Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7981Zaaknummer C/02/450239 / FA RK 26-3569

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
15 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/450239 / FA RK 26-3569
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opvolgende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Er is een verslechtering in het toestandsbeeld van betrokkene vanwege een toename in middelengebruik. Verplichte zorg is nodig omdat betrokkene niet vrijwillig mee wil werken.

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 juli 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/450239 / FA RK 26-3569

Datum uitspraak: 21 juli 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • de advocaat van betrokkene;
  • de heer [persoon 1], casemanager;
  • mevrouw [persoon 2], casemanager;
  • de heer [persoon 3], persoonlijk coach.

Tevens was aanwezig tijdens de mondelinge behandeling, maar is niet gehoord, de heer [persoon 4], stagiair van mr. Van ’t Hoff.

1.3.

De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

1.4.

Bij aanvang van de mondelinge behandeling meldt de advocaat van betrokkene dat betrokkene niet bij de mondelinge behandeling aanwezig wil zijn en dat hij niet door de rechtbank wil worden gehoord. Nu de rechtbank, gelet op de wet, zelf moet vaststellen dat betrokkene niet bereid is gehoord te worden, heeft de rechtbank dit aan hem gevraagd. De rechtbank is naar de kamer van betrokkene gegaan en heeft vanuit de ingang van de kamer met betrokkene gesproken. Betrokkene zit te roken, waarbij de geur op marihuana lijkt. Ook ligt op de salontafel voor betrokkene een grote vlek met wit poeder, waarin een kort wit buisje ligt. Betrokkene reageert geïrriteerd op vragen en is moeilijk te verstaan. Betrokkene geeft aan duidelijk genoeg te zijn geweest. Hij is het er niet mee eens. Hij wijst naar de vlek met wit poeder en geeft aan dat daar de coke ligt.

1.5.

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet gehoord wilde worden. Betrokkene was op de hoogte van de mondelinge behandeling en is door de rechtbank gevraagd aan de mondelinge behandeling deel te nemen, maar hij heeft geweigerd daarbij aanwezig te zijn. Hij heeft op vragen aangegeven het oké te vinden als de zitting dan zonder hem wordt voortgezet. De rechtbank besluit daarop de mondelinge behandeling voort te zetten in afwezigheid van betrokkene. De advocaat en de overige aanwezigen hebben hiertegen geen bezwaar.

1.6.

De advocaat heeft betrokkene voorafgaand aan de zitting niet kunnen spreken. Dit wilde betrokkene niet. De advocaat blijft bij de zitting als procesbewaker aanwezig.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 4 augustus 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Omdat betrokkene niet gehoord wilde worden, heeft de rechtbank geen kennis kunnen nemen van zijn visie op het verzoek. Het enige wat betrokkene tijdens het korte bezoek aan zijn kamer heeft aangegeven is dat hij duidelijk genoeg is geweest. Betrokkene reageerde instemmend op de vraag van de rechtbank of hieruit kan worden afgeleid dat hij het niet eens is met het verzoek.

4.2.

De casemanagers zeggen dat betrokkene eerder op een andere woonvoorziening woonde. Betrokkene was toen in het begin goed in contact, maar het middelengebruik nam toe. Omdat het op die plek niet lukte om afspraken te maken over het middelengebruik, is betrokkene hier naartoe gekomen. Op deze woonplek is middelengebruik toegestaan. Betrokkene kwam toen wel op afspraken en nam zijn depot, ook al was hij het daar niet mee eens. De casemanagers zeggen de laatste maanden blij te zijn als ze niet worden uitgescholden of bespuugd. Het middelengebruik van betrokkene neemt toe en dat is zichtbaar door zijn toenemende psoriasis. De casemanagers zeggen dat betrokkene momenteel wel zijn depot krijgt, soms een paar dagen later als betrokkene er niet is, maar in combinatie met zijn middelengebruik is de effectiviteit van de medicatie heel lastig. De casemanagers zeggen de zorgmachtiging te hebben aangevraagd als stok achter de deur. Afgelopen tijd is een opname eigenlijk wel nodig geweest, maar het is vanwege een gebrek aan bedden niet gebeurd. Het gaat stabiel slecht met betrokkene en het zou helpend zijn als betrokkene consequent medicatie krijgt en minder middelen zou gebruiken. Ook koopt betrokkene spullen via Afterpay, die hij dan na levering doorverkoopt. Hiermee financiert hij zijn middelengebruik. Het is lastig om hierover een gesprek te voeren met betrokkene.

4.3.

De persoonlijk coach voegt toe dat betrokkene zich wel aan afspraken houdt. Daarnaast komt betrokkene, mede door andere bewoners in dit pand, aan zijn drugs.

4.4.

De advocaat zegt maar beperkt een standpunt in te kunnen nemen, omdat hij betrokkene niet heeft gesproken. Betrokkene zal geen zorgmachtiging willen. De advocaat pleit daarom voor afwijzing van het verzoek. Mocht de rechtbank overgaan tot een toewijzing dan pleit de advocaat enkel voor toedienen van medicatie, medische controles en contact met het ambulant team. De overige verzochte vormen van zorg dienen volgens de advocaat te worden afgewezen.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen, schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige immateriële schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- ernstige verstoorde ontwikkeling;

- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene een lange voorgeschiedenis van delict- en grensoverschrijdend gedrag heeft. Hij is geneigd met agressie te reageren als hij overprikkeld raakt. Betrokkene laat weinig zien van zijn gedachten, gevoelens of psychisch functioneren. Er zijn aanwijzingen dat hij last heeft van restverschijnselen van een psychotische stoornis, wat verder geluxeerd wordt door misbruik van middelen. Op de mate en frequente daarvan is geen zicht.

Tijdens een psychotische decompensatie hoort betrokkene stemmen en is er sprake van waanideeën die kunnen worden geluxeerd door speedgebruik. Betrokkene is dan moeilijker aan te spreken op zijn gedrag en reageert sneller geagiteerd, wat kan leiden tot hoog oplopende conflictsituaties.

Betrokkene vertoont dan verbaal en fysiek agressief gedrag naar anderen en materialen. Terugval in middelengebruik alsmede veelvuldig nachtelijke bewegingen leidt tot onder andere slaapdeprivatie met een verergering van het psychotisch toestandsbeeld tot gevolg. Betrokkene heeft recent een woonbegeleider bedreigd met een vork toen werd gevraagd of hij zijn handen wilde wassen voor de maaltijd. Betrokkene is eerder zijn woonplek verloren en loopt momenteel weer dat risico als hij zich niet aan de regels houdt. Hij heeft recent een time-out gehad waardoor hij twaalf uur niet op de woonvoorziening mocht zijn. Daarnaast bestaat het risico dat betrokkene opnieuw in delictgedrag zal vervallen, voor zover hij dat niet al is gebeurd.

Betrokkene heeft weinig sociale interactie in de daklozenopvang en beschikt niet over een zinvolle dagbesteding. Ook is onvoldoende zicht op zijn activiteiten buitenshuis omdat hij hierover geen openheid van zaken geeft.

Betrokkene moet regelmatig op zijn gedrag worden aangesproken binnen de woonvoorziening. Betrokkene schiet vaak tekort in de zelfzorg en er is sprake van onvoldoende persoonlijke hygiëne.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken blijkt dat betrokkene niet gemotiveerd is voor een behandeling. Het is niet mogelijk om afspraken met hem te maken. Hij wil geen bemoeienis van hulpverleners, maar juist met rust gelaten worden. Betrokkene komt wisselend op afspraken en verdwijnt uit beeld zonder zich te committeren. Betrokkene is niet in staat om zelf adequate afwegingen te maken over de voor hem noodzakelijke zorg. Tijdens de mondelinge behandeling wordt dit beeld bevestigd. Daarnaast bevestigt betrokkene tijdens het bezoek aan zijn kamer dat hij het er niet mee eens is. Dit zorgt ervoor dat de rechtbank onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis heeft. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

5.7.1.

Ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’, ‘insluiten’ en ‘opnemen in een accommodatie’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen. De rechtbank overweegt hierbij dat dit in de vorige beschikking wel is opgenomen, maar niet is ingezet. De rechtbank is van oordeel dat deze vorm van verplichte zorg niet voorzienbaar is. Het wordt immers niet ingezet, terwijl het gelet op de standpunten tijdens de mondelinge behandeling, wel nodig was.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 juli 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.