Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8053Zaaknummer C/02/450555 / FA RK 26-3766

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
15 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/450555 / FA RK 26-3766
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VCM

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 augustus 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/450555 / FA RK 26-3766

Datum uitspraak: 22 juli 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

nu verblijvende in een [accommodatie] te [plaats],

advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juli 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk;
  • [persoon 1], arts.
1.3.

Tevens tijdens de zitting aanwezig, maar niet gehoord:

  • [persoon 2], verpleegkundige;
  • [persoon 3], coassistent.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij een [accommodatie]. De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 20 juli 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene brengt naar voren dat het prima met hem gaat, maar dat hij gefrustreerd is over de huidige situatie. Hij geeft aan alleen met zijn therapeut over de situatie te willen praten.

4.2.

De psychiater verklaart dat betrokkene is opgenomen vanwege een manisch psychotische ontregeling. Daarnaast is betrokkene bekend met een bipolaire stoornis. Als voorbeelden van gedrag voortkomend uit de ontregeling noemt de psychiater dat betrokkene brandende briefjes door de brievenbus van de buurman heeft gedaan en verward een apotheek is binnengelopen met het doel medicatie mee te nemen. Tevens is betrokkene ambivalent ten aanzien van zijn verblijf op de afdeling en verloopt het contact met betrokkene moeizaam. Daarnaast acht de psychiater betrokkene wilsonbekwaam en onvoldoende in staat om tot een redelijke waardering van zijn belangen te komen. Om die redenen stelt de psychiater dat voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is.

4.3.

De advocaat voert aan dat betrokkene op vrijwillige basis op de afdeling wil verblijven. Primair verzoekt de advocaat de rechtbank het verzoek af te wijzen. Subsidiair stelt de advocaat dat, indien de rechtbank van oordeel is dat een machtiging noodzakelijk is in het belang van betrokkene, aan de wettelijke vereisten voor toewijzing wordt voldaan.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.3.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene is opgenomen wegens een manisch psychotisch beeld. Daarnaast heeft betrokkene brandend papier door brievenbussen gestopt en heeft hij voor overlast gezorgd op het station. Tot slot is betrokkene bekend met een bipolaire stoornis.

5.4.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk bipolaire-stemmingsstoornissen.

5.5.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

5.6.

De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de zitting besproken.

5.7.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.7.1.

De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg, afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.

5.8.

Betrokkene is ambivalent in het accepteren van zorg en wil alleen in gesprek met zijn therapeut over voorwaarden voor zijn verblijf. Om die reden acht de rechtbank de vrijwilligheid van betrokkene niet duurzaam.

5.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De voortzetting van de crisismaatregel zal worden verleend voor de duur van drie weken.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 augustus 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.