Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7730Zaaknummer C/02/450165 / FA RK 26-3535
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 15 juli 2026
- Publicatiedatum
- 25 september 2026
- Zaaknummer
- C/02/450165 / FA RK 26-3535
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Opvolgende rechterlijke machtiging verleend voor de duur van vijf jaar.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 juli 2031.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 22 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/450165 / FA RK 26-3535
Datum uitspraak: 15 juli 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats],
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats],
advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 9 juli 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 juli 2026, in de bovengenoemde accommodatie. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon], verpleegkundig specialist.
2 Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 23 februari 2026 is ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf verleend voor de duur van zes maanden, met ingang van 23 februari 2026 en tot en met 23 augustus 2026.
3 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van vijf jaar.
4 De standpunten
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat zij niet in de verpleeginstelling wil blijven. Zij vindt het hier verschrikkelijk. Zij wil graag weer op zichzelf wonen, zoals zij altijd heeft gedaan. Volgens betrokkene gaat dat ook nog prima; zij kan nog koken en zij redt zichzelf wel.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Betrokkene betwist dat er bij haar sprake is van een psychogeriatrische aandoening. Zij is van mening dat zij nog thuis zou kunnen wonen en wil niet in de verpleeginstelling verblijven. Zij vindt het hier niet prettig. Persoonlijk refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank, ook voor wat betreft de verzochte termijn van de rechterlijke machtiging. Deze termijn zal betrokkene en haar familie rust geven.
De verpleegkundig specialist benoemt dat het noodzakelijk is dat betrokkene in de verpleeginstelling opgenomen blijft vanwege haar cognitieve beperkingen, voor het aanbrengen van structuur aan de dag en omdat zij ondersteuning behoeft bij haar hygiëne, bij het eten en het drinken. Ook blijft betrokkene door de opname onder de mensen en wordt vereenzaming zo tegen gegaan. Betrokkene geeft echter meerdere keren per dag duidelijk aan dat zij niet in de verpleeginstelling opgenomen wil zijn. Zij is voorheen één keer uit de verpleeginstelling weggegaan, maar dat is sindsdien niet meer gebeurd. Er is daarom een rechterlijke machtiging nodig voor betrokkene. Deze is verzocht voor de duur van vijf jaar, omdat er een verslechtering van de situatie van betrokkene wordt verwacht waardoor zij naar verwachting de huidige zorg nodig zal blijven hebben. Ook wordt er op deze manier een herhaling van deze procedure met vervolggesprekken op korte termijn voorkomen, hetgeen in het belang van betrokkene is.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van vijf jaar. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van dementie, type Alzheimer. Betrokkene is in 2025 door een geriater gediagnosticeerd met de ziekte van Alzheimer. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank neemt daarbij in overweging dat betrokkene onder invloed van de dementie belast is met geheugenstoornissen, desoriëntatie en initiatiefverlies. Ook beschikt betrokkene niet meer over ziektebesef en -inzicht. Als gevolg daarvan is betrokkene niet meer in staat is om zelfstandig de algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren. Zij heeft hierbij veel sturing en begeleiding nodig, terwijl zij liever zelf de regie wil voeren en de benodigde zorg soms weigert. Zo wordt betrokkene haar medicatie aangereikt, omdat zij deze niet zelfstandig in kan nemen. Daarnaast heeft betrokkene stimulatie nodig om te eten en te drinken. Wanneer maaltijden niet actief worden aangeboden dan eet betrokkene niets. Betrokkene was in de thuissituatie erg afgevallen en haar hygiëne was in gevaar. Zij heeft ondergewicht. Bij een terugkeer naar huis zal er dus opnieuw sprake zijn van een aanzienlijk risico dat betrokkene zichzelf ernstig verwaarloost en maatschappelijk teloorgaat.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is blijvend aangewezen op intensieve en gespecialiseerde 24-uurszorg, toezicht en begeleiding in de nabijheid in een veilige en gestructureerde woonvoorziening.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft aan dat zij weer naar huis wil. Zij meent ook nog goed in staat te zijn om voor zichzelf te zorgen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De benodigde zorg kan niet in de thuissituatie worden ingezet.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Vanwege het progressieve karakter van de ziekte van betrokkene, haar zorgbehoefte en de verwachting dat het verzet van betrokkene ten aanzien van de opname en het verblijf in een verpleeginstelling niet op korte termijn zal afnemen, zal de machtiging worden verleend voor de (verzochte) duur van vijf jaar, met ingang van heden en tot en met 15 juli 2031.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 juli 2031.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 22 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.