Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8065Zaaknummer C/02/449454 / KG ZA 26-337

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/449454 / KG ZA 26-337
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Kort geding, Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming vakantie

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verleent aan de vrouw – ter vervanging van de toestemming van de man – toestemming om met de minderjarige kinderen

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2012 te [geboorteplaats],

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2014 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2015 te [geboorteplaats],

in de periode van 3 augustus 2026 tot en met 22 augustus 2026 te reizen naar Curaçao en aldaar te verblijven;

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

wijst hetgeen meer of anders is gevorderd af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Pellikaan, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 in tegenwoordigheid van Van Diepen, griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De vordering
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

zaaknummer: C/02/449454 / KG ZA 26-337

23 juli 2026

Vonnis in kort geding

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat: mr. N.A. Boelhouwer te Tilburg,

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

n i e t v e r s c h e n e n.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties.

1.2.

De man is niet verschenen op zitting. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de dagvaarding op de door de wet voorgeschreven wijze aan hem is uitgebracht. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen de man verstek wordt verleend.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn de navolgende thans nog minderjarige kinderen geboren:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2012;

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014;

- [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2015.

2.2.

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

2.3.

De minderjarigen verblijven bij de vrouw.

3 De vordering

3.1.

De vrouw vordert:

- de vrouw vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen van partijen

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2012 te [geboorteplaats],

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2014 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2015 te [geboorteplaats],

naar Curaçao te reizen van 3 augustus 2026 tot en met 22 augustus 2026;

- de man te veroordelen in de kosten van het geding, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, een en ander, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en op alle dagen en uren.

4 De beoordeling

4.1.

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door de vrouw tijdens de zitting staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vordering vast.

4.2.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vrouw, gelet op hetgeen zij heeft aangevoerd belang heeft bij toewijzing van de vordering. De vordering komt de voorzieningenrechter noch onrechtmatig noch ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen als hierna vermeld.

4.3.

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.4.

Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verleent aan de vrouw – ter vervanging van de toestemming van de man – toestemming om met de minderjarige kinderen

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2012 te [geboorteplaats],

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2014 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2015 te [geboorteplaats],

in de periode van 3 augustus 2026 tot en met 22 augustus 2026 te reizen naar Curaçao en aldaar te verblijven;

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

wijst hetgeen meer of anders is gevorderd af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Pellikaan, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 in tegenwoordigheid van Van Diepen, griffier.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.