Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7969Zaaknummer C/02/449916 / FA RK 26-3406
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 21 juli 2026
- Publicatiedatum
- 15 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/449916 / FA RK 26-3406
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Zorgmachtiging voor de duur van zes maanden. Wanneer er sprake is van een terugval is zorg op vrijwillige basis niet voldoende bestendig. Een zorgmachtiging als vangnet is nodig.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 januari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449916 / FA RK 26-3406
Datum uitspraak: 21 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, telefonisch bijgestaan door zijn advocaat;
- moeder van betrokkene;
- de heer [persoon 1], psychiater;
- de heer [persoon 2], verpleegkundig specialist;
- mevrouw [persoon 3], verpleegkundige.
Tevens waren mevrouw [persoon 4], psycholoog en mevrouw [persoon 3], verpleegkundige aanwezig tijdens de zitting, maar zij zijn niet gehoord.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 6 juli 2026.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
4 De standpunten
Betrokkene kijkt heel positief tegen een zorgmachtiging aan. Betrokkene zegt goede afspraken te hebben gemaakt met het FACT-team en verder te gaan met ambulante zorg. Betrokkene zegt de zorg nog nodig te hebben en vindt het op deze manier heel positief. Hij vertrouwt erop dat de zorg voor hem in goede handen is en dat zij weten wanneer in te grijpen.
De verpleegkundig specialist zegt de zorgmachtiging aangevraagd te hebben voor wanneer het lastig is om contact te houden met betrokkene. Die momenten zijn eerder geweest en toen is het uit de hand gelopen. De verpleegkundig specialist wil middels de zorgmachtiging voorkomen dat ze te laat zijn.
De psychiater zegt de stijgende lijn van betrokkene graag voort te zetten; hij is sterk vooruit gegaan. De psychiater zegt dat het eerst lukte om met betrokkene op vrijwillige basis te werken, maar later niet meer. Dit is een recente gebeurtenis. Wanneer het niet goed gaat met betrokkene, willen ze er graag sneller bij zijn en betrokkene kunnen opnemen indien nodig. Insluiten is volgens de psychiater niet nodig.
De moeder van betrokkene zegt dat ze een groot verschil ziet bij betrokkene. Ook vanwege zijn nieuwe medicijnen.
De advocaat zegt dat betrokkene enorme stappen heeft gemaakt. De stukken dateren van eind juni en zijn inmiddels wat verouderd. Hij heeft met betrokkene gesproken over zorg op vrijwillige basis. Hieruit kwam voort dat een vangnet nodig is voor betrokkene. De advocaat pleit voor toewijzing van het verzoek, maar enkel voor de vormen van zorg die strikt noodzakelijk zijn. Het gaat dan om het toedienen van medicatie en contact met het FACT-team. De overige vormen van zorg zijn niet voorzienbaar en kunnen in een vrijwillig kader indien nodig. Anders vindt de advocaat een wijziging van de zorgmachtiging of crisismaatregel ook een mogelijkheid.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen).
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene inmiddels grote stappen heeft gezet, maar dat hij wanneer er sprake is van psychotische belevingen zeer achterdochtig en verbaal en fysiek agressief gedrag vertoont. Betrokkene was meermaals agressief richting naasten, buren en omstanders. Ook ten tijde van de opname gebeurde dit, maar dan richting begeleiding, het behandelteam en de verpleging. Er moest toen worden ingegrepen met een time-out en noodmedicatie.
Ook was er moeite met het vinden van overeenstemming in de medicamenteuze behandeling die noodzakelijk is voor betrokkene. Er is meermaals gezocht naar een passend alternatief, omdat betrokkene slechte ervaringen heeft met bepaalde antipsychotische middelen.
Betrokkene ontkent daarnaast drugsgebruik ondanks positieve labuitslagen. Hij zegt allerlei diploma’s te hebben, maar zijn familie zegt dat hij er geen heeft. Betrokkene linkt de bezorgdheid van zijn ouders aan het flauwvallen en het niet krijgen van de juiste medicatie en denkt dat anderen, bijv. buren, een slaatje willen slaan uit zijn ziekte.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken blijkt dat betrokkene vindt dat alles goed gaat en zijn problematische gedrag ontkent. Betrokkene heeft een beperkt ziektebesef en/of ziekte-inzicht waardoor hij onvoldoende bereid is om op vrijwillige basis mee te werken. Ook al stelt betrokkene achter de huidige medicatie te staan en het FACT-team te blijven zien. Het structureel weigeren van behandeling zorgt voor een verslechtering van het psychiatrisch toestandsbeeld. Tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat het een stuk beter gaat met betrokkene. Hij vindt het prettig om een zorgmachtiging te hebben als vangnet. In dit kader hebben de verpleegkundig specialist en de psychiater naar voren gebracht snel in te willen kunnen grijpen als betrokkene een terugval heeft. Dit is van belang om ergere schade en een langer (dan nodig) herstel te voorkomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verplichte zorg noodzakelijk is.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Met betrekking tot de verzochte vorm van verplichte zorg ‘insluiten’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen. tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat vorm van zorg niet noodzakelijk en voorzienbaar is.
Ten aanzien van het verweer van de advocaat, oordeelt de rechtbank daar niet in mee te gaan. De rechtbank vindt het van belang snel in te kunnen grijpen wanneer betrokkene een terugval heeft en neemt daarbij de recente verplichte opname in aanmerking. Toen was vrijwillige medewerking niet meer mogelijk. Door deze vormen van zorg op te nemen in de zorgmachtiging kan er snel worden ingegrepen waardoor grotere schade en een langer herstel worden voorkomen. Uiteraard zal een bij een eventuele opname alleen een beroep worden gedaan op de machtiging daartoe als dit niet anders kan.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 januari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.