Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8042Zaaknummer C/02/450256 / FA RK 26-3583

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
16 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/450256 / FA RK 26-3583
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.7. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 januari 2027;

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke, griffier en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/450256 / FA RK 26-3583

Datum uitspraak: 22 juli 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. M.A.J. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • dhr. [persoon 1], arts;
  • mw. [persoon 2], mentor van betrokkene;
  • een verpleegkundige.

2 Het verzoek

2.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Door en namens betrokkene is primair verzocht om afwijzing van het verzoek. Betrokkene is bereid om zijn medicatie in te nemen en accepteert de noodzakelijk geachte zorg. Een dwangkader is aldus niet noodzakelijk. Betrokkene ontkent dat er sprake is van middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Hij heeft in de afgelopen maand geen verdovende middelen gebruik en heeft ook geen zucht naar middelen. Voor de overige vermelde stoornissen en het ernstig nadeel refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank. Subsidiair, indien de rechtbank het verzoek toewijst, verzoekt de advocaat om enkel de zorgmodaliteiten ‘toedienen van medicatie’ en het ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ op te nemen. De overige vormen van verplichte zorg zijn niet voorzienbaar.

3.2.

De arts heeft ter zitting toegelicht dat betrokkene bekend is met psychische en cardiale problemen. Het is belangrijk dat betrokkene hier de juiste zorg voor krijgt. Een zorgmachtiging is hierbij noodzakelijk, nu gebleken is dat betrokkene in de thuissituatie de zorg afhield.

3.3.

De mentor heeft aangegeven dat zij achter het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging staat. Betrokkene kan snel ontregelen en dan is het fijn dat er snel ingegrepen kan worden. Een crisissituatie kan op die manier voorkomen worden. Betrokkene verblijft momenteel op vrijwillige basis bij Emergis. Betrokkene is momenteel ingesteld op depotmedicatie, echter moet de Wlz-indicatie worden opgehoogd alvorens betrokkene kan terugkeren naar huis.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. De rechtbank is met de advocaat van oordeel dat er geen sprake is van middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Dit blijkt onvoldoende uit de overgelegde stukken.

4.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

4.4.

Ten tijde van een psychotische ontregeling zorgt betrokkene voor veel overlast. Betrokkene toont seksueel grensoverschrijdend gedrag en verbaal en/of fysieke agressie richting derden, met name vrouwen. Zo heeft hij zich in de openbare ruimte eerder schreeuwend en intimiderend geuit richting vrouwen en kinderen en dreigt hij zijn woonplek in een begeleide woonvoorziening kwijt te raken door ontwrichtend en agressief gedrag. Daarnaast is er bij betrokkene sprake van forse achterdocht, hetgeen gevaarlijke situaties oplevert. Zo heeft betrokkene onverwachts in een taxi aan het stuur getrokken. Ook is hij ervan overtuigd dat zijn voeding en medicatie zijn vergiftigd. Als gevolg hiervan weigert hij deze in te nemen.

4.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

4.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene in het verleden meermaals is gestopt met het innemen van medicatie, met een ontregeling tot gevolg. Daarom is verplichte zorg nodig.

4.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten – waaronder niet het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen.

4.8.

De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de arts tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

4.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.7. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 januari 2027;

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke, griffier en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.