Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7773Zaaknummer C/02/450391 / JE RK 26-1275
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 16 juli 2026
- Publicatiedatum
- 28 september 2026
- Zaaknummer
- C/02/450391 / JE RK 26-1275
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Spoeduithuisplaatsing; pleegouders
5 De beslissing
De kinderrechter:
verleent de GI toestemming tot wijziging in het verblijf van [minderjarige] naar een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van 2 weken met ingang 16 juli 2026 tot 30 juli 2026;
verleent een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van 2 weken met ingang van 16 juli 2026 tot 30 juli 2026.
verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI, de pleegouders, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. Tempel op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
vraagt de griffier [minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek;
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Van Gessel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026, in aanwezigheid van Akkermans-Bruijs, als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/450391 / JE RK 26-1275
Datum uitspraak: 16 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over wijziging verblijfplaats en een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats].
Familie [de pleegouders],
hierna te noemen de pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI van 15 juli 2026, met bijlagen, ontvangen op 16 juli 2026.
2 De feiten
Bij beschikking van 16 april 2026 heeft de kinderrechter van deze rechtbank de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] gedurende dag en nacht in een voorziening voor pleegzorg verlengd van 29 april 2026 tot 29 april 2027.
Op grond van voornoemde machtiging verblijft [minderjarige] in een pleeggezin.
3 Het verzoek
De GI verzoekt toestemming te verlenen tot wijziging in het verblijf van de minderjarige en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4 De beoordeling
Toestemming wijziging verblijfplaats
De kinderrechter stelt allereerst vast dat [minderjarige] gedurende ten minste vier jaren door de pleegouders is opgevoed en verzorgd. Dit betekent dat de GI toestemming van de kinderrechter nodig heeft voor een wijziging van zijn verblijf. Toestemming van de kinderrechter op een verzoek tot wijziging van het verblijf wordt enkel geweigerd indien dit naar het oordeel van de kinderrechter in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat [minderjarige] niet langer veilig kan verblijven bij de pleegouders en dat zowel zijn veiligheid als die van het gezin van de pleegouders, niet langer geborgd kan worden. De situatie is dusdanig geëscaleerd dat de pleegouders op 14 juli 2026 een ultimatum hebben gesteld en dat zij de spullen van [minderjarige] al in de gang hadden gezet, zodat hij kon vertrekken. [minderjarige] is die avond nog overgeplaatst naar een woongroep. Gebleken is dat de GI eerder al diverse gesprekken met de pleegzorgwerker en de pleegouders hebben gevoerd over hun draaglast en draagkracht. Deze is uit balans geraakt en na de inzet van camera’s is duidelijker geworden dat de pleegouders de zorg voor [minderjarige] niet meer aankunnen. De overplaatsing heeft feitelijk al plaatsgevonden, maar is daarnaast onder deze omstandigheden ook noodzakelijk.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de wijziging van het verblijf van [minderjarige] toegewezen dient te worden. De kinderrechter zal daarom toestemming verlenen voor de wijziging van het verblijf van [minderjarige].
(Spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
De GI heeft daarnaast een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Op grond van het bepaalde in artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking betreffende een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen aanstonds worden afgegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarigen.
Op basis van voornoemde informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] uit huis wordt geplaatst[_82ffc73c-68b2-4f20-a4fd-354d424e1c39] nu in de huidige situatie de behandeling van het verzoek niet kan worden afgewacht zonder ernstig gevaar voor [minderjarige] en wijst het spoedverzoek tot machtiging uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder toe. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen van 16 juli 2026 tot 30 juli 2026 en houdt het verzoek voor het overige aan.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De GI, [minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verleent de GI toestemming tot wijziging in het verblijf van [minderjarige] naar een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van 2 weken met ingang 16 juli 2026 tot 30 juli 2026;
verleent een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van 2 weken met ingang van 16 juli 2026 tot 30 juli 2026.
verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI, de pleegouders, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. Tempel op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
vraagt de griffier [minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek;
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Van Gessel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026, in aanwezigheid van Akkermans-Bruijs, als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.