Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8050Zaaknummer C/02/450306 / FA RK 26-3615

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
16 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/450306 / FA RK 26-3615
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opvolgende rechterlijke machtiging

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 januari 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke, griffier en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/450306 / FA RK 26-3615

Datum uitspraak: 22 juli 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 14 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader (tevens mentor) en moeder van betrokkene;
  • mw. [persoon], casemanager.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 2 augustus 2026.

3 Het verzoek

3.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Door en namens betrokkene is aangegeven dat zij moeite heeft met de rechterlijke machtiging. Zij ervaart deze als vrijheidsbeperkend. Het liefst wil zij dan ook geen rechterlijke machtiging meer. Desondanks kan het verzoek juridisch gezien worden toegewezen. De advocaat bepleit echter wel voor toewijzing van een kortere duur, namelijk voor de duur van zes maanden. Het is voor betrokkene belangrijk om perspectief te hebben. Ook gelet op de ontwikkelingen, zoals die in het dossier staan beschreven.

4.2.

De vader van betrokkene licht toe dat betrokkene veel moeite heeft gehad met de twee jaar durende rechterlijke machtiging. De vader zou ook graag zien dat de opvolgende machtiging wordt afgegeven voor de duur van zes maanden. Een kortere periode kan motiverend werken. Het gaat momenteel goed met betrokkene. Zij leert om te gaan met haar beperkingen en het lijkt erop dat stabiliteit is bereikt.

4.3.

De casemanager heeft ter zitting aangegeven dat wanneer de spanning stijgt, de suïcidaliteit meer op de voorgrond komt te staan. Betrokkene zou graag terug bij haar ouders wonen, maar dat is niet mogelijk. Het is belangrijk dat betrokkene op een woonplek verblijft, waar zij de noodzakelijk geachte zorg krijgt. Zes maanden is akkoord.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden, in plaats van de verzochte twaalf maanden. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene behoefte heeft aan perspectief.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat bij betrokkene sprake is van een licht verstandelijke beperking met disharmonisch intelligentieprofiel, autisme spectrum stoornis en sociaal emotioneel niveau in socialisatiefase (6-18 maanden) met psychotische decompensatie bij overvraging. De stoornis wordt door of namens betrokkene niet betwist.

5.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

5.4.

Het is de rechtbank gebleken dat betrokkene voortdurend nabijheid van begeleiding nodig heeft om haar te ondersteunen bij het behouden van structuur, bij haar dagelijks functioneren en het voorkomen van onveilig gedrag. Wanneer de spanning toeneemt uit betrokkene suïcidale gedachten, waaronder dat zij voor de trein wil springen. Deze angst is reëel, nu zij in het verleden meerdere keren richting het spoor is gelopen. Tot slot kan betrokkene overlast veroorzaken door te gaan schreeuwen en zoekt zij op dwingende wijze contact met haar vader. Vergelijkbaar gedrag heeft zij eerder richting een vriendin laten zien, wat heeft geleid tot verminderd contact.

5.5.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene beschikt over onvoldoende ziekte-inzicht en onvoldoende vaardigheden om overvraging, oplopende spanning, irreële verwachtingen ten aanzien van anderen en suïcidaal gedrag zelfstandig te voorkomen.

5.6.

Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene ervaart de rechterlijke machtiging als een beperking van haar vrijheden en geeft aan dat deze haar belemmert in haar zelfstandig. Zij zou dan ook het liefst zonder rechterlijke machtiging verder willen.

5.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Zowel medicamenteuze als niet-medicamenteuze behandelingen hebben onvoldoende effect om het ernstig nadeel af te wenden.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 januari 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke, griffier en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.