Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7770Zaaknummer C/02/449763 / FA RK 26-3318
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 16 juli 2026
- Publicatiedatum
- 28 september 2026
- Zaaknummer
- C/02/449763 / FA RK 26-3318
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking zorgmachtiging
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 4.7. tot en met 4.11. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 januari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door mr. Sumner, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 30 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449763 / FA RK 26-3318
Datum uitspraak: 16 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026 bij betrokkene thuis. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [persoon 1], eindverantwoordelijke GGZ;
- [persoon 2], moeder van betrokkene.
2 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3 De standpunten
Betrokkene brengt naar voren dat het fysiek beter met haar gaat, maar dat zij zich mentaal minder goed voelt. Zij geeft aan dat haar eetstoornis en trauma’s nauw met elkaar verweven zijn. Daarnaast wil betrokkene graag herstellen van zowel haar eetstoornis als haar trauma’s en doet zij dit het liefst op vrijwillige basis. Volgens betrokkene dienen beide problematieken gelijktijdig te worden behandeld. Tot slot benadrukt zij dat zij graag weer naar school wil en leuke dingen met haar vriendinnen wil ondernemen.
De zorgverantwoordelijke verklaart dat betrokkene een moeizaam herstelproces doormaakt. Volgens de zorgverantwoordelijke bestaat er, gelet op de huidige lichamelijke waarden van betrokkene, een aanzienlijk risico op overlijden. Er zijn periodes waarin betrokkene gemotiveerd is, maar ook periodes waarin deze motivatie ontbreekt en het risico op ernstig nadeel toeneemt. De zorgverantwoordelijke brengt naar voren dat in die situaties een opname zwaarder weegt dan het uitgangspunt van vrijwilligheid. Daarnaast kan traumabehandeling pas worden gestart wanneer de lichamelijke waarden van betrokkene voldoende zijn hersteld; dit is momenteel nog niet het geval. De zorgverantwoordelijke benadrukt dat een opname het laatste middel is dat zij wil inzetten, maar dat een gedwongen opname noodzakelijk kan zijn indien de behandeling niet van de grond komt en de vierdaagse klinische behandeling vervolgens niet effectief blijkt.
De moeder van betrokkene brengt naar voren dat volgens haar de focus voornamelijk ligt op de eetstoornis van betrokkene en onvoldoende op de onderliggende trauma’s. Zij zou dit graag anders willen zien. Daarnaast geeft zij aan het beste met betrokkene voor te hebben en te streven naar een spoedig herstel.
De advocaat voert aan dat betrokkene op vrijwillige basis bereid is om de behandeling voort te zetten. Daarnaast stelt de advocaat dat de verplichte zorgvorm ‘het opnemen in een accommodatie’ niet noodzakelijk is. Om die redenen verzoekt de advocaat de rechtbank het verzoek af te wijzen. Ten aanzien van de diagnose en het ernstig nadeel heeft de advocaat geen opmerkingen.
4 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene is bekend met een eetstoornis en PTSS.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Onder invloed van bovengenoemde stoornis kampt betrokkene met een eetstoornis in combinatie met PTSS. De behandeling komt onvoldoende van de grond, waardoor betrokkene nog steeds ondervoed is een levensbedreigende situatie is ontstaan. Ondanks de geboden behandeling op het gebied van de eetstoornis en klinische opname bij Emergis wil het niet lukken om het beperkte eetpatroon te doorbreken. Hierdoor verslechterde de somatische toestand waardoor diverse ziekenhuisopnames hebben plaatsgevonden. Daarnaast wordt betrokkene wekelijks gemonitord bij een kinderarts gelet op de grote somatische risico’s. Ook stagneert de ontwikkeling van betrokkene: zij kan niet naar school, wat zowel de cognitieve als sociaal-emotionele ontwikkeling blokkeert.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene momenteel aangeeft bereid te zijn mee te werken aan de noodzakelijk geachte zorg, is in het verleden gebleken dat de behandeling niet duurzaam van de grond kwam. Daarnaast bestaat het vermoeden dat betrokkene, vanuit haar eetstoornis, steeds redenen aandraagt waarom een behandeling volgens haar niet passend is, om uiteindelijk het eten te kunnen blijven vermijden. Om die reden acht de rechtbank dat verplichte zorg nodig is.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
De rechtbank bepaalt daarbij dat de verplichte zorgvorm ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ uitsluitend wordt verstaan dat betrokkene zich in het ambulante kader houdt aan de huidige behandeltrajecten en daaraan haar medewerking verleent.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het noodzakelijk dat, indien de verplichte zorgvorm ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ niet wordt nageleefd zoals omschreven in rechtsoverweging 4.8., kan worden overgegaan tot een vierdaagse klinische behandeling. De rechtbank bepaalt dat deze behandeling onder voornoemde verplichte zorgvorm valt en uitsluitend kan worden ingezet indien de noodzakelijke zorg niet langer in een ambulant kader kan worden verleend.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld, de vierdaagse klinische behandeling niet haalbaar en/of toereikend blijkt en het ernstig nadeel daarmee niet kan worden afgewend:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank bepaalt daarbij dat de in rechtsoverweging 4.10. genoemde vormen van verplichte zorg uitsluitend worden toegepast tijdens een opname. Voorts bepaalt de rechtbank dat een opname alleen noodzakelijk is indien de vierdaagse klinische behandeling, zoals bedoeld in rechtsoverweging 4.9., niet doelmatig blijkt te zijn.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
De rechtbank benadrukt richting de zorg dat, zodra de gezondheidstoestand van betrokkene dit toelaat en haar lichamelijke waarden voldoende zijn verbetert, onverwijld dient te worden gestart met de traumabehandeling.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz.
5 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 4.7. tot en met 4.11. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 januari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door mr. Sumner, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 30 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.