Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8060Zaaknummer C/02/449981 / FA RK 26-3444

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
16 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/449981 / FA RK 26-3444
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging toegewezen

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449981 / FA RK 26-3444

Datum uitspraak: 23 juli 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonende aan [adres] te [plaats 1],

advocaat mr. P.W.E. Hoezen uit Winterswijk.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juli 2026 bij [accommodatie] te [plaats 2]. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], behandelaar;
  • mevrouw [persoon 2], casemanager.

2 Het verzoek

2.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene brengt naar voren dat hij zijn vrijheid wil behouden en daarom niet kan instemmen met een zorgmachtiging. Betrokkene wil niet worden opgesloten. Hij is vanwege een eerder opgelegde PIJ maatregel al langere tijd opgesloten geweest. Betrokkene wil liever geen medicatie innemen, omdat hij bijwerkingen van de medicatie ervaart. Hij zal de medicatie wel innemen als dit goed voor hem werkt. Betrokkene wil stoppen met de samenwerking met de casemanager van [accommodatie], ondanks dat deze samenwerking goed verloopt.

3.2.

De behandelaar verklaart dat betrokkene, zolang zij hem kent, aangeeft dat hij niet kan instemmen met een zorgmachtiging en wil stoppen met het gebruik van medicatie. Het medicatiegebruik is een voorwaarde welke is opgelegd vanuit de PIJ-maatregel. Meermaals is op verzoek van betrokkene geprobeerd om de medicatie af te bouwen. Hierbij is gezien dat betrokkene al snel na het afbouwen van de medicatie onrustig wordt. Door voorgaande onrust kon betrokkene niet langer op de woonvorm verblijven. Tijdens de laatste afbouw periode is het noodzakelijk geweest om een time-out in te lassen. Gebleken is dat het stoppen van medicatiegebruik niet haalbaar is. Soms lukt het om betrokkene de stimuleren om de medicatie te gebruiken. Betrokkene had veel last van bijwerkingen en is daarom onlangs gestart met andere medicatie. Momenteel is er vanuit betrokkene overeenstemming over de nieuwe medicatie. Het is positief dat betrokkene ondersteuning vanuit zijn broer en reclassering ontvangt. In de komende periode is het belangrijk dat medicatie kan worden toegediend, er medische controles kunnen plaatsvinden en dat betrokkene in contact blijft met [accommodatie]. De overige zorgvormen zijn niet noodzakelijk.

3.3.

De casemanager geeft aan dat in de afgelopen weken wat beter gaat met betrokkene. Sinds zij betrokken is, neemt betrokkene de medicatie beter in en verloopt de communicatie goed. Betrokkene nam de medicatie voor deze periode niet consequent in. Het is belangrijk dat de zorgvormen “het toedienen van medicatie” en “het onderhouden van contact met [accommodatie] ” worden voortgezet.

3.4.

De advocaat voert aan dat zij namens betrokkene verzoekt tot afwijzing van het verzoek. Er is sprake van wilsbekwaam verzet. Betrokkene heeft de wens om te stoppen met de medicatie, maar verzet zich niet tegen medicatiegebruik indien dit nodig wordt geacht. Betrokkene ziet in dat hij door de medicatie verandert en hierdoor rustiger is en minder snel boos is. Hij zal de medicatie vrijwillig innemen. Betrokkene verzet zich tegen een opname en begeleiding van [accommodatie]. Het verzet komt voort uit zijn verleden. Er is lange tijd sprake geweest van een PIJ maatregel. Tijdens de start van de PIJ opname was er sprake van een psychose en was betrokkene in de war. Later in het proces krijgt betrokkene structuur en begeleiding en wordt gezien dat het goed met hem gaat. De resocialisatiefase heeft niet plaatsgevonden binnen de PIJ-kliniek, omdat er sprake was van een financieringsprobleem. Tijdens de laatste fase in de PIJ-kliniek werkt betrokkene buiten de kliniek en mag hij aan zijn opleiding beginnen. Betrokkene krijgt in deze periode al veel verlof. Betrokkene is gemotiveerd en werkt mee. De PIJ maatregel wordt voorwaardelijke beëindigd en betrokkene gaat zelfstandig wonen. Het valt betrokkene zwaar dat vorig jaar tegen hem is gezegd dat de PIJ maatregel komt te vervallen en dat er nu een zorgmachtiging wordt verzocht waardoor er opnieuw sprake is van een verplicht kader. Door een zorgmachtiging moet hij opnieuw afspraken maken en contact hebben met de begeleiders van [accommodatie]. Dit is vergelijkbaar met de begeleiding van de reclassering. Betrokkene wil de regie over zijn leven houden en medicatie via de huisarts ontvangen. De begeleiding vanuit de woonvorm wil betrokkene voortzetten. In de afgelopen jaren is een opname niet aan de orde geweest. Subsidiair wordt verzocht om alleen de zorgvorm medicatie toe te wijzen, nu de overig verzochte zorgvormen niet zijn onderbouwd en zijn gebaseerd op aannames.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

Uit de overlegde stukken en wat is besproken tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen, middelgerelateerde - en verslavingsstoornissen.

4.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

4.4.

De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat tijdens psychotische ontregeling sprake is van agressief gedrag, vijandigheid, verward gedrag en slechte zelfzorg. Betrokkene is dan dwingend, claimend en dominant. Hij gaat schreeuwen, veroorzaakt conflicten en heeft een dreigende houding waarbij hij spullen vernield. Hierbij bestaat het gevaar dat betrokkene zijn woonplek in de woonvorm kwijtraakt.

4.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

4.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is wilsonbekwaam en er is onvoldoende sprake van ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene staat onvoldoende open voor zorg in het vrijwillige kader. Hij wil de regie over zijn eigen leven behouden. Hoewel betrokkene op dit moment de nieuwe medicatie inneemt, en de communicatie goed verloopt, is deze positieve ontwikkeling nog erg pril. Uit het verleden blijkt dat deze bereidwilligheid niet consistent en duurzaam is en om die reden is de rechtbank van oordeel dat verplichte zorg nodig is.

4.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.8.

De overige vormen van verplichte zorg, zoals verzocht door de officier van justitie, zal de rechtbank niet opnemen in de zorgmachtiging, nu ter zitting is gebleken dat betrokkene dit niet nodig heeft.

4.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

4.10.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

4.11.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.