Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7962Zaaknummer C/02/449873 / FA RK 26-3372
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 21 juli 2026
- Publicatiedatum
- 8 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/449873 / FA RK 26-3372
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Opvolgende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Er is geen sprake van een termijnoverschrijding. Ook heeft de onafhankelijk psychiater gedaan wat redelijkerwijs van hem kan worden verwacht om betrokkene te beoordelen.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid (bij opname;
- insluiten (bij opname);
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam (bij opname);
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (bij opname);
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (bij opname);
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 juli 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449873 / FA RK 26-3372
Datum uitspraak: 21 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. G.H.M. van Laarhoven uit Tilburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1], casemanager;
- de heer [persoon 2], GZ-psycholoog.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 28 juli 2026.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4 De standpunten
Betrokkene zegt dat het goed gaat. Hij weet niet wat hij van de zorgmachtiging moet denken. Betrokkene wil wel wat aan de medicatie doen want hij is daar nu niet tevreden over. Hij wil graag over op tabletten. Over het gesprek met de onafhankelijk psychiater zegt betrokkene dat hij al na twee vragen een oordeel heeft gevormd, want langer heeft het gesprek niet geduurd.
De GZ-psycholoog zegt dat betrokkene al geruime tijd in zorg is. Er is steeds eenzelfde patroon waarin het met momenten goed gaat, maar er zijn ook momenten van veel zorgen. De zorgen zijn er vaak rondom het zetten van een depot. Dan neemt betrokkene veel afstand van de zorg. De GZ-psycholoog vindt een depot noodzakelijk, omdat er ook perioden zijn dat het beter gaat met betrokkene; het heeft effect. Hij is dan beter in de samenwerking en in gesprek. De GZ-psycholoog is geen voorstander van medicatie in tabletvorm. De kans dat betrokkene uit zorg gaat en stopt met zijn medicatie is dan groter; dit is de laatste jaren een paar keer gebeurd.
De casemanager vult aan dat betrokkene eens in de tien weken een depot krijgt. Dit is meestal een wat hogere dosering. Wanneer de dosering zou worden verlaagd, moet de frequentie omhoog. Betrokkene vindt een depot heel vervelend, daarom is gekozen voor de lagere frequentie. De gebruikelijke gang van zaken rond een medische verklaring, is dat er een afspraak wordt gepland. Als die niet wordt nagekomen, wordt er contact opgenomen om een nieuwe afspraak in te plannen. De casemanager was niet betrokken bij de totstandkoming van de medische verklaring van betrokkene, dus kan niet zeggen hoe dat in dit specifieke geval is gegaan.
De advocaat stelt zich op het standpunt dat betrokkene opnieuw medisch beoordeeld dient te worden. De medische verklaring is opgesteld naar aanleiding van een telefoongesprek van twee minuten. Op basis van de eisen die de Hoge Raad daaraan stelt kan het volgens de advocaat de toets der kritiek niet doorstaan. De advocaat ziet niet dat er is aangedrongen op een tweede gesprek en dat is wel vereist. Ook heeft de advocaat vragen over hoe de stoornissen zijn vastgesteld en wat er de afgelopen periode op de voorgrond heeft gestaan. Die vragen worden door deze medische verklaring niet beantwoord. Betrokkene is bereid mee te werken aan een medisch onderzoek. Daarnaast voert de advocaat aan dat het verzoek tardief is ingediend door de officier van justitie; 1 juli is net te laat. Betrokkene is hierdoor in zijn verdediging geschaad. De advocaat vindt dat het verzoek daarom moet worden gezien als een eerste verzoek met een maximale duur van zes maanden.
5 De beoordeling
Termijn indiening verzoek
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek op tijd is ingediend in tegenstelling tot het verweer van de advocaat. Het verzoek is namelijk op 30 juni jl. ingediend, wat precies vier weken voor het einde van de lopende machtiging is. De rechtbank zal het verzoek daarom als een opvolgend verzoek behandelen. De rechtbank merkt daarnaast nog op dat, als er sprake is van een termijnoverschrijding de Hoge Raad hier geen consequenties aan heeft verbonden in de jurisprudentie.[_6949bebe-98ff-4563-b819-5006044610c2]
Medische verklaring
Naast de hiervoor gemelde kwestie betreffende de termijn voor het indienen van het verzoek voor de zorgmachtiging heeft de rechtbank nog een vraag te beantwoorden alvorens zij eventueel tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak over kan gaan, te weten: de medische verklaring.
De rechtbank heeft geconstateerd dat betrokkene in het kader van het opstellen van de medische verklaring niet in persoon is onderzocht. Voor de rechtbank daadwerkelijk tot een inhoudelijke behandeling komt, dient zij zich te buigen over de vraag of de onafhankelijk psychiater redelijkerwijs gedaan heeft wat van hem mag worden verwacht om betrokkene te kunnen onderzoeken.
Aan het onderzoek van een betrokkene door een onafhankelijke medische deskundige moeten - gelet op de inbreuken in de persoonlijke levenssfeer die rechterlijke machtigingen op grond van de Wvggz meebrengen - zware eisen worden gesteld. Het uitgangspunt is dat een betrokkene persoonlijk door een onafhankelijke psychiater wordt onderzocht. Afwijken van de hoofdregel is mogelijk in uitzonderingsgevallen. Zoals ook blijkt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad, mag worden verwacht dat voor het uitvoeren van zodanig onderzoek de nodige inspanningen worden verricht. De onafhankelijk psychiater zal in zijn medische verklaring moeten verantwoorden waarom onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk of niet verantwoord is, voor welk alternatief hij heeft gekozen, en op welke gronden hij tot de slotsom is gekomen dat aan de vereisten voor verlening van verplichte zorg is voldaan. De rechtbank zal vervolgens moeten beoordelen of de verzochte machtiging op grond van de medische verklaring kan worden verleend.[_759e945d-e755-4c40-974f-6b23b33bd565]
In dit geval heeft de onafhankelijke psychiater een afspraak gemaakt met betrokkene voor een beoordeling op 26 juni jl. Betrokkene is toen niet op komen dagen. De onafhankelijk psychiater heeft driemaal gebeld waarvan de eerste keer niet werd opgenomen en de andere twee keer de verbinding gelijk werd verbroken. Een huisbezoek met politiebegeleiding is daarna overwogen, maar vanwege de fragiele behandelrelatie met betrokkene, is dit niet gedaan. De onafhankelijk psychiater belt betrokkene nogmaals via Whatsapp, maar zonder gehoor. Even later belt betrokkene terug en geeft aan de beoordeling enkel telefonisch te willen doen. Hij had geen zin om naar de afspraak te komen vanwege het warme weer, zo heeft de onafhankelijk psychiater genoteerd. Bij het onderzoek aan de telefoon geeft betrokkene korte antwoorden, wil eigenlijk niet in gesprek en geeft aan dat het genoeg is geweest. Na vijf minuten wordt het gesprek beëindigd door betrokkene. Betrokkene houdt al weken al het contact af, wil niks en is het niet eens met de zorgmachtiging.
De rechtbank oordeelt dat de onafhankelijk psychiater heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kon worden om het vereiste onderzoek te laten plaatsvinden. Gezien de weigerachtige houding van betrokkene lijkt het de rechtbank onwaarschijnlijk dat bij meer of andere pogingen het de onafhankelijk psychiater wél was gelukt om langer met betrokkene in contact te komen. Betrokkene heeft immers zelf aangegeven enkel telefonisch in gesprek te willen gaan en heeft daarbij duidelijk laten blijken geen bemoeienissen te willen. Dat de advocaat tijdens de zitting heeft aangegeven dat betrokkene bereid is om mee te werken aan een nieuw medisch onderzoek, doet hier niet aan af. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de onafhankelijk psychiater hiermee de nodige inspanningen heeft geleverd om het onderzoek te verrichten. Daarbij heeft de onafhankelijk psychiater naar het oordeel van de rechtbank terecht meegewogen dat de meest recente toediening van de depotmedicatie aan betrokkene niet op een prettige manier was gelopen. Er was politiebegeleiding noodzakelijk op dat moment, waardoor de inschatting was dat ook bij een huisbezoek politiebegeleiding noodzakelijk zou zijn. Uit de stukken volgt dat betrokkene zeer ontstemd was over de politiebegeleiding rond de toediening van het depot. Dit heeft de rechtbank ook zelf kunnen constateren tijdens de zitting, omdat betrokkene direct geagiteerd reageerde toen hij zag dat er politie aanwezig was in een andere ruimte op de locatie waar de zitting plaatsvond. De onafhankelijk psychiater heeft dus gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kon worden.
Onder deze omstandigheden is er sprake van een deugdelijk medisch onderzoek van betrokkene en voldoet de medische verklaring aan de eisen die daaraan mogen worden gesteld. De rechtbank acht zichzelf daarmee in staat om te beoordelen of is voldaan aan de voorwaarden die de wet stelt voor het afgeven van een zorgmachtiging.
Inhoudelijke behandeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen, overige dsm-5 stoornissen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring op dit punt. Anders dan door de raadsman betoogt, volgt uit de medische verklaring ook welke stoornis voorliggend is; de schizofreniespectrum – en andere psychotische stoornis.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene psychotisch en/of manisch psychotisch kan ontregelen vanwege een overprikkeling die verband houdt met zijn licht verstandelijke beperking. Wanneer hij het niet meer kan overzien, leidt dit tot boosheid, terugtrekken en het stopzetten van contact.
Wanneer er sprake is van een psychotische ontregeling, die wordt verergerd door middelengebruik, oplopende spanning, stress, emotionele tegenslagen en overprikkeling, is betrokkene agressief naar mensen en goederen. Betrokkene heeft waanideeën. Hij plaatst zichzelf boven anderen en denkt dat hij in contact staat met God. Betrokkene is dan sneller geagiteerd en is moeilijk aan te spreken op zijn gedrag. Dit kan leiden tot hoog oplopende conflictsituaties. Betrokkene is verbaal dreigend naar het behandelteam, waardoor het depot de laatste keer onder politiebegeleiding moest worden toegediend. Betrokkene dreigt zijn woning te verliezen. Dit is eerder ook gebeurd. Dit soort problemen leiden tot delictgedrag bij betrokkene. Uit het politierapport blijkt dat sprake is geweest van mishandeling, diefstal en verbale dreiging. Hij heeft een gevangenisstraf gehad.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken blijkt dat betrokkene vindt dat hij geen zorg nodig heeft en alles zelf kan organiseren en realiseren. Hij heeft ook geen medicatie nodig en zal dat dan ook naar verwachting staken als het niet meer verplicht moet. Ook tijdens de mondelinge behandeling geeft betrokkene aan niet tevreden te zijn met zijn medicatie; hij zou graag overgaan op tabletten. In dat kader heeft de GZ-psycholoog aangegeven geen voorstander te zijn van medicatie in tabletvorm omdat het verleden heeft laten zien dat betrokkene hierdoor sneller medicatieontrouw wordt en uit contact gaat. De rechtbank heeft gelet op voorgaande onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid (bij opname;
- insluiten (bij opname);
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam (bij opname);
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (bij opname);
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (bij opname);
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank oordeelt dat de verzochte vormen van zorg die verband houden met een opname enkel mogen worden ingezet wanneer betrokkene daadwerkelijk opgenomen is.
Ten aanzien van de verzochte vorm van verplichte zorg ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen omdat het niet noodzakelijk en voorzienbaar is gebleken.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid (bij opname;
- insluiten (bij opname);
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam (bij opname);
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (bij opname);
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (bij opname);
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 juli 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.