Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7753Zaaknummer C/02/449870 / FA RK 26-3369

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
28 september 2026
Zaaknummer
C/02/449870 / FA RK 26-3369
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking zorgmachtiging

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 juli 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door mr. Sumner, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 20 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449870 / FA RK 26-3369

Datum uitspraak: 16 juli 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026 bij een FACT-locatie van [accommodatie]. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door mr. A.A. Nunnikhoven, waarnemer;
  • dhr. [persoon 1], psychiater;
  • mw. [persoon 2], casemanager.

2 Wat vaststaat

2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 25 augustus 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 25 augustus 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat. Hij geeft aan zijn leven op sociaal en werkgebied weer te hebben opgepakt. Betrokkene werkt momenteel als hovenier en ervaart dat hij zich met de medicatie beter voelt dan vóór de psychose. Daarnaast acht betrokkene een zorgmachtiging niet noodzakelijk, omdat hij bereid is mee te werken aan de noodzakelijk geachte zorg.

4.2.

De psychiater verklaart, samengevat, dat betrokkene vorig jaar meerdere malen opgenomen is geweest vanwege een psychotisch toestandsbeeld. Er was sprake van een waanstoornis met hallucinaties, waarbij middelengebruik als luxerende factor een rol speelde. Tijdens de psychische was betrokkene ervan overtuigd dat hij boodschappen ontving via elektrische apparaten, waarna gevaarlijke situaties zijn ontstaan doordat hij bedrading heeft doorgeknipt. Door de opname en het instellen op medicatie zijn de psychotische klachten naar de achtergrond verdwenen. De psychiater geeft aan dat betrokkene wel ziektebesef heeft, maar onvoldoende ziekte-inzicht. Betrokkene stelt namelijk dat de psychotische klachten zijn ontstaan door een relatiebreuk en niet door middelengebruik. Daarnaast is betrokkene ambivalent in het nakomen van zijn afspraken. Het doel is om de komende periode de medicatie geleidelijk af te bouwen en te onderzoeken in hoeverre betrokkene bereid is om aan zijn verslavingsproblematiek te werken. Gelet hierop acht de psychiater een zorgmachtiging noodzakelijk.

4.3.

De casemanager onderschrijft het standpunt van de psychiater.

4.4.

De advocaat voert aan dat het al geruime tijd goed gaat met betrokkene. Daarnaast stelt de advocaat dat betrokkene in het verleden niet eerder psychotisch is geweest en dat daar momenteel ook geen aanleiding toe bestaat, omdat betrokkene goed is ingesteld op medicatie. Volgens de advocaat is daarom geen sprake van ernstig nadeel. Tevens is betrokkene bereid om op vrijwillige basis mee te werken aan de noodzakelijk geachte zorg. Om die reden verzoekt de advocaat de rechtbank het verzoek af te wijzen. Indien de rechtbank toch tot toewijzing van het verzoek overgaat, stelt de advocaat dat de verplichte zorgvormen ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ niet noodzakelijk zijn. Tot slot voert de advocaat aan dat een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te lang is.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige financiële schade;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat het ernstig nadeel zich zal openbaren wanneer betrokkene zijn medicatie staakt, met als gevolg dat hij psychotisch decompenseert. Tijdens een psychotische ontregeling heeft betrokkene zichzelf in zijn been gesneden, met het idee dat hij daar voorwerpen moest halen. Tevens heeft hij kabels in de meterkast doorgesneden vanuit de overtuiging dat er werd gerommeld met zijn elektriciteit. Daarnaast is bestaat er een risico op een terugval in een psychose wanneer de medicatie wordt afgebouwd, terwijl betrokkene nog cocaïne gebruikt. Tevens is betrokkene in juni 2025 opgenomen geweest vanwege een psychische decompensatie. Sindsdien is herstel pas recentelijk ingezet en wil betrokkene zowel zijn cocaïne gebruik als zijn medicatie afbouwen of wijzigen.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene momenteel geen verzet vertoont tegen het innemen van zijn medicatie, acht de rechtbank de situatie nog te pril om de noodzakelijke zorg zonder zorgmachtiging op vrijwillige basis voort te zetten. Betrokkene heeft meerdere malen aangegeven dat hij uiteindelijk de keuze van de medicatie accepteert omdat het moet, niet omdat hij overtuigd is dat het beter is. In de komende periode zullen veranderingen plaatsvinden die het risico op een terugval vergroten. Daarnaast is gebleken dat betrokkene ambivalent is in het nakomen van afspraken. Gelet hierop heeft de rechtbank onvoldoende vertrouwen dat de noodzakelijke zorg in een vrijwillig kader duurzaam kan worden gewaarborgd. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

5.8.

De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.

5.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz. De zorgmachtiging wordt verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden. De rechtbank acht dit een redelijk termijn.

6. De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 juli 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door mr. Sumner, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 20 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.