Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7757Zaaknummer C/02/449777 / FA RK 26-3325

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
28 september 2026
Zaaknummer
C/02/449777 / FA RK 26-3325
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Rechterlijke machtiging

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door mr. Sumner, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 20 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449777 / FA RK 26-3325

Datum uitspraak: 16 juli 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

thans verblijvende in de [accommodatie], locatie: [locatie] te [plaats]

advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mw. [persoon 1], curator;
  • mw. [persoon 2], gedragsdeskundige;
  • mw. [persoon 3], GZ-psychloog.
1.3.

Tevens tijdens de zitting aanwezig, maar niet gehoord:

- dhr. [persoon 4], begeleider in de accommodatie.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene is onder curatele gesteld.

3 Het verzoek

3.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene brengt naar voren dat hij graag voor zijn familie zorgt. Hij geeft aan het liefst voor anderen te zorgen en zichzelf daarbij minder centraal te stellen. Daarnaast erkent betrokkene dat hij niet altijd de juiste keuzes maakt, maar dat hij uiteindelijk ervoor heeft gekozen om terug te keren naar [accommodatie] met het oog op zijn toekomst. De vraag of hij terug zou keren naar zijn vader als zijn vader erom vraagt beantwoord hij bevestigend.

4.2.

De GZ-psycholoog verklaart dat betrokkene onlangs gedurende enkele maanden niet in de accommodatie is verbleven, omdat hij was teruggekeerd naar huis. In de thuissituatie zorgde betrokkene voornamelijk voor zijn halfbroertjes en -zusjes en ondersteunde hij het gezin financieel. Daarbij stelt betrokkene zichzelf onvoldoende centraal, wat volgens de GZ-psycholoog leidt tot psychische schade en uiteindelijk ook fysieke schade. Betrokkene verblijft momenteel vrijwillig opnieuw in de accommodatie, maar uit het verleden blijkt dat hij, zodra hij door zijn gezin onder druk wordt gezet, terugkeert naar de thuissituatie. Om die redenen acht de GZ-psycholoog een rechterlijke machtiging noodzakelijk.

4.3.

De gedragsdeskundige onderschrijft het standpunt van de GZ-psycholoog.

4.4.

De curator brengt naar voren dat is gebleken dat er regelmatig geldbedragen worden overgemaakt aan de vader van betrokkene. Dit kan leiden tot een risico op financiële schade.

4.5.

De advocaat voert aan dat de aanvraag voor een rechterlijke machtiging in deze situatie begrijpelijk is. Volgens de advocaat is echter van belang dat betrokkene vrijwillig is teruggekeerd naar de accommodatie en daar ook wil blijven. Er is daarom volgens de advocaat geen sprake van verzet. Om die reden verzoekt de advocaat de rechtbank om het verzoek af te wijzen.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap. Betrokkene heeft namelijk matige verstandelijke beperking en sociaal emotionele beperking.

5.3.1

Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstige psychische schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing; en

- maatschappelijke teloorgang.

5.3.2.

De rechtbank ziet geen gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.3.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene wordt overvraagd en uitgebuit door vader en stiefmoeder. Zijn sterke loyaliteit aan het gezin, in combinatie met zijn cognitieve en sociaal-emotionele beperkingen, maakt dat hij moeilijk kan inschatten wat redelijk is en wat de gevolgen zijn van zijn keuzes. Tevens hebben vader, stiefmoeder en inmiddels ex-vriendin aangegeven het contact met hem te zullen verbreken indien hij terugkeert naar de woonvoorziening. Daarnaast is betrokkene zeer zorgzaam en wil hij zijn vader helpen wanneer daarom wordt gevraagd. Hierdoor stelt betrokkene zichzelf niet op de eerste plaats waardoor een risico op maatschappelijke teloorgang en ernstige verwaarlozing ontstaat. Ook maakt betrokkene geldbedragen over naar zijn vader, waardoor een risico bestaat op ernstige financiële schade.

5.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is ambivalent ten aanzien van hulp. Hij staat open voor ondersteuning, maar blijft loyaal aan zijn gezin. Ter zitting heeft betrokkene naar voren gebracht dat hij, indien vader hem zou benaderen met het verzoek om terug te keren en te helpen, hier direct gehoor aan zou geven. Hierdoor bestaat het risico dat betrokkene zichzelf voorbijgaat. Gelet hierop acht de rechtbank het niet voldoende aannemelijk dat het verblijf van betrokkene in de accommodatie duurzaam is. De rechtbank merkt deze houding aan als verzet.

5.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

5.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door mr. Sumner, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 20 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.