Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7975Zaaknummer C/02/450029 / FA RK 26-3466
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 21 juli 2026
- Publicatiedatum
- 8 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/450029 / FA RK 26-3466
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Zorgmachtiging voor de duur van zes maanden. Er is onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid (bij opname);
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 januari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/450029 / FA RK 26-3466
Datum uitspraak: 21 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats].
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, telefonisch bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1], ANIOS Psychiatrie;
- de heer [persoon 2], psychiater;
- mevrouw [persoon 3], nicht en wettelijk vertegenwoordiger;
- de heer [persoon 4], verpleegkundige.
Tevens was aanwezig tijdens de mondelinge behandeling, maar is niet gehoord, de heer [persoon 5], co-assistent.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 7 juli 2026.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
4 De standpunten
Betrokkene zegt niet meer de noodzaak te zien om verplicht te blijven. Hij wil vanwege de vermoeidheid nog wel blijven, maar vrijwillig. Betrokkene zegt zijn medicatie te nemen en dat te blijven doen. Hij houdt zich aan de afspraken. Het is een stuk rustiger voor hem nu.
De zaalarts zegt dat het lastig was om op vrijwillige basis contact te krijgen met betrokkene. De samenwerking was moeilijker in het begin, maar de afgelopen weken is dat wel verbeterd. De zaalarts zegt nog steeds bezig te zijn met de behandeling, het instellen op medicatie en het afbouwen van haldol. Daar is nog wat tijd voor nodig. De zaalarts vindt een zorgmachtiging noodzakelijk. Betrokkene heeft weinig ziekte-inzicht.
De psychiater zegt dat de zorgmachtiging bedoeld is als stok achter de deur en niet om betrokkene nog lang op te nemen. Middels de zorgmachtiging kan worden voorkomen dat betrokkene weer ontregelt. In een situatie van overschatting kan het zo zijn dat betrokkene stopt met medicatie en dat wil de psychiater graag voorkomen.
De verpleegkundige sluit zich aan bij wat de zaalarts en psychiater naar voren hebben gebracht.
De nicht zegt dat de situatie van betrokkene erg verbeterd is. Dat wil ze graag zo houden. Ze zou heel graag willen dat de escalaties niet meer gebeuren. Er zijn vervelende dingen gebeurd. De nicht ziet dit verzoek als iets vanuit goede zorg voor betrokkene.
De advocaat ziet een stijgende lijn bij betrokkene. Betrokkene wil nog een paar weken blijven om nog wat meer rust te hebben en aan te sterken. Betrokkene heeft vrijheden en houdt zich daarbij aan de gemaakte afspraken. De advocaat vindt de bereidheid tot behandeling van betrokkene voldoende bestendig. Betrokkene werkt aan de nodige zorg mee. De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek omdat betrokkene op vrijwillige basis mee werkt aan de nodige zorg en behandeling.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk bipolaire-stemmingsstoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat er bij betrokkene sprake is van een ernstige manische episode bij een bipolaire stoornis.
Vanuit het manisch toestandsbeeld van betrokkene onttrekt hij zich aan zorg waarbij hij de noodzakelijke somatische zorg niet meer volgens de voorschriften neemt. Dit brengt risico’s op hartfalen en overlijden met zich mee.
Daarnaast is er sprake van zelfoverschatting en grootheidswanen waardoor een gevaar voor zelfverwaarlozing en financiële schade bestaat. Deze zorgen zijn volgens betrokkene zelf nergens voor nodig. Ook raakt betrokkene snel in conflict met anderen omdat hij dreigend en geagiteerd gedrag vertoont. Voorts heeft betrokkene recent zijn appartement opgegeven waardoor problemen met huisvesting zijn ontstaan.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken blijkt dat de bereidheid tot behandeling vanuit betrokkene nog niet voldoende besteding is. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht. Dit wordt tijdens de mondelinge behandeling bevestigd, hoewel er wel een verbetering in gang lijkt te zijn gezet. De rechtbank heeft hierdoor onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid (bij opname);
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Het beperken van de bewegingsvrijheid kan enkel worden toegepast indien betrokkene opgenomen is.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid (bij opname);
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 januari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.