Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7985Zaaknummer C/02/447816 / FA RK 26-2293

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
15 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/447816 / FA RK 26-2293
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bekrachtiging ouderschapsplan

De rechtbank

bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkt ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 in aanwezigheid van Bakker-Maljers, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek en de beoordeling
  4. 4 De beslissing

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg/ Breda

Zaaknummer: C/02/447816 / FA RK 26-2293

datum uitspraak: 21 juli 2026

beschikking over bekrachtiging ouderschapsplan

in de zaak van

[de vrouw],

hierna: de vrouw,

wonende in [woonplaats 1],

advocaat: mr. M.P. Kapteijn in Middelburg,

tegen

[de man],

hierna: de man,

wonende in [woonplaats 2],

over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025, hierna te noemen [minderjarige].

1 Het procesverloop

1.1

In het dossier zit het volgende stuk:

- het op 17 april 2026 ontvangen verzoek met bijlagen.

2 De feiten

2.1

Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie is op [geboortedag] 2025 [minderjarige] geboren.

2.2

[minderjarige] woont bij de vrouw.

2.3

De man heeft [minderjarige] erkend. Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige].

3 Het verzoek en de beoordeling

3.1

De vrouw verzoekt bij beschikking:

- te bepalen dat de in het aangehechte ouderschapsplan overeengekomen regelingen ten aanzien van de gevolgen van de beëindigde relatie deel uitmaken van de te nemen beschikking.

3.2

De man is door de griffier bij brief van 19 mei 2026 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over dit verzoek en om daarbij aan te geven of hij behoefte aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek ter zitting. Daarbij is door de griffier aangegeven dat wanneer de man niet (tijdig) reageert, de rechter zonder een inhoudelijke behandeling zal beslissen op het verzoek.

De rechtbank stelt vast dat zij binnen de daarvoor gestelde termijn geen reactie van de man heeft ontvangen, waardoor geconcludeerd kan worden dat de man het eens is met het verzoek en geen behoefte heeft aan een zitting.

3.3

Het verzochte komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal, nu aan de zijde van de man geen bezwaren zijn gebleken, als onweersproken worden toegewezen. Het door partijen op 4 april 2026 ondertekende ouderschapsplan zal, zoals verzocht, aan de beschikking worden gehecht, zodat de regelingen die hierin zijn opgenomen deel uitmaken van deze beschikking.

4 De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkt ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 in aanwezigheid van Bakker-Maljers, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.