echter nog altijd geen toestemming verleend voor de geplande vakantie. Het is al vaker voorgekomen dat de man zijn toestemming weigert te geven, waaronder voor vaccinaties en school.

3.3.

De man heeft geen verweer gevoerd tegen de vorderingen van de vrouw.

4 De beoordeling

Verstek

4.1.

Bij aanvang van de zitting heeft de voorzieningenrechter geconstateerd dat de man niet is verschenen. Nadat de voorzieningenrechter tijdens de zitting heeft vastgesteld dat ten aanzien van de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, is ter zitting tegen de man verstek verleend.

Spoedeisend belang

4.2.

Op grond van de gedingstukken en de toelichting tijdens de zitting staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vorderingen vast. Dit spoedeisend belang vloeit voort uit het feit dat de beoogde reis aanvangt op 27 juli 2026, terwijl de man hiervoor – ondanks herhaaldelijke verzoeken – geen toestemming geeft. De voorzieningenrechter zal voormelde vorderingen daarom hierna inhoudelijk beoordelen en vervolgens daarop beslissen.

Advies van de Raad

4.3.

De vertegenwoordiger van de Raad heeft, kort samengevat, naar voren gebracht dat de vervangende toestemming ten aanzien van de vakantie kan worden verleend. De geplande vakantie is immers in het belang van de kinderen.

Beslissing vorderingen vrouw

4.4.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Ter zitting is gebleken dat de man inmiddels zijn toestemming heeft verleend ten aanzien van de aanvraag van de noodpaspoorten voor de kinderen. De vrouw heeft hierdoor de noodpaspoorten kunnen aanvragen. Gelet hierop heeft de vrouw geen belang meer bij haar vordering ten aanzien van de vervangende toestemming voor de aanvraag van een noodpaspoort voor de kinderen. De voorzieningenrechter zal deze vordering van de vrouw dan ook afwijzen.

4.5.

De voorzieningenrechter zal de vordering van de vrouw ten aanzien van de vervangende toestemming vakantie toewijzen. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Nu partijen gezamenlijk zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen, heeft de vrouw in beginsel de toestemming van de man nodig om de kinderen naar het buitenland te laten reizen en aldaar te doen verblijven. De voorzieningenrechter stelt vast dat de man hiervoor – zonder opgaaf van redenen – zijn toestemming herhaaldelijk niet wil verlenen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de beoogde vakantie in het belang van de kinderen is, nu niet is gebleken van zwaarwegende feiten en omstandigheden waaruit volgt dat het verlenen van vervangende toestemming in strijd komt met de belangen van de kinderen. Nu de man niet is verschenen in deze procedure, hij zich niet heeft verzet tegen de vordering en niet is gebleken van gewichtige redenen om de voorgenomen vakantie te weigeren, zal de voorzieningenrechter de vordering van de vrouw om vervangende toestemming te verlenen voor de busreis van 27 juli 2026 tot en met 30 juli 2026 naar het Europark Rulantica in Rust, Duitsland, toewijzen.

4.6.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van de hoofdregel in familiezaken dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd. Hij zal daarom, gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, de proceskosten tussen hen compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.7.

De voorzieningenrechter zal de beslissing ten aanzien van de vervangende toestemming vakantie uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het in het belang van de minderjarigen is dat deze beslissing, ondanks een eventueel hoger beroep, meteen uitgevoerd kan worden.

4.8.

Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

verleent aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – toestemming om de minderjarigen [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2019, en [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2020, middels een busreis van 27 juli 2026 en tot en met 30 juli 2026 (met oma vaderszijde) te laten reizen en te doen verblijven in Europark Rulantica te Rust, Duitsland;

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. De Beer, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. Boomaars, griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.