Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8049Zaaknummer C/02/450551 / FA RK 26-3763

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
16 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/450551 / FA RK 26-3763
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voortzetting crisismaatregel

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 augustus 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/450551 / FA RK 26-3763

Datum uitspraak: 22 juli 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

nu verblijvende in een [accommodatie] te [plaats],

advocaat mr. A.W.M. van de Wouw uit Galder.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juli 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • [persoon 1], klinisch psycholoog;
  • [persoon 2], verpleegkundige.
1.3.

Tevens tijdens de zitting aanwezig, maar niet gehoord:

- [persoon 3], psycholoog in opleiding tot GZ-psycholoog.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij een [accommodatie]. De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 20 juli 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene brengt naar voren dat zij obsessieve gedachten heeft over de dood en het leven en dat het niet goed met haar gaat. Daarnaast geeft zij aan dat zij geen ambulant behandelteam meer heeft. Betrokkene stelt dat zij enerzijds wel opgenomen zou willen worden, maar daar anderzijds over twijfelt, omdat zij tegelijkertijd graag weg wil.

4.2.

De klinisch psycholoog verklaart dat betrokkene is opgenomen vanwege obsessieve gedachten om zichzelf of iemand anders iets aan te doen. Hierin is nog geen verandering. In het verleden is betrokkene eveneens hiervoor opgenomen geweest. Daarnaast geeft de klinisch psycholoog aan dat het doel is om te onderzoeken wanneer het voor betrokkene veilig is om terug te keren naar huis. Dit is momenteel nog niet het geval. De klinisch psycholoog benadrukt dat betrokkene niet langer op de afdeling zal verblijven dan noodzakelijk is.

4.3.

De verpleegkundige onderschrijft het standpunt van de klinisch psycholoog.

4.4.

De advocaat voert aan dat betrokkene ambivalent is ten aanzien van haar vrijwilligheid. Daarnaast stelt de advocaat dat de verzochte duur van drie weken niet noodzakelijk is en dat kan worden volstaan met een kortere periode.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.3.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene is opgenomen wegens gedachten dat zij zichzelf of een ander wil vermoorden. Daarnaast kan betrokkene deze gedachten niet van haar afzetten en wordt zij door deze gedachten beheerst. Ook is betrokkene op zoek geweest naar messen en had zij er een bij zich in de kamer met de behandelaar.

5.4.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), overige dsm-5 stoornissen en er is sprake van andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn.

5.5.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

5.6.

De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de zitting besproken.

5.7.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- opnemen in een accommodatie.

5.7.1.

De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg, afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.

5.8.

Betrokkene geeft aan dat als zij vrijwillig wordt opgenomen dat ze snel weer zal zeggen dat ze naar huis wil. Het vermoeden bestaat dat betrokkene ambivalent is in het accepteren van zorg. Om die reden is verplichte zorg nodig.

5.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De voortzetting van de crisismaatregel zal worden verleend voor de duur van drie weken. De rechtbank ziet geen aanleiding om de maatregel te bekorten.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 augustus 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.